01 mrt '17

'Ik wil Christus zichtbaar maken'

343
door Patrick Gijssels
Wat doet een priester allemaal als hij niet in de kerk staat? Hoe hou je figuurlijk de kerkdeuren open en verspreid je de boodschap? Stefaan Notredame over wat hem overdag en ’s nachts wakker houdt.

Vijf jaar is Notredame priester in de geloofsgemeenschappen van Zaventem (Sint-Martinus en Sint-Jozef),  Sterrebeek (Sint-Pancratius), Nossegem (Sint-Lambertus) en Sint-Stevens-Woluwe (Sint-Stefaan). Hij legt uit wat dat betekent. ‘Vandaag is mijn agenda niet zo gevuld en toch komt er telkens wat bij. Iemand wil zijn kind laten dopen en vraagt om een informatief gesprek. Dan volgt er een telefoontje over de werken in het Sint-Maartencentrum.'

'Ik kan beroep doen op heel wat vrijwilligers, maar moet hen uiteraard ook opvolgen en hun vragen beantwoorden. Op dit moment zoek ik geschikte kandidaten voor de kerkfabriek. Ze moeten over genoeg kennis beschikken. In Zaventem, bijvoorbeeld, loopt er een dossier over de volledige restauratie van de kerk. De voorzitter en de leden van de kerkfabriek volgen het op. In Sterrebeek wordt er gebouwd. Vrijwilligers volgen de werfvergaderingen. Het is boeiend hoe de geloofsgemeenschappen zelf actief op zoek gaan naar kandidaten. Ze verzetten heel wat werk. Enkele zelfs even veel als beroepskrachten.’

Wat betekent dat, herder zijn?
‘Voor plechtige communies motiveren we de ouders om catechese te geven. Maar niet iedereen beschikt over de juiste vaardigheden. Dus begeleid ik soms wat mee. Uiteraard moet ik zorgen dat de organisatie op wieltjes loopt, maar ze bestaat uit veel meer dan enkel gebouwen beheren. Mijn belangrijkste taak is herder zijn, pastor, en dat wil zeggen dat ik Christus zichtbaar wil maken. Dat gebeurt tijdens een doopsel, de eerste communie en plechtige communie. Ik grijp die momenten aan om samen met de volwassenen het mysterie van ons bestaan te verdiepen.'

'Ik probeer het ook via verenigingen. Al staan sommigen ver van de kerk. Vorig jaar is het me gelukt om het kamp van Chiro Mik-Mak Sterrebeek te bezoeken en er een woordje te plaatsen. Tijdens een Chirokamp is er geen misviering meer, maar wel een bezinningsmoment. De VVKSM of scouts verwelkomen in een visietekst elke gezindheid, ook vrijzinnigen. Hierdoor stelden heel wat scoutsgroepen zich vrijer op ten opzichte van de kerk.'

'Met de scouts van Zaventem krijg ik geen contact. Met de Europascouts van Nossegem lukt het. In hun scoutsbelofte staat uitdrukkelijk dat ze zullen participeren aan het geloof en de sacramenten. De Chiro van Sint-Stevens-Woluwe organiseert een levende kerststal en ook met Okra (de organisatie van gepensioneerden) en Femma (de vrouwenorganisatie) heb ik een goed contact.’

'De vrijwilligerswerking is fragiel. Zullen de nieuwe generaties nog taken willen opnemen?'

‘Een school zoals ZAVO (Zaventem) biedt mij de mogelijkheid om meer families te bereiken omdat ze met alle leerlingen naar de kerk komt, ook met de moslimkinderen en de vrijzinnigen. Wie niet gelovig is, wordt niet verplicht een kruisteken te maken of te communie te gaan. De jongeren bereiden in de klas de misviering voor en leren katholieke liedjes, allemaal. De moskee van Zaventem geeft moslimgezinnen de ruimte om zelf een school te kiezen, zonder een voorkeur op te leggen.’

Wat kan er beter?
‘Wat mij bezighoudt, is dat de vrijwilligerswerking fragiel is. Zullen nieuwe generaties de taken nog willen opnemen? Behouden bestaande geloofsgemeenschappen hun dynamiek? Elk jaar daalt het aantal eerste en plechtige communies. Vinden we nog genoeg kandidaten om de communicantjes voor te bereiden? Het aantal nationaliteiten in Zaventem ligt zeer hoog en de instroom christenen is vrij laag. Algemeen gezien slagen verenigingen er minder goed in om leden te werven. Enkel jeugdorganisaties en verenigingen van gepensioneerden blijven bestaan.’

‘Het is niet eenvoudig om mensen te laten aanvoelen hoe belangrijk het is om regelmatig te bidden. Moslims bidden op vaste tijdstippen. Dat wekt bij sommigen verwondering. Toch is het dezelfde structuur als die die we van monniken meekregen. Korte gebeden, vijf maal per dag, bij zonsopgang, later in de ochtend, het angelus op de middag, de vespers rond 17 uur en een gebed om de dag af te sluiten. Een permanente verbondenheid met God. Daar zorgt die structuur voor. Maar partners gaan vaak allebei uit werken, hebben activiteiten met hun kinderen en zijn betrokken bij de huistaken. Zo’n structuur toepassen en volhouden blijkt erg moeilijk en er is zo veel dat ons afleidt.’