01 feb '17

Vertrouwen, overleg, aandacht en warmte

3288
door Patrick Gijssels
Hans Bonte (SP.A) was in 2013 enkele weken burgemeester van Vilvoorde toen hij bezoek kreeg van de staatsveiligheid en het Orgaan voor de Coördinatie en de Analyse van de Dreiging (OCAD). De boodschap: Vilvoorde heeft een ernstig veiligheidsprobleem.

Met Jessika Soors als deradicaliseringsambtenaar ontstond op korte tijd een preventiebeleid dat Vilvoorde in het nieuws bracht en bekend raakte tot in het Witte Huis in Washington. Het regende uitnodigingen – en nog steeds – om overal ter wereld de aanpak van Vilvoorde uit te leggen. Sinds juni 2014 is er niemand meer richting Syrië vertrokken, wat uniek is in Europa.

De basisprincipes zijn: het vertrouwen van de moslimgemeenschap verdienen, geduldig en permanent overleggen met talrijke organisaties en sleutelfiguren en ingaan op de problemen van jongeren die kunnen radicaliseren door hen te geven wat ze nodig hebben: aandacht en warmte. Bonte: ‘Het verdriet van moeders, vaders, broers en zussen, de tranen die bij liters vloeiden, dat was de hefboom om te kunnen sensibiliseren.’ 

Hoe begin je eraan om een nieuw beleid uit werken, vanuit het niets?
Soors: ‘In 2013 vertrokken heel wat jonge mannen uit Vilvoorde naar Syrië om er te vechten. Familieleden zochten hulp bij de moskee, bij het bestuur of trainers van een voetbalclub, bij sleutelfiguren. Eigenlijk zochten ze allemaal dezelfde oplossingen, als losse schakels.'

'Onze eerste stap was om hen met elkaar te verbinden. De moskee heeft daarin een belangrijke rol gespeeld. Als je iets wil doen aan radicalisering van moslimjongeren, doe dan iets aan de gespannen relatie tussen bepaalde jongeren en de politie. Dat advies hebben we onmiddellijk opgevolgd, door individuele gesprekken, samen met een vertegenwoordiger van de moskee.'

'Op zaterdagmorgen luisterde de burgemeester met een vertegenwoordiger van de politie naar de jongeren. Daaruit is een structurele dialoog gegroeid, een debatgroep die maandelijks samenkomt waarin we vooral salafistische jongeren bereiken. We bespreken er bijvoorbeeld waarom mannen geen hand geven aan een vrouw. Het doel is om in een veilige context de situatie op straat te ontmijnen. We vragen ook de imam of een theoloog om duiding.’ 

Jessika Soors: ‘Als je iets wil doen aan radicalisering van moslimjongeren, doe dan iets aan de gespannen
relatie tussen bepaalde jongeren en de politie.’

Bonte: ‘Naast de informatie van de staatsveiligheid en het OCAD zijn er twee elementen die ons hebben aangezet om grondig te werken. Eén: de talrijke hulpvragen van ongeruste familieleden van radicale jongeren en Syriëstrijders. Zij vonden in schepen Fatima Lamarti een laagdrempelige gesprekspartner die wat voor hen kon doen. Twee: de waarschuwing van Michèle Coninx, voorzitter van Eurojust, die op Europees niveau onder meer terrorisme coördineert. Volgens haar diensten had België een groot probleem, Vilvoorde in het bijzonder.'

'Pas later kwam er ongerustheid over Molenbeek. Toen ik in 2013 in de Kamer van Volksvertegenwoordigers over het veiligheidsprobleem vragen stelde aan toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet (CDH), geloofden de aanwezige parlementairen mij niet. Waar is die mee bezig?, zag ik hen denken.’

Soors: ‘Al wie een rol kon spelen, hebben we bijeengebracht met de vraag: Wat kunnen we doen? Vervolgens begonnen we met sensibilisering: vormingssessies voor de politie, het socio-culturele middenveld, OCMW-medewerkers, straathoekwerkers. Op dit moment hebben we een voltijds personeelslid dat bezig is met preventie in scholen.’

Stel dat je een oproep krijgt over een jongere die mogelijk radicaliseert, wat doe je dan?
Soors: ‘Vanaf het begin hadden we een instrument nodig om ons buikgevoel te objectiveren. We investeerden in sociale mapping. We gaan na of de jongere een link heeft met een potentiële vertrekker zoals een broer, neef of vriend. Aan de persoon die de gevaarsituatie meldt, vragen we uitgebreide informatie; ook of de jongere zijn woorden in daden zou kunnen omzetten. We responsabiliseren hem of haar door te vragen wat ze zelf als initiatief hebben genomen. We willen weten waarom iemand nu met een melding komt en niet een week eerder of later en uiteraard of er onmiddellijke actie nodig is.'

Hans Bonte: ‘De oplossing is niet: deuren dicht voor de moslimgemeenschap, wel het tegenovergestelde. Je kan het probleem van radicaliserende jongeren niet oplossen zonder de moslimgemeenschap.’

'Meestal gaat het om een en-en-verhaal. De jongere heeft problemen thuis, en op school, en in de sportclub. Daar gaan we informatie vragen. Maandelijks hebben we ook een multidisciplinair overleg met sleutelfiguren uit de moslimgemeenschap, jeugdwerkers en hulpverleners. Daardoor kunnen we tot maatwerk komen. Voor elke jongere is een eigen aanpak nodig. Luisteren en iets doen aan de achterliggende problemen volstaat vaak om zijn of haar radicalisme te stoppen. In ons preventief beleid volgen we op dit moment 133 inwoners op.’

Hebben radicale moslimjongeren en Syriëstrijders een bepaald profiel?
Bonte: ‘Allemaal vinden ze dat hun toekomst niet hier ligt in België of Vilvoorde, maar elders. Toch zie ik drie verschillende groepen. De eerste groep die naar Syrië vertrok, was verbonden met Sharia4Belgium en heel wat deelnemers hadden een crimineel verleden. De tweede groep vertrekkers waren de ‘volgers’, die aangespoord waren door de eerste groep. De derde groep, hier in  Vilvoorde, bestaat vaak uit kwetsbare jongeren, psychologisch beïnvloedbaar. Volgens onze hulpverleners hebben ze vaak een onvoldragen identiteit.’

Soors: ‘Dan is het makkelijker om te doen geloven dat de radicale islam de wereld zal redden. In feite is radicaal zijn gemakkelijk. Alle antwoorden over identiteit waarmee je worstelt als jongere, krijg je op een bordje: dit is je identiteit – je wordt een held –, dit zijn je vrienden, dit zijn de boeken die je moet lezen, dit zijn je kleren en dit is je ticket. Moeilijke vragen lossen ze voor jou op.

Persoonlijke ontwikkelingsproblemen, gecombineerd met een lamentabele thuissituatie en een schoolsituatie waarin iemand geen toekomst ziet, voedt radicaal denken. Dan is er ook de dualiteit van de pers. Hoe meer de media aan radicalisme aandacht geeft, hoe meer sexy het lijkt om naar Syrië te trekken. In de krant staan, is de ultieme middelvinger.’

Bonte: ‘De oplossing is niet: deuren dicht voor de moslimgemeenschap, wel het tegenovergestelde. Je kan het probleem van radicaliserende jongeren niet oplossen zonder de moslimgemeenschap. Je moet je openstellen voor hen, ze moeten gehoord worden en – boven alles – ze moeten je vertrouwen. En daar knelt het schoentje bij politiediensten, gemeentebesturen, hulpverleners en inlichtingendiensten in bijna alle steden en landen die ermee te maken krijgen.

Wie gaat vertrouwen krijgen en dus ook informatie? Als er niemand is waarmee je een band kan opbouwen, lukt het niet. Wij hebben Fatima Lamarti als schepen en Tarik Yahyioui als hoofdinspeteur in het politiekorps. We hadden Moad El Boudaati, die enorme verdiensten heeft in de Vilvoordse deradicalisering en nu rond hetzelfde thema in gevangenissen werkt, we hebben Achraf Senhaji, zijn opvolger.'

'Het is nog te weinig, ik weet het. Toch is het absoluut noodzakelijk dat een stad haar bevolking weerspiegelt. Als er vertrouwen is van de stad en haar inwoners in medewerkers van allochtone afkomst, zal er ook vertrouwen komen van de allochtone gemeenschap. Als je de deur sluit voor de moslimgemeenschap, lukt het nooit. In Vilvoorde spelen de gezinnen zelf en de moslimgemeenschap een sleutelrol in de preventie van radicalisering.’

Is Vilvoorde daardoor een veilige stad?
Bonte: ‘Dat is wat anders. Brussel is dichtbij. En het is hallucinant hoe weinig federale middelen de politiezones van de Rand krijgen ten opzichte van Brussel, waar radicalisering nog altijd een taboe is. Op preventief vlak gebeurt er niets. De Franstalige correctionele rechtbanken in Brussel en het Franstalige justitiehuis werken bijzonder slecht. Met de FOD Justitie is er een communicatiebreuk. Er zijn acht radicale Vilvoordse gedetineerden die zullen vrijkomen. Van wie krijgen ze bezoek, hoe worden ze begeleid en wanneer komen ze vrij? We slagen er niet in hierover informatie te krijgen. Dat is bijzonder verontrustend.’

REAGEREN

Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels.