01 sep '17

Oost-Indische kers

128
door Tine Maenhout
In de loop van de 17e eeuw brachten de Spaanse Conquistadores kleurige, eetbare bloemen mee huiswaarts van hun expedities in Peru. Vandaag vind je tegen het einde van de zomer een fijne selectie van deze gele, oranje en rode Oost-Indische kers bij Bel Akker, de moestuin van Bel Mundo in Molenbeek.

Daar krijgen laaggeschoolden, langdurig werklozen, mensen die leven van een uitkering en asielzoekers de kans om een opleiding te volgen en werkervaring op te doen.

Ze helpen mee in de moestuin van de vzw, de schrijnwerkerij, de winkel met artisanale producten of het duurzame restaurant Bel Mundo. De Oost-Indische kers van Bel Akker is het pronkstuk van de inspanningen van heel het team, een kleurrijk bloemenbed dat de tuin siert en de borden van Bel Mundo na de pluk eer aan doet.

TROFEE

Aline Morocutti, de verantwoordelijke tuinvrouw van Bel Akker is fier op het pittige gewas dat jaarlijks de tuin in frisse kleuren schildert. Oost-Indische kers is een zeer gewaardeerde plant. De bloemen en bladeren zijn eetbaar, maar de plant wordt ook gebruikt om bladluizen aan te trekken, waardoor andere planten ervan gevrijwaard blijven.

Die beschermende functie zit ook vervat in de oorspronkelijk benaming Tropaeolum Majus. Het is een verwijzing naar het Griekse tropaion, wat trofee betekent. De Grieken hadden immers de gewoonte de helmen en schilden van hun overwonnen vijanden mee huiswaarts te nemen om ze als trofee aan een boom te hangen. Aangezien de gladde, grauwgroene bladeren op een schild lijken, heeft de Zweedse arts en plantkundige Linnaeus dit plantengeslacht Tropaeolum genoemd, refererend naar de toenmalige Griekse gewoonte. 

HEEL DE PLANT

Elk deel van de Oost-Indische kers is eetbaar. Zaadjes, bladeren, bloemen: je kan ermee aan de slag in de keuken. De kleurige bloemen gebruik je om een salade op te fleuren evenals de blaadjes die naar waterkers smaken en dus een pittig accent aan gerechten toevoegen. Spoel de bloemen en de blaadjes wel altijd eerst voorzichtig voor je ze gebruikt.

Van de bladeren kan je ook, in combinatie met aardappelen, een heerlijk soepje brouwen. De zaden van de plant kan je gebruiken als vervangers van kappertjes, mits je ze eerst in azijn inlegt. Ze smaken een beetje peperachtig en brengen zoutloze gerechten op smaak. Oost-Indische kers doet het ook voortreffelijk in tartaarsaus.

Eet gerust flinke porties van de bloemen. Oost-Indische kers is ontzettend gezond en heeft de reputatie een uitstekend antibioticum te zijn. De bladeren bevatten grote hoeveelheden vitamine C. Er worden tal van medicinale eigenschappen aan toegeschreven, zoals het verhogen van de weerstand, het zuiveren van het bloed, het bestrijden van infecties en kaalheid. Ook is het gewas een belangrijk wapen in de strijd tegen voor- en najaarsmoeheid.

 

gevulde oost-indische kers

• verse tonijn
• 1 el mayonaise
• 1 sjalotje
• kappertjes of zaden Oost-Indische kers
• peper en zout

Hak de tonijn zo fijn mogelijk. Meng dit met wat mayonaise, fijngesneden sjalot, wat kappertjes of zaden en breng op smaak met peper en zout. Vul de bloemen en serveer.