Filip Osselaer is de auteur van graag gelezen wielerboeken over Lucien Van Impe, Roger De Vlaeminck, Eddy Planckaert en Remco Evenepoel. Bij die boeken hoort ook vaak een theatertournee waarin de mooiste verhalen van het boek op het podium worden verteld, vaak met de wielercoryfee in kwestie erbij.
Het verhaal van Flandria is wat dat betreft een buitenbeentje. De wielersport is in dat boek nog meer dan anders een aanleiding om ook een ander verhaal te vertellen. ‘Ik hoor vaak dat de extra lagen die ik aan een sportverhaal toevoeg de mensen aanspreken’, vertelt Osselaer. ‘Flandria is niet alleen het verhaal van een grote wielerploeg uit de jaren zestig en zeventig, maar ook van een familiebedrijf dat wereldtop was, maar net als de ploeg ten onder is gegaan.
Dat familiebedrijf was een schoolvoorbeeld van succesvol West-Vlaams ondernemerschap.
Filip Osselaer: ‘Het begint inderdaad in het diepe West-Vlaanderen, waar veel neringdoeners bedrijven opstarten die soms blijven groeien en bloeien. Bij de familie Claeys begon het ooit met een eenvoudige smidse, tot onder Aimé Claeys de gouden tijden aanbreken, en vooral zijn zoon Pol zich meer en meer in de wielerwereld begaf. Zo is Flandria over de generaties heen uitgegroeid tot een bedrijf van wereldformaat, dat niet alleen fietsen en bromfietsen, maar ook gasmaaiers, tractoren, pikdorsers en zelfs gasconvectoren verkocht. Op het hoogtepunt waren er meer dan 3.000 mensen in dienst. Iedereen in Zedelgem en de ruime omgeving die een job wilde, ging langs bij ‘meneer Pol’. Het bedrijf begon ook grond op te kopen waar nu de wijk De Leeuw ligt, en waar de mensen die bij Flandria werkten ook woonden. Flandria had een eigen toneelgezelschap, een eigen fanfare, twee voetbalploegen.’
Het kon niet op, tot het blijkbaar toch op was.
‘Familiebedrijven worden vaak te lang in de familie gehouden. Ook bij Flandria waren veel broers en aanverwanten betrokken, die allemaal hun eigen activiteiten en specialiteiten hadden. Daardoor ontstond er na verloop van tijd wrijvingen en onenigheden. Het bedrijf Superia splitste zich af van Flandria, en in het midden van het bedrijf kwam er letterlijk een muur te staan. Ondertussen stond de rest van de wereld niet stil en begonnen ze elders ook goede fietsen en motoren te maken, die dikwijls goedkoper waren. Zo komt Flandria eind jaren zeventig in moeilijkheden.’
Toch zullen veel mensen de legendarische rood-witte wielertruitjes van Flandria nog herkennen. Eddy Merckx heeft nooit bij die ploeg gereden, maar voor de rest zowat elke wielergrootheid uit die tijd.
‘Zelfs Briek Schotte nog op het einde van zijn carrière. Maar ook Rik Van Looy, Walter Godefroot, Eric Leman, Tourwinnaar Jan Janssen, Freddy Maertens, Michel Pollentier, Marc Demeyer, Jean-Pierre Monseré, Roger De Vlaeminck, Joop Zoetemelk. Allemaal omdat Flandria op een gegeven moment besliste om hun merk en hun grote netwerk van winkels meer zichtbaarheid te geven door wielersponsor te worden. Twintig jaar heeft dat verhaal geduurd. Van 1959 tot 1979. En in die twintig jaar hadden ze heel veel succes. Ze wonnen wereldkampioenschappen, alle mogelijke klassiekers, en een paar grote rondes. Zo won Marc Demeyer in 1976 Parijs-Roubaix en wordt Freddy Maertens in 1976 wereldkampioen. In 1977 won Maertens zowat elke wedstrijd waaraan hij deelnam, waaronder de Ronde van Spanje. Terwijl Michel Pollentier in dat jaar de Ronde van Italië won. Het is bijna onwaarschijnlijk dat drie zulke grote renners samen in één ploeg reden en eigenlijk ook alles voor elkaar deden. Dat waren drie musketiers. Winnen is winnen, wisten zij, want ze werden er financieel allemaal beter van.’
Ongeveer gelijktijdig met de neergang van het bedrijf zet zich ook de sportieve neergang in. De Tour van 1978 was een breekpunt.
‘Meneer Pol, die eigenlijk zowel het bedrijf als de wielerploeg leidt, beseft waarschijnlijk te weinig dat het hen allemaal wat boven het hoofd groeit. Ondertussen waren er honderden winkels in Vlaanderen waar Flandria fietsen of convectoren verkocht werden. Al die winkels krijgen supportersclubs, waar ook renners uitkomen om plaatselijke koersen te rijden. Daardoor rijden er op het hoogtepunt meer dan 50 coureurs bij Flandria. In 1971 was Jempi Monseré al verongelukt op het moment dat hij wereldkampioen was. In de Ronde van Italië viel Freddy Maertens, waardoor diens carrière werd afgebroken. En op het moment dat Michel Pollentier op het punt staat om de Tour van 1978 te winnen, volgt het verhaal van de ‘peer van Pollentier’, waarbij hij propere urine smokkelde om de dopingcontrole te omzeilen. Zo is het uiteindelijk allemaal teloor gegaan.’
Naast het boek sta je ook met Aimé Claeys op de scène en is er aandacht voor muziek?
‘Omdat muziek een plaats heeft in dit verhaal. Ik zei al dat Flandria zijn eigen fanfare had. Daarnaast waren er ook muzikanten die bij Pol Claeys op een goed blaadje wilden staan. De bekende zanger, conferencier en presentator Willy Lustenhouwer uit Brugge bijvoorbeeld, die liet zijn nieuwe platen altijd eerst aan meneer Pol horen. Om maar te zeggen dat ook de Vlaamse muziek die toen uit de jukebox kwam, verbonden is met het verhaal van Flandria.’