01 dec '18

Duivel-doet-al

336
door David Bitoune
Jeroen Vereecke uit Dilbeek werd vorige maand door Werner Dewachter aangeduid om deketting voort te zetten.

Terug van weggeweest. Of toch bijna. De geboren en getogen Dilbekenaar Jeroen Vereecke bleef na zijn studies sociologie aan de Gentse universiteit in de Artevelde stad plakken. ‘Het klassieke verhaal van vele studenten. Het was er te leuk en interessant om naar de Rand terug te keren.’ En daar werd hij een bekende naam. Vereecke stond mee aan de wieg van het groene stadsfestival Boomtown, runde een managementbureau voor artiesten, stippelde mee de ‘wet Schauvliege’ uit over de geluidsnormen voor muziekactiviteiten, werkt tegenwoordig als geluidstechnieker voor Het Zesde Metaal en stampte onlangs mee een bedrijf uit de grond dat watertaps introduceert in de horeca, en zo de sector duurzamer moet maken. ‘Het is absurd dat we dagelijks massa’s water vervoeren terwijl we kraantjeswater perfect als drinkwater kunnen consumeren. Een Belg drinkt gemiddeld 136 liter verpakt water per jaar. Dat is het zesvoudige van onze noorderburen. Ons flessenwaterverbruik moet worden teruggeschroefd.’

Een duivel-doet-al, zo kan je hem omschrijven. ‘De ene dag sta ik achter de geluidstafel, de andere dag aan de onderhandelingstafel. Die variatie is net interessant. Bovendien is muziek mijn passie. Van je hobby een job maken, daar droomt toch iedereen van?’

PUTTEN BLIJVEN 

‘Ik ben lang uit Dilbeek weggeweest, maar kom er nu veel vaker. Wat mij opvalt is dat er al die tijd weinig is veranderd. Hoewel, in het centrum zijn vele winkels uit het straatbeeld verdwenen. Auto’s zoeven voorbij, maar de putten in de wegen, waar we als kind langs fietsten, zijn er nog altijd. Het gebrek aan deftige fietspaden noopt ouders om hun kinderen veiligheidshalve naar school te vervoeren. Vooruitgang lijkt in Dilbeek niet aan de orde. Maar dat kan evengoed gezegd worden van andere residentiële gemeenten in de Rand. De relatie tot Brussel blijft moeilijk. De houding tegenover de stad is vaak te defensief, terwijl het bundelen van de krachten net een verrijking is. We moeten de nabijheid van Brussel benutten en op een positieve en creatieve manier onze eigen positie innemen.’

VERENIGEN

‘Wist je dat in de oorspronkelijke plannen van de Westrand een metrohalte in het gebouw werd ontworpen, zodat van hieruit gependeld kon worden naar Brussel en omgekeerd? Dat was destijds een even vooruitstrevend als utopisch idee. Vandaag zou dat werkelijkheid kunnen zijn, maar dat is het helaas niet geworden. Dat zijn gemiste kansen.’ 

De taalkwestie? ‘Dat Dilbeek het Nederlandstalige karakter intact houdt is een goede zaak, maar dat betekent niet dat je barricades moet optrekken. Verenigen is de boodschap. Een progressieve en open ingesteldheid naar diversiteit toe, gecombineerd met de Vlaamstalige eigenheid, dat mis ik hier. Het ene zou het andere niet mogen uitsluiten.’ 

De troeven in de Rand? ‘Er zijn vele troeven, maar ze worden niet goed uitgespeeld. Gezien de uitstekende ligging zou Dilbeek een innoverende positie in de Rand kunnen innemen. Als een van de grootste gemeenten in de Rand zijn de middelen in principe voorhanden.’ Of hij zich op termijn definitief in Dilbeek wil nestelen? ‘Dat is mogelijk. Mijn vriendin woont hier, mijn familie ook. Ik heb hier mijn hele jeugd doorgebracht. Die connectie blijft. Daartegenover: het stadsleven ligt mij nauw aan het hart. Jobsgewijs kom ik overal. Ik ben niet gebonden aan een bepaalde plek en kan mij met een open blik op vele plaatsen thuis voelen.’