01 feb '20

Ringslang
aan de Ring

944
door Michaël Bellon
De ringslang heeft zijn naam niet van de Brusselse Ring, maar van de typerende gele vlek in zijn nek, die de vorm heeft van een ring. Toch bevindt één van de vindplaatsen van ringslangen in Vlaanderen zich aan de drukke verkeersader. Roel Paessens helpt de beesten pendelen tussen Zellik en Ganshoren

Roel Paessens is een architect uit Dilbeek, maar sinds hij in zijn jeugd veel tijd doorbracht in de moerassen van Ganshoren, ligt zijn passie bij het leven in en rond het water. Dan mag je denken aan kikkers en amfibieën, maar ook aan reptielen. Zo is hij in lente en zomer vaak te vinden bij zijn vrienden de ringslangen aan de spoorwegbedding tussen Ganshoren, Jette en Zellik.

Geïmporteerd

De ringslang is naast de adder en de gladde slang één van de drie slangensoorten die in België voorkomen (de hazelworm kennen we ook, maar dat is een hagedis zonder poten). Ze komt voor tot in Zweden en is dus geen zuidelijke soort. Bij ons is ze hoofdzakelijk in de Ardennen te vinden. Daarnaast heb je kolonies in Hoegaarden, de omgeving van Geel, de streek rond Maaseik, en sinds een jaar of veertig ook in Ganshoren. Waarschijnlijk is ze ooit via de groendienst van Jette aan Poelbos geïmporteerd met een partij buitenlandse compost, of door iemand losgelaten. ‘Toen ik daar een jaar of acht geleden hoorde van de slangen, was ik verwonderd’, zegt Paessens. ‘Maar toen iemand uit Leuven die de populatie opvolgde mij hun verstopplaatsen toonde, heb ik het onderzoek van hem overgenomen.’

In de compost

Dat onderzoek betreft het monitoren van de populatie, die officieel tot de ondersoort van de gevlekte ringslang behoort. ‘In de periode buiten hun winterslaap, van eind april tot oktober, ga ik twee à drie keer per week langs om dieren te zoeken en te identificeren aan de hand van het vlekkenpatroon op de buik. Dat is voor elk dier uniek en dus kan je ze er hun hele leven aan herkennen. Door ze te meten en te wegen, hou ik bij hoe oud ze zijn en of de omstandigheden goed genoeg zijn om de gewenste groei van twaalf centimeter per jaar aan te houden. Elk jaar vind ik een vijftigtal nieuwe exemplaren van alle leeftijden.’

Dat de slangen het zo goed doen - in totaal zitten er zeker tweehonderd - komt mede doordat Paessens en enkele andere vrijwilligers ervoor zorgen dat het moeras vochtig genoeg blijft door in de zomer hier en daar dammen aan te leggen. Zo zijn er ook genoeg kikkers en padden die als voedsel dienen. ‘Daarnaast leggen we composthopen met maaiafval en paardenmest aan omdat de ringslang een warmtebron nodig heeft waar haar eieren kunnen uitbroeden. Een paar jaar geleden hebben we in zo’n hoop eens 240 eitjes gevonden die allemaal uitgekomen waren. Terwijl een slang gemiddeld acht tot veertien eitjes legt.’

Dood of stinkend

Moeten wandelaars schrik hebben? ‘Totaal niet. De slangen leven verborgen en willen bij een confrontatie alleen maar vluchten. Zelfs als je ze vastneemt, zijn ze niet agressief. Ze zullen zich voor dood houden, omdat roofdieren in de natuur alleen interesse hebben in levende dieren. Of de grotere exemplaren ledigen hun darmkanaal om een stinkende vloeistof uit te scheiden.’ Voor het ecosysteem zijn de ringslangen evenmin een bedreiging, want er zijn kikkers en padden genoeg. En met de eksters, kraaien, fazanten, reigers en vossen hebben de jonge slangen, die niet groter zijn dan een potlood, zelf voldoende natuurlijke vijanden.’

Het enige probleem is het toenemende fietsverkeer in het natuurgebied, dat al afgesneden wordt door de bebouwing van Jette, Ganshoren en de Ring. Via de spoorwegbedding raakte de slang vroeger makkelijk tot in Zellik, maar de nieuwe fietsroute vanuit Asse stelt het warme, vochtige maar vooral kalme biotoop van de spoorwegtalud met gracht op de proef. Daardoor kreeg Paessens de toestemming om de Zellikse exemplaren van de beschermde soort terug naar Ganshoren te brengen. Als er ook nog een fietssnelweg vanuit Dilbeek zou bijkomen, dan zullen de ringslangen voor altijd beperkt blijven in hun bewegingsvrijheid. Tenzij een ecoduct vanuit het Laarbeekbos over de Ring ooit soelaas zou brengen.