01 sep '20

Levensecht
van eigen bodem

299
door Tom Peeters
De voorbije 'anderhalvemeterzomer' kleurden de podia van de voorzichtig hernemende, als zomerterrassen gecamoufleerde, festivals Belgisch. Deze legendarische liveplaten van eigen bodem zijn 100% coronaproof.

Toen in de jaren 1970 de internationale sterren massaal liveplaten begonnen uit te brengen, als reactie op het illegale bootlegcircuit en om wat extra tijd te kopen tussen studioalbums (en rehabs), bleef het hier lange tijd stil. Een nieuwe generatie muzikanten moest duidelijk nog podiumervaring kweken. Ja, er was chanson en kleinkunst geweest, maar om daarvan een gerenommeerde liveopname terug te vinden moeten we naar Parijs, waar Jacques Brel in de Olympia zijn internationale reputatie kracht bijzette. Twee optredens werden officieel gecapteerd, in 1961 en 1964. Brel zingt en gesticuleert alsof zijn leven ervan afhangt. Vooral de openingstrack Dans le port d’Amsterdamof kortweg Amsterdam van de tweede plaat baart opzien. Begeleid door een accordeon gaat het drama en de passie crescendo. De personages uit de havenkroeg komen door de erg fysieke performance van Brel ook in de zaal tot leven. Het applaus is euforisch. Als je het nummer op de radio hoort, is het steevast deze live-uitvoering uit 1964. Een studioversie werd nooit uitgebracht. Tijdens dezelfde show zong Brel ook over zijn plat pays, en aan latere cd-heruitgaven van Enregistrement Public à l’Olympia 1964 werden populaire nummers over Jef, Mathilde en Madeleine toegevoegd. Die ontbraken op de originele plaat die slechts acht nummers telde. Voor meer was er geen plaats op twee vinylkanten.

Rockend chanson

Via Parijs en Amsterdam belanden we opnieuw in eigen land, waar midden jaren 1970 chanson en kleinkunst op hun retour waren. Artiesten probeerden er in het zog van succesvollere Engelstalige collega’s wat meer te rocken, niet vanzelfsprekend in het Nederlands. De eerste schuchtere pogingen om een liveplaat op te nemen, waren er met hindernissen. Brel-fan Johan Verminnen mocht het op 3 maart 1977 in de Workshop in Schaarbeek aan den lijve ondervinden. Zijn vaste drummer Firmin Timmermans was de avond voor de liveopname met zijn hand door een raam gegaan en moest op de valreep vervangen worden door een studiomuzikant. Het weerhield voormalig AB-directeur Jari Demeulemeester, organisator van Mallemunt, niet de overgang van slapend naar rockend Vlaanderen enthousiast aan te kondigen: ‘Voor de eerste keer levensecht op een zwarte schijf rockend chanson op 33 toeren!’ Live bevat naast Brussel en Mijn Broer en Ik onder andere een cover van Ramses Shaffy’s Sammy. Maar het merkwaardigst van al: de vijfhonderd aanwezige fans hoor je niet op de plaat. Men had er gewoon niet aan gedacht ze op te nemen.

Klassiekers

Een jaar later lukte het tijdens de eerste liveopname van Raymond van het Groenewoud wel om de sfeer en de levendige interactie met het publiek in de Gentse Vooruit vast te leggen. Net als Brel is de vervlaamste Nederlander het gewoon de draak te steken met hypocrisie en kleinburgerlijkheid, maar zijn onbescheiden gescherts werkt ook bewust op de heupen. Letterlijk. Met de hulp van muzikanten Mich Verbelen, Stoy Stoffelen en Jean Blaute, die Kamiel in België zou produceren, passeerden met het toen nog recente en controversiële Vlaanderen Boven, Zjoske Schone Meid, Gelukkig Zijn en Ik Wil De Grootste Zijn tal van klassiekers de revue. Aangevuld met de prille rocknummers van Louisette Maria, Maria, Ik Hou Van Jou en Zij Houdt Van Vrijen en – op de latere cd-heruitgave – Meisjes krijg je een levensechte synopsis van het eerste decennium Raymond. Het hondje op de hoes werd getekend door Kamagurka en blaft niet, maar bijt.

Melancholie

Van Gent gaan we opnieuw naar Brussel. Uit de tijd dat je Gorki nog met een y schreef dateert Boterhammen. Luc De Vos en co hadden slechts een jaar eerder hun historische titelloze debuut uitgebracht en deze mini-cd bestaat overwegend uit nummers van die plaat. Extraatje Ooit Was Ik Een Soldaat werd door de fans ooit verkozen tot beste Gorky/Gorki-nummer aller tijden. Mia, toen nog een b-kantje, zou pas later de hymne worden die we nu allemaal woord voor woord meezingen. Voor het semi-akoestische concert dat in het Warandepark opgenomen had moeten worden, werd omwille van de regen op de valreep uitgeweken naar de Ancienne Belgique. De originele lineup van de band was voor de gelegenheid aangevuld met een extra slidegitarist, een violist, Patrick Riguelle op mondharmonica, lapsteel en piano, en Rick De Leeuw van Tröckener Kecks mocht meezingen op Soms Vraagt Een Mens Zich Af. Samen trekken ze een blik semi-naïeve jongensachtige melancholie open dat nooit meer terugkomt. Hier heerst vrede en er is hoop voor iedereen.


 Jacques Brel – Enregistrement Public à l’Olympia 1964 (1967) Johan Verminnen – Live (1977) Raymond van het Groenewoud – Kamiel in België (1978) Gorky – Boterhammen (1992)