01 sep '20

Abstracte kunst in vogelvlucht

327
door Ines Minten
De tentoonstelling Abstracte kunst in vogelvlucht in het museum FeliXart in Drogenbos doet wat ze belooft. Ze geeft de bezoeker een snelle maar grondige blik op wat abstracte kunst was in het verleden en wat ze vandaag nog kan betekenen.

De tentoonstelling loopt eenvoudig chronologisch, van de eerste aanloop naar abstractie in de twee eerste decennia van de twintigste eeuw tot de mogelijke betekenis van abstracte kunst vandaag. Voor Abstracte kunst in vogelvlucht werkte directeur Sergio Servellón nauw samen met het Museum van Elsene, dat nog even in de steigers staat. Felix De Boeck, de landbouwer-kunstenaar rond wiens oeuvre FeliXart zijn werking uitbouwt, kreeg in 1965 een retrospectieve tentoonstelling in Elsene. Het museum kocht toen zijn schilderij De duif, een werk dat nu dus de korte vlucht terug naar huis onderneemt.

Het oog maakt het beeld

‘Voor de vroegste periode hebben we het geluk dat Elsene een mooie collectie Brabants fauvisme heeft. De meer lyrische variant daarvan zie je bijvoorbeeld goed bij Ferdinand Schirren.’ Servellón wijst werken aan zoals La lecture of Les poissons rouges. Daarin raakt de kunstenaar de abstractie al wat aan door vlekken te schilderen die het oog dan moet samenstellen tot figuren. Dat de prille abstracte kunst ook een andere richting uit kon, bewijst een werk als Harmonium van Louis Thevenet uit 1917. ‘De compositie van dat lege interieur is veel strakker en gaat al wat richting geometrie.’ Het vraagt niet al te veel verbeelding om van daaruit een rechte lijn te trekken naar schilders als Mondriaan en Van Doesburg die het belang van geometrie later tot het uiterste zouden doortrekken. Het is een tweedeling die je altijd zal blijven zien in de abstractie.’

Louis Thevenet komt overigens niet zonder anekdote. ‘Hij woonde hier in Drogenbos, huurde zelfs een woning van de moeder van Felix De Boeck’, vertelt Servellón. ‘En hij heeft de jonge Felix, die toen vooral tekende, ertoe aangezet om met kleur te werken. Ik zal wat verftubes voor je meebrengen, zei hij. Zodoende.’

Voluit experimenteren

‘Na de Eerste Wereldoorlog volgt er opeens een wedloop richting abstractie’, legt Servellón uit wanneer we naar de tweede kleine zaal lopen. Schilders zoals De Boeck, Floris Jespers en Victor Servranckx gaan voluit voor het experiment. Musea en verzamelaars kopen enthousiast werken van die eerste generatie Belgische abstracten. Maar na enkele jaren wordt het weer windstil rond de stroming. Pas na 1945 kent België een nieuwe stroom abstracte kunst, met heel eigen visies en accenten. In twee zalen legt de tentoonstelling haarfijn uit hoe de tweedeling tussen lyrische en geometrische abstractie er bij die generatie uitzag.

Nieuwe instrumenten

‘Een evenwicht dat we met deze tentoonstelling niet opzettelijk gezocht maar toch gevonden hebben, is dat tussen mannelijke en vrouwelijke kunstenaars.’ Dat blijkt uit het laatste deel van de tentoonstelling. Met een selectie hedendaagse werken toont de expo wat de term abstracte kunst vandaag nog kan betekenen. Een videowerk van Edith Dekyndt prijkt er naast werken van Dan Van Severen, Ann Veronica Janssens of Marie-Jo Lafontaine. ‘Zij zouden zich niet allemaal zonder meer abstracte kunstenaars noemen, dus je moet zo’n selectie wel verantwoorden. Ik wil vooral laten zien dat er dankzij die abstracte stroming nieuwe instrumenten ter beschikking van kunstenaars zijn gekomen waarmee ze zich kunnen uitdrukken. Bij Ann Veronica Janssens vind  ik dat bijvoorbeeld heel duidelijk.’

Wat ook opvalt in de laatste ruimte is het meditatieve karakter van veel werken. ‘Hun zeggingskracht gaat verder dan de louter geometrische vorm. Kijk maar naar de lagen van de huid in het werk van Van Severen (1978-1979). Of naar Trilogie 2 van Michel Mouffe (1985). Het lijkt monochroom, maar als je beter kijkt, zie je hoe het beeld laag per laag tot stand is gekomen.’ Op de zijkant van het doek kun je die aparte kleurlagen nog zien wegdruipen. ‘One second of silence van Edith Dekyndt, met zijn langzaam wapperende transparante vlag, verwijst direct naar bezinning en reflectie. En zo besef je toch maar weer hoe ook formele aspecten een bepaald gevoel kunnen overbrengen.’

 Abstracte kunst in vogelvlucht loopt tot 26 september 2021 in FeliXart Museum.