01 okt '20

Niet forceren

339
door Michaël Bellon
Het is een bekende reflex: Nederlandstaligen die in een gesprek met anderstalige medeburgers overschakelen naar het Frans of het Engels. Sympathiek of praktisch misschien, maar ook ongelukkig, want op die manier ontnemen zij hun gesprekspartners informele oefenkansen Nederlands.

Joeri Zelck uit Huizingen pakt het anders aan. Hij is leerkracht Nederlands aan het Heilig-Hart College in Halle en als voorzitter van toneelvereniging Weredi Jeugd in Lot komt hij regelmatig in contact met anderstalige jongeren. Via zijn vrijwilligerswerk voor het voorleesproject Boekenstoet raakte hij ook bevriend met een gezin uit Ecuador, waar het Nederlands een belangrijke plaats heeft gekregen naast het Spaans. Zelck is dus een ervaringsdeskundige als het gaat om het gebruik van het Nederlands met anderstaligen.

Tijd maken

Bij Weredi ziet Zelck steeds meer leden met een anderstalige, meestal Franstalige, achtergrond. ‘Dat is positief, want het is niet evident dat zij kiezen voor een Nederlandstalige vereniging waarbij taal zo’n belangrijke rol speelt. Die jongeren spreken Nederlands, maar ik probeer ook de ouders te betrekken bij wat wij doen.’ 

Waarom schakelen Nederlandstaligen soms zo snel over naar een andere taal? ‘Voor de duidelijkheid. Wanneer je belangrijke  praktische informatie overbrengt, wil je dat daar geen misverstanden over ontstaan. Een tweede reden: tijdsgebrek. Het duurt natuurlijk langer om een gesprek te voeren met mensen die de taal leren. Je moet een zin eens wat anders formuleren, gebaren gebruiken, wat langer wachten op een antwoord. Je moet er dus tijd voor vrijmaken. Maar als iemand de moeite doet om Nederlands te spreken, moet je daar op ingaan.’ 

‘Als iemand de moeite doet om Nederlands te spreken, moet je daar op ingaan.’

Ook als mensen zelf niet de eerste stap zetten, moedigt Zelck hen aan om het toch in het Nederlands te proberen. ‘Vaak waarderen ze dat en merk je dat ze meer kunnen dan gedacht. Als ik merk dat het lastig is of dat de reactie eerder weigerachtig is, zal ik het niet forceren en het later nog een keer proberen. Forceren helpt niet, en je moet zo’n mislukte poging ook niet zien als een afwijzing. Dikwijls is het niet durven in plaats van niet willen. Een taal leren is niet altijd makkelijk.’

Geen dialect

Wat zijn nog tips om een informeel gesprek goed aan te pakken? ‘Verloopt de communicatie via telefoon of per mail, probeer dan zo duidelijk mogelijk te zijn. Maak er geen lange woordenstroom van. Bij de eerste contacten in levenden lijve vraag je of het zal lukken in het Nederlands en kan je aangeven dat fouten maken niet erg is. Je hoeft ook niet meteen met lange gesprekken te beginnen, maar probeer wel zonder tijdsdruk te spreken. Merk je dat mensen nadien opnieuw de stap zetten, grijp die momenten dan aan om over andere onderwerpen te praten. Gebaren helpen om de betekenis van je woorden duidelijk te maken. Vermijd dialect. Gebruik volledige maar korte zinnen. Je hoeft niet op een kinderlijke manier of met verkleinwoorden te spreken. Het kan interessant zijn om woorden te gebruiken die in verschillende talen overlappen. Het Nederlands heeft veel leenwoorden uit andere talen.’ 

Een vriendelijke benadering is misschien nog het belangrijkste. ‘Geef mensen het gevoel dat ze welkom zijn; toon interesse in hun taal en achtergrond. Liefde voor het Nederlands staat liefde voor andere talen niet in de weg. Als ik ga eten bij de familie uit Ecuador leren zij Nederlands terwijl ik wat Spaans aanleer. De kinderen spelen daarin een belangrijke rol. Zij kunnen soms snel woordjes vertalen die de ouders dan weer oppikken.’

Lees meer op: www.derand.be/nl/tips-nederlandstaligen Hoe pakken anderen het aan? Vanaf 14 oktober zendt RING-tv filmpjes uit waarin je concrete voorbeelden kan zien.