01 jun '21

Van Ruisbroek tot Hoog-Itter

685
door Wim Troch
De voorlaatste etappe van de verkenningstocht langs de Ring brengt ons van gewestgrens naar gewestgrens. We vertrekken in Ruisbroek aan de grens van het Brussels en het Vlaams Gewest, om net over de grens tussen Vlaanderen en Wallonië weer halt te houden in Hoog-Itter.

Het deel dat we in deze etappe nader bekijken, zou eigenlijk nooit deel hebben mogen uitmaken van de Ring. Toch niet volgens de oorspronkelijke plannen van na de Tweede Wereldoorlog, waarin het de bedoeling was dat de Ring in Drogenbos een boog zou maken om via Ukkel en Watermaal-Bosvoorde aan het Vierarmenkruispunt de cirkel weer rond te maken. Onder druk van protesten van inwoners uit de zuidrand en natuurliefhebbers die het Zoniënwoud liever niet nog meer aangesneden zagen, werd een compromis uitgewerkt. Zodoende maakt de Ring een omweg van zo’n 25 kilometer via Waterloo. Tussen Ruisbroek en Hoog-Itter (Haut-Ittre) volgt de R0 het tracé van de E19. Sinds eind jaren 60 verbindt die snelweg Brussel met Nijvel, en later ook met Parijs.

Waterstoftank

Op de Ring rond Brussel zijn amper tankstations te vinden. Zo’n tankstation neemt behoorlijk wat plaats in beslag, en die is er langs de Ring niet. Door de vele op- en afritten is de Ring bovendien al behoorlijk complex, zodat een extra weefbeweging van chauffeurs die willen tanken of rusten de doorstroming nog meer zou bemoeilijken. Wie dus zonder brandstof dreigt te vallen, moet de Ring verlaten. Behalve in Ruisbroek. In 2008 was dit het eerste tankstation waar je in ons land waterstof kon tanken, en het allereerste van Europa dat aan een snelweg lag. Het ging om een proefproject in samenwerking met BMW. Op dat moment reden er nog maar een handvol BMW’s met een waterstoftank, dus aanschuiven aan de pomp was het allerminst. Waterstof wordt door sommigen als een veelbelovende alternatieve energiebron gezien – zonder CO2 -uitstoot – maar voorlopig lijken elektrische wagens het pleit te winnen in de strijd om de groene auto’s. De echte doorbraak van waterstof als brandstof bleef uit, en de waterstofpomp in Ruisbroek werd na enkele jaren in alle stilte gesloten. Vandaag blijft het aantal waterstoftankstations in ons land op een hand te tellen.

De vallei van de kunstenaars

Zodra je Ruisbroek en de hoofdstad achter je laat, valt het snel op dat je in een veel groenere omgeving terechtgekomen bent. Hier staan vooral bomen en struiken langs de snelweg, al dan niet vergezeld van geluidsschermen. De snelweg snijdt zich hier een baan door de Zennevallei. Vandaag is het een aangename plek om te wonen, en dat was het begin vorige eeuw zeker. Blijkbaar was de omgeving ook een inspirerende plek, want hier voelden nogal wat kunstenaars zich thuis. Van twee ervan staat in de schaduw van de Ring een museum. In Drogenbos werd in 1996 het FeliXart Museum geopend, gewijd aan de abstracte kunstschilder Felix De Boeck (1898- 1995). De schilder-boer combineerde de schilderkunst met het werken als landbouwer. Vandaag is het moeilijk om Drogenbos te associëren met landbouw, maar het museum staat wel degelijk vlak naast De Boecks vroegere boerderij, die zopas helemaal gerenoveerd werd.

Ook schrijver Herman Teirlinck (1879-1967) was thuis in deze streek. Een goede drie kilometer van FeliXart, in Beersel, staat het Herman Teirlinckhuis. Hier woonde hij de laatste dertig jaar van zijn leven. Vanuit zijn schrijfkamer keek hij over de vallei waar de Zenne meandert. In zijn laatste levensjaren verzette Teirlinck zich hevig tegen de aanleg van de autosnelweg. Deze voormalige schrijverswoning – die hij samen met Henry Van de Velde ontwierp – werd de laatste maanden grondig gerenoveerd. Naast een museum wordt het een ontmoetingsplek waar kunst en cultuur centraal staan. Teirlinck schreef, gaf les en was mentor van koningen Albert I, Leopold III en Boudewijn, maar vandaag is hij bij het brede publiek allicht het bekendst van de toneelopleiding in Antwerpen die hij oprichtte en zijn naam draagt: Studio Herman Teirlinck.

Hier maakt de Ring een omweg van 25 km. Het is het stuk Ring dat nooit de Ring had mogen zijn.

Wat verder staat het kasteel van Beersel, een stoere waterburcht uit de 14e eeuw die nagenoeg alle kenmerken van middeleeuwse verdedigingsarchitectuur bijeenbrengt: een brug over de slotgracht, dikke muren, smalle wenteltrappen of weergangen. In de 19e eeuw raakte het kasteel in verval. Een tijdje werd het bouwwerk als katoenweverij gebruikt, maar begin vorige eeuw werd het gerenoveerd met eerbied voor het verleden. Het forse, enigszins mysterieuze karakter van het kasteel bleef bewaard. Victor Hugo liet zich door het kasteel inspireren voor een gedicht, en in 1953 was het kasteel het decor voor De schat van Beersel, het 25e Suske en Wiske-album.

Natuur met internationale allure

Aan de volgende afrit ligt het provinciedomein van Huizingen. Het park, de speeltuinen, het dierenpark, de trekkershutten en het openluchtzwembad lokken veel bezoekers, maar de echte verborgen parel is de rotstuin. Met een oppervlakte van 5 ha is Bloemendal de grootste botanische rotstuin van ons land. De tuin werd aangelegd in 1958, naar aanleiding van de Wereldtentoonstelling. Honderd ton zwerfkeien en kalksteenrotsen werden uit de Ardennen gehaald. De rotstuin werd tussen 2013 en 2018 gerestaureerd, waarbij zo’n 150.000 planten, struiken, bloemen en bomen werden aangeplant. De beek die door de tuin stroomt, overbrugt een hoogteverschil van 36 meter. Bij het grote publiek is deze alpiene tuin misschien niet zo bekend, maar van over de hele wereld komen natuurliefhebbers naar Huizingen om deze bijzondere tuin te bewonderen.

Niet veel zuidelijker ligt een andere groene oase die binnen- en buitenlandse bewonderaars lokt: het Hallerbos. Het bos is populair wandelgebied, vooral in de maanden april en mei. Dan ontrolt zich een paarse waas in het bos, door de wilde hyacinten die enkele weken in bloei staan. Omdat zovele bezoekers dit onwezenlijke paarse kleed willen bekijken, worden – in niet-coronatijden – zelfs extra bussen ingelegd. Er wordt goed over gewaakt dat het bos geen slachtoffer wordt van zijn eigen succes, en zo lang iedereen op de wandelpaden blijft, is iedereen welkom om te genieten van dit unieke fenomeen.

Het bos maakte ooit deel uit van een groot oerbos dat zich van de Schelde tot de Moezel uitstrekte. Tot de 18e eeuw vormde het met het Zoniënwoud één geheel, maar vanaf dan nam de ontginnings- en verkavelingswoede ongenadig toe. In de Eerste Wereldoorlog liet de Duitse bezetter alle grote bomen kappen, omdat er veel hout nodig was voor de loopgraven in de Westhoek. Later werd het gebied herbebost. Ook al maakt de E19/R0 een kromming rond het bos, toch werden bij de aanleg van de snelweg 25 ha bos onteigend, al blijft het bos een belangrijke groene long. Vandaag blijft er nog 550 ha natuurpracht over.

Verdwenen abdij

Laten we het Hallerbos achter ons, dan komen we in het Waalse Gewest. Woutersbrakel (Wauthier-Braine), dat vandaag tot de gemeente Kasteel-brakel (Braine-le-Château) behoort, is de eerste gemeente die je passeert. Nog wat verder nader je het klaverblad van Hoog-Itter. Aan de ‘binnenkant’ van het klaverblad liggen de restanten van wat ooit de Abdij van Nizelles is geweest. Op de plek waar een school voor adellijke jongens was, werd een abdij voor cisterciënzermonniken opgericht. Het klooster werd bij godsdiensttwisten meermaals geplunderd en in brand gestoken. In 1783 betekende een decreet van keizer Jozef II het einde van de abdij. Hij had immers bevolen om alle contemplatieve kloosters – kloosters waar enkel werd gebeden en niet aan ziekenverzorging of onderwijs werd gedaan – gesloten moesten worden. De abdij werd opgesplitst in twee hoeves. De kerk werd een schuur, maar die brandde in 1845 af. De ruïnes werden eind vorige eeuw gerenoveerd. Vandaag kun je de locatie huren voor trouwfeesten of seminaries.

Als je rechtdoor blijft rijden, kom je via Nijvel en Bergen in Frankrijk terecht, met achter het groene scherm van bomen een uitgestrekt lappendeken aan velden en akkers. Wil je de Ring blijven volgen, moet je hier de uitrit nemen en de wegwijzers ‘Zaventem – Bruxelles Est – Waterloo’ volgen. De snelweg tussen Itter en Waterloo werd in de jaren 70 met een kunstgreep opgenomen in het Ring-tracé. Dat stuk verkennen we in onze volgende etappe.