01 dec '21

De papierindustrie
aan de Molenbeek

1658
door Wim Troch
Ten zuiden van Brussel, in Sint-Genesius-Rode, ontspringt de Molenbeek. Op het eerste zicht een doodnormale beek met een veel voorkomende naam. Toch groeide hij uit tot de hartslagader van een bloeiende economische sector.

Hier vervelde een ambacht tot een exportindustrie met wereldwijde naam en faam. Welkom in de bakermat van de papiernijverheid in ons land.

Catala, de Meurs, Novarode, Winderickx: het zijn klinkende namen uit de hoogdagen van de papierindustrie. De fabrieken lagen ten zuiden van Brussel op een kluitje bij mekaar, in Sint-Genesius-Rode, Drogenbos en de deelgemeenten van Beersel. Behalve hun ligging en het feit dat ze ondertussen allemaal de deuren hebben gesloten, hebben de papierfabrieken nog iets gemeen: ze zijn ontstaan uit een ambachtelijke molen. Want eigenlijk was het papier dat hen zo veel aanzien zou geven in eerste instantie vaak slechts een bijproduct van andere landbouwctiviteiten die rond de molen plaatsvonden.

Vanaf de 15e eeuw, en vooral vanaf de 16e eeuw, wordt papier gemaakt als vervanger voor het dure perkament. Vel per vel, op basis van lompen. Dankzij de waterkracht van de beek werd de machine aangedreven die de vodden tot kleine flarden, en uiteindelijk vezels, verscheurde. Papier werd letterlijk geschept uit een bak met waterige pulp. Na de industriële revolutie in de eerste helft van de 19e eeuw kwamen er nog allerlei machines bij, die de kwaliteit van het papier verhoogden en het productieproces versnelden. Voor de stoommachines werden metershoge schoorstenen gebouwd. In die periode schakelden de meeste molens over naar de productie van karton, waarnaar de vraag exponentieel toenam. In binnen- én buitenland werd het papier en karton uit de Molenbeekvallei voor allerlei doeleinden gebruikt.

Papier voor de bureaucratie

Een stuk van de papiergeschiedenis werd in Alsemberg geschreven. Verscholen tussen de glooiingen van de Molenbeekvallei ligt de Herisemmolen, of de voormalige Kartonfabriek Winderickx. Zodra je de steenweg achter je laat en het steegje richting Molenbeek afdaalt, doemt de hoge schoorsteen op. Die verraadt dat de site meer is dan een charmante hoeve. Tot in de jaren veertig van de vorige eeuw werd hier papier en karton gemaakt. Maar liefst vierhonderd jaar lang, eerst ambachtelijk, later met stoommachines.

Philippe Winderickx is niet alleen een nazaat van de familie die sinds 1763 eigenaar is van de molen, hij is ook de drijvende kracht achter het educatief centrum dat de molen vandaag is. ‘De papierindustrie kwam in deze streek zo sterk tot ontwikkeling omwille van drie factoren’, vertelt hij. ‘Ten eerste heb je veel en zuiver water nodig om papier te maken. Ten tweede heb je redelijk wat hoogteverschil nodig, want het water moet veel kracht hebben om de machines te laten werken. Tot slot speelde de nabijheid van Brussel een rol. In de hoofdstad was veel papier nodig voor alle administraties. Voor de gewone man was papier lange tijd een luxeproduct.’

Ons kent ons

Langs de Molenbeek stonden ooit meer dan twintig molens, waarvan vijftien papiermolens. ‘Die evolueerden allemaal tot geïndustrialiseerde molens, en sommige later tot echte fabrieken. Er was een verschil in de producten die werden gemaakt. Elke molen had zijn specialiteit. Wij maakten bijvoorbeeld leerkarton, onder andere voor valiezen en schoenzolen. Andere papiermolens maakten dan weer karton voor verpakkingen.’

Met een maximale personeelsbezetting van een veertigtal mensen was de Herisemmolen geen grote fabriek. De kartonfabriek kon ook op zijn toppunt een familiaal karakter bewaren. ‘De mensen die hier werkten, waren mannen en vrouwen uit de buurt’, zegt Winderickx. ‘Het was een ons-kent-ons-omgeving, er werden geen vacatures uitgeschreven. Wanneer een familielid van iemand die hier werkte een baan zocht, kon die meestal beginnen. Soms ook tienerkinderen. Om het papier sneller te drogen, waren er metalen platen die verwarmd werden. De tienerjongens moesten op die warme platen lopen om de natte vellen papier erop te leggen en ze – eenmaal het papier droog – er weer af te halen. Ze hadden twee paar klompen nodig, zodat ze konden wisselen als hun ene paar te warm was geworden. Soms liep het ook mis, want de loods waar die droogmachines stonden, is in de jaren 1920 afgebrand. Nog steeds zie je de zwartgeblakerde houten balken aan het dak. In 1899 gebeurde er een ernstig arbeidsongeval. Een vrouw die een machine wilde schoonmaken, kwam vast te zitten omdat haar sjaal in de machine terechtgekomen was. Haar arm moest geamputeerd worden. Ook op milieuvlak waren het andere tijden. Het warme water uit de rotingmachine (waar textiel uitgekookt werd, zodat het makkelijker tot pulp kon worden bewerkt, red.) werd gewoon in de beek geloosd. Sinds die machine er was, werden er niet zo veel vissen meer gezien in de Molenbeek.’

Koterijtraditie

Net als vele ambachten werd het papier maken productiever en doorgaans ook grootschaliger op de golf van de industrialisering. Door visionaire eigenaars of uit noodzaak, uit vrees om niet te kunnen overleven. ‘Rond 1830 werd de molen uitgebreid, om er de op dat moment nieuwe technologie in onder te brengen. In goede Vlaamse koterijtraditie werd de fabriek elke keer een beetje groter om er nieuwe machines te zetten, tot er geen ruimte meer was voor verdere ontwikkeling’, vertelt Winderickx. Voorbeelden van hoe een kleine molen wel tot een grootschalige fabriek uitgroeide, zijn papierfabriek de Meurs in Huizingen (gesloten in 2003), Catala in Drogenbos (gesloten in 2015) of Novarode in Sint-Genesius-Rode (gesloten in 1991). Die laat ste fabriek begon als de molen van Termeulen, maar evolueerde tot een groot complex waar op het hoogtepunt zo’n 350 mensen werkten.

In de fabriek van Novarode werd het papier voor de eerste Belgische bankbiljetten gemaakt. Novarode was dé specialist voor bewerkt papier.

Wie vandaag door het Novarodepark, in het centrum van Sint-Genesius-Rode, loopt, merkt daar niets meer van. De naam is blijven hangen, maar behalve een oude muur met een gedenksteen zijn alle sporen van de papierfabriek uitgewist. Het beekje dat vandaag door het park kronkelt, laat in niets vermoeden dat het ooit de levensader was van een hele industrietak. Nochtans was dit tot zo’n dertig jaar geleden de plek van gonzende bedrijvigheid. Het papier voor de eerste Belgische bankbiljetten werd hier gemaakt, Novarode werd dé specialist voor bewerkt papier. Het bedrijf werd hofleverancier voor onze postzegels en kreeg zelfs een felbegeerde exportprijs. Onverwacht sloot de fabriek de deuren, wat tot geruchten van financieel wanbeheer leidde. Ook over milieuvervuiling doen in Sint-Genesius-Rode nog steeds verhalen de ronde. Hoe de beek soms rood of groen zag, hoe het er stonk, of hoe de beek eens in brand stond. Onschuldig, klonk het bij de toenmalige eigenaars, maar de site moest wel grondig gesaneerd worden. Dat is ook het geval bij Catala in Drogenbos. In september van dit jaar werd gestart met de afbraak van de gebouwen. Enkel de watertoren en een directeurswoning blijven overeind. De site wordt een bedrijvenpark, met retail en kantoren maar ook met recreatievoorzieningen. Ook de fabriek de Meurs in Huizingen, waar al een speelpark werd aangelegd, moet een bedrijvencentrum worden.

Mirakel

De Herisemmolen is de allerlaatste papierwatermolen van ons land waar je de originele inrichting nog kan bekijken, zowel uit de ambachtelijke fase als uit de geïndustrialiseerde periode. Dat de molen nog werkt, mag je een mirakel noemen, want na de Tweede Wereldoorlog bleef hij dertig jaar onaangeroerd. ‘De laatste grote investeringen dateerden uit 1904. Dan brak de Eerste Wereldoorlog uit, daarna was er de economische crisis van de jaren 1930, en dan waren er de Tweede Wereldoorlog en een erfeniskwestie. Er zijn pogingen geweest om de fabriek weer op te starten – dat is de reden waarom alle machines zijn blijven staan – maar ze waren te oud om nog rendabel te kunnen werken. Zeker met die grote, moderne fabrieken, zoals Novarode en Catala in de buurt.’

Vandaag wordt papier vooral in de VS gemaakt, maar ook in Finland en Zweden. In ons land zijn er nog een handvol papierfabrieken, zoals Stora Enso in Gent, Sappi in Lanaken of kartonfabriek Sint-Leonard in Huizingen. In wat ooit het kloppende hart was van de nationale papierindustrie zijn nog slechts enkele vage aanknopingspunten te vinden. De vzw die de Herisemmolen beheert, staat behoorlijk alleen in zijn poging om de herinnering levend te houden. Dat begon midden jaren 70 toen vrijwilligers zich een weg baanden door stof, modder, overwoekerende natuur, maar ook door administratieve en financiële beslommeringen om de molen weer operationeel te krijgen. Onder meer een optreden van Clouseau moest de nodige fondsen binnenbrengen. De renovatie nam tientallen jaren in beslag. Het resultaat mag gezien worden, maar toch is het werk nooit gedaan. De stoomketel is al enkele jaren defect. De financiering rondkrijgen, is een hele opgave. Een ding is zeker: zolang er water door de Molenbeek stroomt, zal het de nodige toewijding vragen om het rad te laten draaien.