01 dec '21

De klank van
Radio Rand

2167
door Anne Peeters
Als kleine jongen droomde Bernard Bosch (58) ervan om radio te maken. Later kwam daar zijn engagement bij voor het Vlaams cultureel leven in Brussel en de Rand. Samen resulteerde dat in Radio Rand, ‘de klank van het Pajottenland’. De nieuwe radiozender is sinds begin oktober in de ether.

Radio Rand wil het sociaal-culturele weefsel in het Pajottenland versterken. Is dat nodig?

‘Veel mensen wonen in de Rand, maar werken in de grootstad. De betrokkenheid bij het gemeenschapsleven in hun woonplaats verdwijnt beetje bij beetje. Een spijtige zaak. Ik ben jarenlang in het sociaal-cultureel leven actief geweest in gemeenschapscentrum De Kroon in Sint-Agatha-Berchem. We hebben daar vele jaren ingezet op het versterken van het sociaal weefsel, op mensen bij elkaar brengen. Dat was voornamelijk gericht op de Vlamingen in Brussel, of de mensen die de Vlaamse taal met zich meedragen. Dat wil ik ook hier in de westrand stimuleren: mensen uit hun kot krijgen om die gemeenschap te vormen. Hen interesseren voor wat er rond hen gebeurt. Ik heb het gevoel dat we dat aan het verliezen zijn. Met Radio Rand kunnen we tussen de 150.000 en 200.000 mensen bereiken. Wij kunnen ontvangen worden in Asse, Ternat, Dilbeek, Sint-Pieters-Leeuw, Gooik en Lennik, maar de radiogolven stoppen daar niet. Die zes gemeenten zijn onze harde kern, maar je kan ons beluisteren in het hele Pajottenland.’

Is radio een goed medium om een gemeenschap te vormen?

Kenden de vrije radio’s hun successen niet vooral in de jaren 80 en 90? Is radio niet vervangen door de sociale media? ‘Er bestaan inderdaad een hele reeks vrije radio’s met een jaren 80 profiel: leuke muziek draaien en reclame-inkomsten binnenhalen. Dat is niet wat wij doen. Wij willen iets betekenen in ons zendgebied. Uiteraard heb je adverteerders nodig om te overleven, maar wij willen méér. Wij willen de referentie zijn in het Pajottenland, met heel veel lokaal nieuws, zodat mensen voelen dit is ónze radio. De radio waar ze naar luisteren in de auto op weg naar hun werk, omdat ze op die manier alles te weten komen over wat er leeft in hun streek. Is dat jaren 80? Als ik met de mensen praat, van politieker tot gewone burger, merk ik dat daar toch een grote behoefte aan is.

‘Wij willen radio maken voor de gemeenschap, de mensen uit hun kot halen en elkaar laten ontmoeten. Dat gaat dan zowel over kleinere verenigingen als over de grotere cultuurhuizen uit onze streek.’

Hoe wil je dat in de praktijk doen?

‘Eerst en vooral willen wij aanwezig zijn waar de mensen zijn. Wanneer er in ons zendgebied grote evenementen doorgaan, dan willen we daar bij zijn met live radio. Daarnaast brengen we elke werkdag tussen vier en zes ons programma Studio Pajot met regionaal nieuws. Dat is meer dan wat nieuwtjes lezen. We hebben twee mensen die ter plaatse reportages draaien. Voorlopig twee, maar nieuwe vrijwilligers zijn altijd welkom. We zijn een kleine vzw met heel wat kosten. We hebben een fantastische studio met drie zendlocaties omdat we drie frequenties hebben. Dan moet je ook drie zendmasten en drie antennes hebben. Dat is een behoorlijke investering. Het budget om mensen te betalen, is dus beperkt. Dat maakt het een moeilijke oefening. Gelukkig merken we dat ons project de mensen aanspreekt, niet alleen om te luisteren, maar ook om actief mee te werken. Mensen engageren zich voor een aantal uren per week. Natuurlijk bewaken we dat alles inhoudelijk sterk blijft. Onze hoofdredacteur van het regionale nieuws is bijvoorbeeld een oudgediende van Radio 2 Vlaams-Brabant. Zijn veertig jaar ervaring is een enorme meerwaarde. Hij kent het klappen van de zweep, weet hoe een redactie werkt. Het klinkt misschien ambitieus, maar wij willen voor het Pajottenland een verbeterde Radio 2 zijn. Fijnmaziger, betrokken op deze regio. Onze baseline is niet voor niks Radio Rand, de klank van het Pajottenland. We zijn allemaal zelf van de streek en willen het Nederlandstalige karakter graag promoten. Je voelt de verfransing stilaan toenemen, maar als je die mensen mee kunt betrekken bij het Nederlandstalige culturele leven, integreren in de Vlaamse gemeenschap, dan kan je dat enkel maar positief noemen.'

Drie zenders, drie locaties, een studio, een eigen redactie, medewerkers: radio maken, is niet goedkoop. Hoe financier je dat?

‘Hier zit geen financiële groep achter, het budget komt volledig van mezelf. Ik beschouw mezelf als voorfinancier, en uiteraard wil ik een stuk recupereren, maar het is nooit de bedoeling geweest om hier rijk van te worden. Ik heb een baan waar ik goed mijn boterham mee verdien, de radio is een uit de hand gelopen hobby en een flinke portie idealisme. Ik heb mij altijd geëngageerd in de sociaal-culturele wereld, dat is een deel van wie ik ben en wat ik met mijn leven wil doen. Nu doe ik dat via de radio.’

Vanwaar die grote interesse in het medium radio?

‘Dat is een lang verhaal. Als kleine jongen van zes, zeven jaar was ik al gefascineerd door radio. Van mijn grootmoeder kreeg ik na veel zeuren een transistorradiootje cadeau. De wereld ging open. Ik was meteen fan van Radio Mi Amigo, toen dé vrije radio van Vlaanderen. Een illegale piratenzender, maar ze maakten radio die dicht bij de mensen stond. Radio werd een soort persoonlijke vriend en heeft me nooit meer losgelaten. Op mijn zeventiende ben ik zelf radio beginnen maken bij Radio Ring in Dilbeek, begin jaren 80. Fantastische tijd, maar beroepsmatig ben ik in een totaal andere wereld terecht gekomen, die van verzekeringen en financiën. Radio maken was even niet meer aan de orde, maar het bleef wel sluimeren. Ik wist dat ik ooit opnieuw radio zou maken, dat ik zelf een eigen vrije radio zou oprichten om aan de mensen te tonen hoe je radio kan maken voor een eigen gemeenschap. In 2000 probeerde ik, samen met een vriend, een Brusselse radio voor de Vlaamse gemeenschap in onze hoofdstad op te starten. Achteraf besefte ik dat we in Brussel nooit aan de bak zouden komen omdat Bruzz daar al zit. Ik woon ondertussen ook niet meer in Brussel, ik ben uitgeweken naar de Rand, naar Asse. Dus moest ik het hier maar eens proberen? Drie jaar geleden werd in Vlaanderen een nieuwe erkenningsronde voor een eigen frequentie gehouden. Daarop hebben we ons ingeschreven, maar de erkenning ging naar een andere vzw, wij kregen er geen. Volgens ons waren er procedurefouten gemaakt. We trokken naar de Raad van State en die stelde ons in het gelijk, zodat we nu, tweeënhalf jaar later, eindelijk kunnen starten. Een verhaal van lange adem, maar beslist de moeite waard.’