01 feb '22

De fiets steekt
een tandje bij

1558
door Jan Haeverans
Fietssnelwegen in de Rand. Hoever staat het ermee? Waar vind je ze? Worden ze intensief gebruikt? En helpen ze mee de verkeersknoop te ontwarren? Een stand van zaken.

Nog niet eens zo lang geleden vonden we het een bizar woord: fietssnelweg. Maar intussen is het concept flink ingeburgerd en bollen er dagelijks honderden, zo niet duizenden, fietsers uit de Rand van en naar de hoofdstad. Het appeal ervan is niet moeilijk te begrijpen: je bent in de frisse lucht, bewegen is gezond, en je zoeft zomaar de files voorbij.

Maar wat is in feite een fietssnelweg? ‘Daarvoor zijn er een aantal criteria’, legt Tom Dehaene (CD&V) uit, die als gedeputeerde voor de provincie Vlaams-Brabant al vele jaren mee zijn schouders zet onder de fietssnelwegen. ‘Een fietssnelweg moet minstens vier meter breed zijn, zo min mogelijk conflictpunten kennen waar je in aanraking komt met ander verkeer, hij moet het liefst in een aangename omgeving liggen en bij voorkeur aangelegd zijn in asfalt. Een veilige en comfortabele route dus.’

Goed netwerk

Wie op www.fietssnelwegen.be inzoomt op onze regio ziet al een flink netwerk. Dehaene: ‘Samen met de Vlaamse overheid liet de provincie in 2012 een studie uitvoeren voor wat toen nog het FietsGEN heette, naar analogie met het Gewestelijk ExpresNet van de NMBS. In die studie werden er meer dan 25 mogelijke fietssnelwegen voorgesteld. Een viertal daarvan waren prioritair: de F3 vanuit Leuven, de F20 via Halle, de F209 van Denderleeuw via Opwijk en de F1 AntwerpenMechelen-Brussel. Geen van die routes is al helemaal af, maar heel wat knelpunten worden snel aangepakt. Zo wordt op de F3 momenteel een brug over de Ring afgewerkt. En op de F20 zijn er net belangrijke realisaties gedaan in Sint-PietersLeeuw en Beersel, waardoor dit nu de populairste route van de provincie is.’

Waar zijn de cijfers?

Harde cijfers over hoe intensief de routes gebruikt worden, zijn er niet. En dat betreuren ze bij belangenorganisatie de Fietsersbond. ‘Bij de keuze van de tracés wordt wel gekeken naar het fietspotentieel – hoeveel bedrijven liggen er?, waar wonen de werknemers?, enzovoort – maar wat ontbreekt, zijn evaluaties nadien’, zegt Wies Callens, woordvoerder van de Fietsersbond. ‘Er zijn weinig tellingen en onderzoek naar tevredenheid. Dat is nochtans info die we nodig hebben om mee naar buiten te komen en om weerstand te weerleggen: het aantal fietsers, de hoeveelheid CO2 die je uitspaart, de gezondheidswinst. Dat soort zaken.’ Callens en Dehaene zijn er wel van overtuigd dat de routes nu al goed gebruikt worden, en dat dat in de toekomst alleen zal toenemen. ‘Ik hoop het nog te mogen meemaken dat er file staat op de fietssnelweg’, lacht Dehaene.

Om ook bedrijven warm te maken voor de fiets organiseert de provincie de fietstest. Dehaene: ‘Ondernemingen krijgen drie weken elektrische fietsen ter beschikking, die de werknemers mogen uittesten. Met een zeer positief effect: 65% van de deelnemers zegt daarna meer de fiets te gebruiken.’ Callens wijst op iets wat volgens hem onderbelicht blijft: ‘We hebben het altijd over het verkeer naar Brussel, maar ook voor de mobiliteit in de andere richting zijn fietssnelwegen een zegen. Veel bedrijven uit de Rand hebben een tekort aan arbeidskrachten, en worden nu bereikbaarder voor werkzoekenden uit Brussel.’

Een-tweetje met Brussel

Over de samenwerking met Brussel, vaak een heikel punt, zijn beiden positief. Ook in de hoofdstad wordt er hard gewerkt aan fietsinfrastructuur, en de twee netten sluiten vrij goed op elkaar aan. Alleen de bewegwijzering loopt soms mank, een typisch Belgisch verhaal. ‘Vlaanderen had daarvoor een F-logo uitgewerkt’, zegt Dehaene, ‘en Brussel aangeboden om dat over te nemen. Maar dat zag Brussel niet zitten, want die F staat voor ‘fiets’. Misschien dat ze nu het beeld overnemen, maar dan met de letter C van ‘cyclo’.’

En wat dan met de andere fietspaden in de Rand? Lopen we niet het risico dat de fietssnelwegen het leeuwendeel van de investeringen opslokken? Dehaene wijst erop dat de fiestsnelwegen de gemeenten niets kosten. Ze worden voor de helft door de provincie gefinancierd en voor de andere helft door de Vlaamse overheid. En ook om functionele fietspaden, recreatieve routes en schoolroutes veiliger en beter te maken, kunnen de gemeenten rekenen op subsidies.

Iedereen op de fiets dus. Heeft dat intussen al een merkbare invloed op het autoverkeer? Callens: ‘Sinds 2020 en de eerste lockdown heeft het fietsverkeer een boost gekregen. Het autoverkeer daalde fel, maar zit intussen weer op en zelfs boven het niveau van daarvoor. Toch lijkt het aantal fietsers stabiel te blijven. Het is vooral het openbaar vervoer dat minder wordt gebruikt.’

 www.fietssnelwegen.be