Lieselot Mariën is momenteel als juriste aan de slag bij Elia en heeft een verleden als dramaturg in de theaterwereld. Over enkele maanden wil ze zich volledig wijden aan het schrijven van een nieuw boek. In het landelijke Relegem voelen Lieselot en haar lief zich ondertussen helemaal thuis.
‘Door de verhuis van Brussel naar Relegem vonden we beiden een perfect evenwicht. Terwijl ik een stadskind ben, is mijn lief een echte plattelandsjongen. In Relegem wonen wij tussen de velden en met de fiets ben ik toch op een half uur in het centrum van Brussel’, zegt Mariën. De integratie in het dorp verliep vlot.
‘Het is leuk om vast te stellen hoe wij ons ondertussen aan het nestelen zijn in het sociaal weefsel van de dorpsgemeenschap. We leerden al heel wat mensen kennen waarmee we geregeld plezante babbeltjes hebben. Dat ons zoontje in dit dorp naar school gaat, is vanzelfsprekend ook bevorderlijk voor nieuwe sociale contacten. Met een school, een bakker, een café, een frietkot,… zijn er in Regelem overigens tal van locaties waar mensen elkaar kunnen ontmoeten.’
Verbinding zoeken
Met haar gelauwerde boek wou Mariën al schrijvend inzicht verwerven in wat haar tijdens die postnatale depressie overkwam. ‘Ik moest schrijven om de duisternis te begrijpen, die me als jonge moeder onderuithaalde.’ De vele korte stukken in het boek, met metaforische verhalen uit de dierenwereld, leiden niet tot een heldere conclusie, maar zijn een zoekende, aftastende beweging die een deconstructie beoogt van het dominante beeld van de zorgende moeder.
‘Er is een link tussen de schuld en schaamte die mijn hoofdpersonage voelt tijdens haar postnatale depressie, en de wijze waarop wij het moederschap cultureel vormgeven. Dat een moeder instinctief weet wat te doen, is een fictie. Vraag is waarom het hoofdpersonage het gevoel heeft dat ze haar moederschap niet zomaar vrij vorm kan geven, maar dat ze ergens in moet passen. Zelf vond ik dat ook een vreemde vaststelling. Doordat ik feministische denkers had gelezen, dacht ik gewapend te zijn tegen het heersende moederbeeld, maar op het ogenblik dat je moeder wordt, blijken onberedeneerde sedimenten van dat archetypische moederbeeld toch nog heel aanwezig’, zegt Mariën.
Het boek is een poging om verbinding te zoeken met het kind, iets wat het hoofdpersonage heel de tijd betracht. ‘Daarom is het boek opgevat als een brief aan het kind. Een aanspreking is een heel duidelijke manier om verbinding te zoeken. Ik probeer tot bij jou te komen, maar om dat te kunnen moet ik eerst analyseren wat er gebeurd is tussen ons.’
Mariën wijst erop dat het boek niet autobiografisch is, dat er aan de realiteit heel wat fictie toegevoegd is en dat de brief niet op te vatten is als een brief aan haar eigen zoon. Het boek blijft overigens niet alleen ver weg van filosofische analyses, maar ook van klinisch onderzoek naar postnatale depressie. ‘Wanneer je het op die manier pathologiseert, ontneem je het boek zijn zeggingskracht over het normale. Als je het een ziekte noemt, kunnen wij ervan wegkijken zonder ons eigen moederbeeld in vraag te stellen.’
Tijd vrijmaken om te schrijven
Mariën studeerde filosofie en rechten. ‘Filosofie was een keuze van het hart, want ik wilde in de eerste plaats begrijpen en mij verdiepen. Na een tijd begon ik te beseffen dat ik meer tools nodig had als ik iets wou betekenen in de wereld. Vanuit die maatschappelijke betrokkenheid koos ik voor rechten.’
Tijdens haar studies participeert ze met succes aan internationale pleitwedstrijden. In die periode werkt Mariën ook in het theater. ‘Op mijn 16e deed ik auditie bij het Leuvense theatergezelschap fABULEUS. Nadat ik meespeelde in een stuk raakte ik gefascineerd door de functie van dramaturg die de regisseur helpt bij de analyse van de tekst en de boodschap die de auteur daarmee heeft willen uitdragen.’
Afgestudeerd met grote onderscheiding kan Mariën snel na haar studies aan de slag bij Van Bael & Bellis, ENTSO-E en tot slot bij hoogspanningsbeheerder Elia. Ze houdt er zich vooral bezig met energierecht. In 2022 beslist ze zich voor een tijdje volledig te wijden aan de literatuur.
‘Het probleem was dat ik op dat ogenblik in mijn functie als jurist geen ruimte vond voor mijn schrijfwerk. De gevoeligheid voor literatuur en de goesting om iets op papier te zetten, zat er al van jongsaf in. Tijdens de laatste jaren als jurist kreeg ik steeds meer het gevoel dat er iets niet klopte. Het laatste jaar bij Elia opteerde ik voor een 4/5e job om te kunnen schrijven. Ik schreef in die periode een kortverhaal dat ik naar een literair tijdschrift opstuurde en begon aan een roman. Toen ik moeder werd, interesseerde die roman mij niet meer en ging mijn interesse volledig uit naar wat ik na de bevalling van mijn zoon in 2020 had meegemaakt.’
Mariën wil in de toekomst haar juridisch werk combineren met schrijven. ‘Ik denk nog steeds dat ik het niet gelijktijdig kan, zoals ’s morgens en overdag het ene en ’s avonds het andere, maar wel serieel. Ik werk nu een tijd als jurist bij Elia, en herneem nadien het geconcentreerde schrijfwerk.’
Toen ze in 2022 stopte bij Elia begon ze ook audiodocumentaires te maken voor het programma Docs van de Nederlandse Openbare Omroep NTR. Ook dat wil ze graag blijven doen. ‘Mijn eerste documentaire ging over een man die uit de Getuigen van Jehova was gestapt, maar toch bleef samenleven met zijn vrouw die wel lid bleef. Volgens de Jehova-regels mogen ex-leden echter niet meer met leden praten. Het gevolg was dat die man al 30 jaar niet meer met zijn vrouw praat, terwijl hij er mee samenleeft. Wat mij verbijsterde, was dat iemand in zo’n situatie blijft leven.’ Vier jaar lang werkte ze ook aan de recent uitgebrachte podcast ALPHA waarin zes undercoveragenten van de politie worden geportretteerd.
Zelfplukplek
Ondertussen koestert Mariën nieuwe plannen in Relegem. ‘In samenwerking met Groot Eiland, een vzw met de nodige expertise, willen mijn partner en ik een zelfplukboerderij uitbouwen.’ Dergelijk Community Supported Agriculture is een partnerschap tussen boeren en consumenten waarin beiden de risico’s en overvloed delen. In ruil voor de financiële inbreng via een jaarlijks abonnement (oogstaandeel) verwerft de consument het recht op een deel van de gezonde, biologische en ecologisch geteelde opbrengst. De consument komt ter plekke zelf groenten en fruit oogsten. We hopen dat dit project in Relegem uitgroeit tot een plek waar mensen elkaar ontmoeten.’