Op zaterdagmorgen stellen lokale telers hun producten te koop op de boerenmarkt. Een keer per maand biedt Eric, als enige in ons land, zijn ecologische zoetwatergamba’s aan. De bijnaam van de mensen uit Dilbeek heeft toevallig ook alles te maken met eten.

De bijnaam 

Velen weten dat de bijnaam van de Brusselaars kiekefretters is. Mechelaars zijn maneblussers. Mensen uit Grimbergen worden kraaischutters genoemd en Vilvoordenaars pjeirefretters. Maar wie kent de bijnaam van de Dilbekenaars en waarom worden ze konijnenfretters genoemd? Volgens een sage, in 1957 (her)schreven door Rob Vonck, gaat de naam terug naar de tijd toen Keizer Karel onverwacht het dorp bezocht. In herberg De Gouden Kroon – volgens sommigen In Den Ouden Bareel – werd alles in gereedheid gebracht om de keizer te ontvangen. Te laat merkte de waard dat hij voor de maaltijd te kort kwam. 

Op de spijskaart stond varken aan ’t spit, maar in werkelijkheid had de plaatselijke stroper zijn twaalf konijnenstroppen leeggehaald. De keizer genoot van de heerlijke schotel tot zijn hofmeester het bedrog ontdekte. De waard moest bekennen en vreesde al voor zijn leven, toen de keizer genade toonde. 

‘Ge hebt mij konijnenvlees doen eten’, zei hij. ‘Welnu opdat gij uw slecht gedrag zou herinneren, veroordeel ik u en al uw dorpsgenoten. Voortaan zijn jullie konijnenfretters.’ Een mooie mythe, zeker – zoals zovele volksverhalen – maar er zijn geen historische bronnen die vermeldden dat Keizer Karel Dilbeek ooit een bezocht. Vandaag is er wel een warme bakker die sinds 1986 een speciaal konijnenkoekje maakt dat naar de bijnaam verwijst en waarmee hij als erkend Vlaams streekproduct dit jaar in de prijzen viel.

De Viron en het kasteel 

In 1775 vestigde de familie de Viron zich in het Gravenhuis in Dilbeek. In 1804 kocht Jean-Bernard de Viron een 13e eeuwse waterburcht, waar later Guillaume de Viron woonde. In 1862 liet zijn zoon Theodore (1823-1882) de oude burcht slopen en vroeg architect Jean-Pierre Cluysenaar een kasteel met een park en vijver te ontwerpen. Deze laatste tot Belg genaturaliseerde Nederlander is gekend als ontwerper van de Brusselse Sint-Hubertusgalerijen, verschillende Belgische spoorwegstations, het Blindeninstituut nabij de Hallepoort en het Koninklijk Conservatorium in Brussel. 

Maar dus ook van meerdere kastelen en privéwoningen, onder andere dat van de de Virons. De bouw van dit eclectische kasteel werd vooral geïnspireerd door zijn functie, en kreeg zowel elementen mee uit de neorenaissance als uit de neogotische architectuur met een Tudorinslag. Volgens sommige bronnen kreeg Cluysenaar ook de opdracht een Juliaanse jaarkalender te verwerken in het gebouw met 365 vensters, 52 deuren, 12 daktorentjes, 7 trappen en 1 hoofdingang. 

Enkele de Virons werden burgermeester van Dilbeek: Guillaume van 1812 tot 1814, Jean- Bernard van 1818 tot 1830 en Robert van 1913 tot 1929. In 1923 werd het kasteel met aanhorigheden en park gekocht om er het gemeentehuis in onder te brengen; sinds 1990 is het een beschermd monument.

De Alenatoren 

Achter het kasteel, op het eilandje in het Sint-Alenapark, ligt de Sint-Alenatoren, een restant van een slot uit de 14e eeuw dat verbonden is met de legende van Levold en zijn dochter Alena van Dilbeek, soms ook Alena van Vorst genoemd. Ze was een martelares uit de 7e eeuw en de patroonheilige van de parochie. Er schuilt daar een ijskelder die toevallig werd teruggevonden bij graafwerken in 1988 en later werd gerestaureerd. Het ijs, afkomstig van de nabijgelegen vijver, werd er bewaard in een kuip met een diameter van 4,64 meter om in warmere perioden bederfbaar voedsel koel te houden. Door haar standvastige temperatuur en volledige rust is de plek een uitgelezen overwinteringsplaats voor vleermuizen geworden.

De Wolfsputten 

Niet ver daar vandaan, achter cultuurcentrum Westrand, start de Wolfsputten-wandeling (8,7 km) waarover al rijkelijk veel werd gepubliceerd. Maar waar komt de benaming van? Die heeft niets te maken met het roofdier, maar heeft dezelfde wortels als het werkwoord welven. Dit verwijst naar de vorm van de putten in het gebied. Vanaf de 15e eeuw werden er steengroeven geëxploiteerd om de zogenaamde Lediaanse steen of Zand van Lede – kalksteen houdende zandsteen – te winnen. Hiermee werden lokale gebouwen zoals de Sint-Ambrosiuskerk en de Sint-Pieterskerk in Itterbeek vervaardigd, maar ook de kathedralen van Sint-Michiel en Sint-Goedele in Brussel, Sint-Baafs in Gent, Onze-Lieve-Vrouw in Antwerpen en de stadhuizen van Leuven en Brussel. 

De steen, ook wel Balegemse steen genoemd, ontstond door afzetting miljoenen jaren geleden in de lokale ondiepe zee. Ze zit vol fossielen en heeft die merkwaardige geel-witte kleur en fijnheid van textuur die zo opvalt. Geapprecieerd door de Romeinen en sinds de 11e eeuw bij ons vaak gebruikt, werd het later de bouwsteen die de Brabantse Gotiek deed schitteren. 

Op het schilderij De grote Toren van Babel van P. Breughel de Oude zie je, op de voorgrond, enorme blokken Balegemse zandsteen en hoe ambachtslui de steen bewerken. Nu maakt de Dilbeekse historische steengroeve deel uit van een groot en uitzonderlijk natuurgebied van 90 ha.

Lees ook

Samenleving & politiek
Luc Vanheerentals

Enkel online

Lees meer
Samenleving & politiek
Luc Vander Elst

November 2025

Lees meer
Samenleving & politiek
Tina Deneyer

November 2025

Lees meer
Samenleving & politiek
Luc Vanheerentals

November 2025

Lees meer