Naam: Sven Kums (°1988, Asse)
Woonplaats: Dilbeek
Bekend van: ex-profvoetballer (o.a. KAA Gent, Anderlecht, Udinese,…)
Nieuw project: Honection, digitaal platform om de voetbaltransfermarkt transparanter te maken, www.honection.com
Extra project: Kumst, portretten met Lego-steentjes
Van het beruchte zwarte gat heeft de ex-profvoetballer – met een cv waar menig middenvelder jaloers op is – geen last. ‘Al heeft het even geduurd voor ik dit nieuwe ritme heb gevonden’, geeft hij toe. Dat nieuwe ritme heeft alles te maken met Honection, het platform voor voetbalprofessionals dat Kums, samen met zijn vrouw Caroline De Clercq, ontwikkelt.
In mei van dit jaar is er een einde gekomen aan je tijd als actieve profvoetballer, na een rijkgevulde carrière die in Dilbeek begon en in Gent eindigde. Hoe voelde dat?
‘Gek genoeg niet emotioneel. Op het moment zelf voelde het gewoon… juist. Het besef kwam pas later, toen iedereen aan het nieuwe seizoen begon en ik plots niet meer meedeed. Tijdens de zomer leek alles nog normaal: vakantie, rust. Tot ik de spelers zag trainen bij de clubs waar we met Honection langskomen. Dan pas denk je: ah ja, ik hoor daar niet meer bij.’
Het was een bewuste beslissing om te stoppen met voetballen?
‘Ja, achteraf bekeken zat het er al een tijdje aan te komen. Mijn laatste seizoen was er een van kleine blessures, iets wat ik voordien nooit heb gehad. Ik zat vaker op de bank, soms ging ik mee op verplaatsing zonder één minuut te spelen. Dat begon door te wegen, zeker met twee jonge kinderen thuis. Je zit op afzondering, mist de tijd met je gezin en dan speel je niet eens… Toen wist ik: dit wordt mijn laatste jaar. Ik wou eindigen op het hoogste niveau, zonder af te zakken naar lagere reeksen.’
Laten we teruggaan naar het begin bij voetbalclub Dilbeek, waar je vader jeugdtrainer was.
‘Ik was vier toen ik begon te voetballen. Mijn broer trainde bij mijn vader, ik stond langs de lijn en wou gewoon meedoen. Twee jaar later werd ik gescout door Anderlecht. Dat was letterlijk om de hoek, vijf minuten van thuis. Maar op die leeftijd denk je niet aan profvoetbal, je doet het gewoon graag. De droom groeit pas later.’
Twaalf jaar bij de jeugd van Anderlecht, dan een carrière vol transfers.
‘Ja, ik ben heel wat keren verhuisd. Dat heeft me gevormd. Als jonge gast was ik introvert. In Nederland heb ik geleerd om assertiever te zijn, directer. Dat heeft me later geholpen als kapitein van KAA Gent. Ik riep niet veel, maar ik liet me wel gelden. Ik heb nooit spijt gehad van de transfers die ik maakte. Elk hoofdstuk heeft me iets bijgebracht.’
De periode bij Gent was je topperiode. Kampioen, Champions League, Gouden Schoen.
‘Zonder twijfel de mooiste jaren uit mijn carrière. Dat kampioenschap in 2015, als kapitein, dat vergeet ik nooit. Gent voelde als thuiskomen. Ik heb veel aan Anderlecht te danken, maar mijn hart ligt bij Gent.’
En toch nooit een Rode Duivel geworden.
‘Dat blijft een gemis. Al was het maar één invalbeurt geweest, ik had het graag meegemaakt. Maar goed, het was de tijd van de Gouden Generatie: De Bruyne, Witsel, Fellaini,… Op mijn positie was de concurrentie moordend. Ik begrijp het, maar spijtig blijft het wel.’
Je pleit vaak voor meer geduld bij jonge spelers.
‘Dat klopt. In België denken we dat het voorbij is als je op je 18e niet doorbreekt. In Italië zag ik jongens van 23 die rustig zeiden: Mijn tijd komt nog. Dat geduld missen we. Ik was zelf ook ongeduldig, maar mijn beste periode kwam pas rond mijn 29e. Dat inzicht probeer ik nu aan jonge spelers mee te geven.’
Wat doet Honection, het platform dat je samen met je vrouw hebt opgericht en nu voluit aan het uitwerken bent?
‘Honection staat voor Honest Connection. Het is een digitaal platform dat de transfermarkt transparanter wil maken. Een soort LinkedIn voor voetbalprofessionals: spelers, coaches, clubs en makelaars. Iedereen kan een profiel aanmaken, connecteren en informatie delen. Waarom dat nodig is? Omdat ik zelf kansen heb gemist. Ik kwam ooit iemand van een topclub tegen die mij zei: We hebben drie keer geprobeerd jou te contacteren, maar we kregen je niet te pakken. Die informatie was nooit tot bij mij geraakt. Dat mag niet gebeuren. Een speler investeert zijn hele leven in een carrière, dan moet hij of zij ook weten welke kansen er zijn.’
Investeren: is dat iets waar sporters te weinig mee bezig zijn?
‘Zeker weten. Als jonge speler denk je: het geld komt wel. Maar je carrière is kort. Je verdient goed, maar niet lang. Veel spelers beseffen dat (te) laat. Ik had het geluk dat iemand me op tijd wakker schudde. In de sportwereld is er nog te weinig financiële begeleiding. Dat is iets wat ik in de toekomst nog wel wil doen; jonge sporters helpen om verstandig met hun geld om te gaan.’
En hoe loopt het nu met Honection?
‘We zijn drie maanden geleden gestart, net in de transferperiode. Niet ideaal om te lanceren, maar het liep meteen goed. Clubs als Gent, Genk, Antwerp, Westerlo, Mechelen,… zitten al op het platform. Nu breiden we uit naar Nederland. Mijn vrouw Caroline is digital marketeer, ik breng mijn netwerk uit de voetbalwereld mee. We vullen elkaar perfect aan.’
Van intensief sporten op profniveau naar het bedrijfsleven. Dat is een hele overgang.
‘Absoluut. Als voetballer heb je een schema dat voor je wordt gemaakt. Je hoeft niet te koken, niet te plannen; alles wordt geregeld. Als voetballer leef je in een bubbel. Nu pas zie ik hoeveel mensen dat circus draaiende houden. Ondertussen ziet mijn leven er compleet anders uit. In het begin voelde ik mij wat verloren. Je zit opeens achter een computer, je dagen zijn minder gestructureerd, je moet zelf voor die invulling zorgen. Maar ik begin mijn ritme te vinden. Al mis ik soms nog wel de competitie, de sfeer, de kleedkamer. En het gemak. Wat ik het minst mis, is de afhankelijkheid. Je leven wordt bepaald door het schema van de club. Als ouder van jonge kinderen is dat zwaar. Nu kan ik in het weekend eindelijk uitstapjes plannen zonder dat ik eerst de kalender van de Pro League moet checken.’
Sport je nog?
‘Ik probeer het. Ik speel één keer per week zaalvoetbal met vrienden en doe een beetje fitness, maar door mijn versleten heupen, is gaan lopen bijvoorbeeld moeilijk. En ja, ik moet er mezelf aan herinneren dat ik moet bewegen, in alle drukte. Gelukkig heb ik nog een andere uitlaatklep: mijn kunst.’ (lacht)
Kunst?
‘Toen ik minder speelde, zat ik ’s avonds thuis met een hoofd vol energie en frustratie. Ik kon niet slapen, dus ik begon iets te bouwen met Lego. Ik maakte portretten uit Lego-steentjes: vanop afstand zie je een gezicht, van dichtbij ontdek je kleine verhalen, symbolen die iets betekenen voor die persoon. Ik gaf het de naam Kumst. Je kan mijn creaties, waaronder een Gouden Schoen, zien in de business lounge van de Planet Group Arena, de vroegere Ghelamco Arena van KAA Gent. Het fijne is dat het mij niet alleen ontspant, maar ook geld opbrengt voor goede doelen, zoals het onderzoek van het Fonds Parkinson van de UGent.’
Het klinkt als veel werk.
‘Dat is het ook, het vraagt veel voorbereiding. Je moet opzoekingen doen, schetsen, puzzelen,… Maar het geeft me veel voldoening. De eerste reeks bestond uit zeven portretten van Gent-spelers. Ze waren meteen verkocht en sindsdien krijg ik aanvragen van andere sporters. Ik doe het uiteraard niet voltijds, maar het is iets dat ik blijf koesteren. En mijn kinderen helpen me erbij. Dat maakt het extra mooi.’
Je bent geboren in Asse, woont in Dilbeek. Was het een bewuste keuze om in de Rand te blijven?
‘Ja. Dilbeek is mijn thuis. Mijn familie woont hier, mijn vrouw komt uit de buurt. We kennen elkaar van op school. Tijdens mijn actieve profcarrière zijn we vaak verhuisd, maar telkens kwamen we terug naar hier. Het is centraal, rustig, dicht bij vrienden en familie. Alles wat we willen.’
En je zoon? Wordt hij een nieuwe Kums?
‘Hij is vier jaar en leeft voor het voetbal. Hij kijkt 90 minuten gebiologeerd naar een match. Maar ik ga hem nooit pushen. Minder dan één procent wordt effectief prof. Het belangrijkste is dat hij er plezier aan beleeft. Als hij later wil voetballen: prima. Als hij iets anders wil doen: ook goed. Al ben ik blij dat hij mijn balgevoel en mijn liefde voor de sport heeft geërfd.’