Filip Claessens in gesprek met Koen Demarsin over zijn tocht langs de grens tussen Brussel en Vlaanderen. Bekijk hier ook zijn fotoreportage.
Je fotografeerde de volledige grens tussen Brussel en Vlaanderen. Waarom wilde je net die grens vastleggen?
'Ik ben al langer gefascineerd door de rand van de stad. Niet het centrum zelf, maar die plekken waar Brussel uitwaaiert naar Vlaanderen en waar het stedelijke en het landelijke elkaar raken. Dat spanningsveld interesseert mij enorm. Toen ik de kans kreeg om een nieuwe fotografische reeks te maken, dacht ik: waarom niet letterlijk de grens volgen? Niet als politiek verhaal, maar als visuele zoektocht. Ik wilde weten of zo’n administratieve lijn ook zichtbaar wordt in het landschap.'
Hoe ben je te werk gegaan?
'Ik heb eerst de volledige grens nauwkeurig op kaart gezet. Die blijkt 75,3 kilometer lang te zijn. Vervolgens heb ik die grens volledig afgewandeld, in vijf etappes. Dat was een soort prospectie. Ik maakte nog niet de definitieve foto’s, maar ging op zoek naar interessante plekken. Pas daarna ben ik teruggekeerd met mijn camera om gericht te fotograferen, op het juiste moment van de dag en met het juiste licht.'
Je noemt jezelf een fotografische spoorzoeker. Wat bedoel je daarmee?
'Ik zoek naar sporen van iets wat op het eerste gezicht onzichtbaar lijkt. Een grens is uiteindelijk een administratief gegeven. Je verwacht niet noodzakelijk dat je die kunt zien. Daarom ging ik op zoek naar visuele ankers: aanwijzingen in het landschap die verraden waar die grens loopt. Dat kunnen verschillen zijn in wegdek, straatmeubilair, infrastructuur of bebouwing. Als fotograaf heb ik zulke zichtbare aanknopingspunten nodig.'
Was je verrast door wat je aantrof?
'Absoluut. Mijn grootste vrees was dat de grens visueel saai zou zijn. Maar het tegenovergestelde bleek waar. Vaak kun je de grens opvallend goed zien. Soms verandert het asfalt plots in kasseien. Elders zie je dat Vlaanderen andere paaltjes gebruikt dan Brussel. Op sommige plaatsen loopt de grens letterlijk door een straat, een tuin of zelfs een gebouw. Dat leverde veel meer visuele sporen op dan ik had verwacht.'
Een van de meest opvallende plekken was Kraainem. Wat trof je daar aan?
'Daar stootte ik op een sociale woonwijk die letterlijk tegen de grens ligt. Wat bijzonder is: de wijk ligt lager dan het omliggende Vlaamse landschap. Vlaanderen ligt er als het ware hoger achter een muur. Die muur houdt niet alleen de grond tegen, maar werkt ook als een sterk beeld. Je krijgt bijna het gevoel dat twee werelden naast elkaar bestaan. Voor een fotograaf is dat natuurlijk fascinerend.'
Welke patronen ontdekte je tijdens je tocht?
'Wat me vooral opviel, is dat bepaalde functies opvallend vaak langs de grens liggen. Sociale woonwijken bijvoorbeeld. Maar ook kerkhoven. Verschillende Brusselse begraafplaatsen bevinden zich vlak tegen de gewestgrens. Hetzelfde geldt voor grote ziekenhuizen zoals Erasmus en Sint-Luc. Die liggen allemaal net binnen Brussel, maar flirten letterlijk met de grens. Dat zijn geen conclusies waar ik vooraf naar op zoek was. Ze kwamen vanzelf naar boven tijdens het wandelen.'
Wat vertellen die plekken volgens jou over de grens?
'Dat de grens veel meer is dan een lijn op een kaart. Ze beïnvloedt hoe ruimte gebruikt wordt. Je merkt dat functies die veel plaats vragen – ziekenhuizen, woonwijken, kerkhoven – vaak naar de rand verschuiven. De grens blijkt dus niet alleen administratief aanwezig, maar ook ruimtelijk en sociaal.'
Speelt je eigen achtergrond mee in die fascinatie?
'Zeker. Ik ben afkomstig uit de regio Genk, een stad van migratie en industrie. Ik heb er het grootste deel van mijn schooltijd doorgebracht, van 1993 tot 2001. De jaren die je vormen als tiener en prille twintiger. Ik kom eigenlijk uit een klein Vlaams dorpje, maar Genk was mijn eerste kennismaking met de grotere wereld: minder duidelijk gedefinieerd. Dat heeft me gevormd. En nu ik terugkijk, daar was ook zo’n contrast. Het veilige landelijke dorp en dan de industie met zijn cites, een totaal andere wereld. Misschien verklaart dat ook waarom ik in Vilvoorde woon en me zo aangetrokken voel tot dit gebied. Ik herken er iets van die spanning die ik uit Genk ken.'
Wat zocht je uiteindelijk in deze reeks?
'Eigenlijk zocht ik naar de stad die uitbreekt. Naar die plekken waar Brussel niet meer helemaal Brussel is en Vlaanderen nog niet helemaal Vlaanderen. Dat zijn overgangszones, rafelranden, plekken vol contrasten. Voor een fotograaf zijn dat vaak de interessantste gebieden.'
Welke conclusie trek je uit het project?
'Fotografisch gezien heb ik ontdekt dat een grens veel zichtbaarder kan zijn dan je denkt. Sociaal gezien zag ik hoe bepaalde functies zich langs die lijn verzamelen. En visueel vond ik vooral een landschap vol aanwijzingen, toevalligheden en contrasten. Ik ben die grens beginnen bewandelen uit nieuwsgierigheid. Uiteindelijk bleek ze een verrassend leesbaar verhaal te vertellen.'