De drie p’s
‘Ik kan mij helemaal vinden in het thema van de Week’, zegt Vanhauwaert, ‘omdat ik mij graag op verschillende terreinen beweeg. Op papier, op het podium en in de publieke ruimte. Als kind al bracht ik graag gedichten op een podium. Toen al was ik blijkbaar gefascineerd door wat er gebeurt als je een tekst losweekt van het blad. Lezen doe je alleen; op het podium is er plots die confrontatie met het publiek en de kracht van het moment. Aanvankelijk bracht ik vooral teksten van anderen; pas als twintiger ben ik zelf veel gaan schrijven.'
'Als stadsdichter van Antwerpen (2018-19) rekte ik de grenzen nog wat verder op. Toen stelde ik me de vraag: wat gebeurt er als je poëzie naar de publieke ruimte brengt op plekken waar je haar helemaal niet verwacht? Zo blijf ik spelen met de spanning tussen tekst en context.'
Vanhauwaert neemt de taal mee in een geel koffertje dat haar vaak vergezelt. ‘Dat koffertje draag ik al jarenlang met mij mee. Ik vind het prettig om licht te reizen. Verwacht dus geen grote decors van mij. Ik maak graag gebruik van de collectieve verbeelding. Het koffertje heeft een wisselende inhoud: dichtbundels, een paar poëzieobjecten en soms eens een goocheltruc. Ook voor de nieuwe voorstelling Letter maar op neem ik mijn koffertje mee.'
'Samen met een zak vol letters van het alfabet. Het idee is dat de toeschouwers mij telkens een nieuwe letter mogen aanreiken. Bij elke letter hoort een tekst uit mijn werk, die ik dan breng. Met alle gekozen letters bouwen we samen een nieuw woord. Tijdens de tournee maak ik zo een woordenboek van neologismen die het publiek heeft verzonnen. Het format is vooral een speelse manier om gevarieerde teksten te kunnen delen met een breed publiek. Door de verrassingscomponent wordt er ook elke keer subtiel een andere rode draad door de voorstelling geweven.'