De Week van het Nederlands werd in 2015 voor het eerst georganiseerd door de Taalunie, de organisatie die op wetenschappelijk, beleidsmatig en promotioneel vlak met zowat alle aspecten van de Nederlandse taal bezig is. In Nederland, Vlaanderen en Brussel staat het Vlaams-Nederlands Huis deBuren in voor de campagne, die ook tal van partnerorganisaties verzamelt om de veelzijdigheid van het Nederlands in de kijker te zetten.
Geen statisch gegeven
‘Met de thema’s belichten we telkens een ander aspect van onze taal’, zegt Lien Vanden Bossche van deBuren. ‘Veel mensen denken bij taal aan grammatica, spelling of school. Maar taal is een deel van onze identiteit. We leven in taal en zijn door taal met elkaar verbonden. Taal is een belangrijk onderdeel van ons leven, ook al zijn we ons daar niet altijd van bewust. Taal in beweging geeft aan dat taal geen statisch gegeven is. Met de Week van het Nederlands willen wij onze taal vieren.’
Veel initiatieven
De Week van Nederlands is vooral een samenwerkingsverband en een platform voor activiteiten van culturele instellingen, bibliotheken, scholen, leesclubs of schrijfdocenten. deBuren en de Taalunie stellen elk jaar twee bekende ambassadeurs aan die de Week van het Nederlands promoten.
Vanden Bossche: ‘Sinds 2019 belichamen die ambassadeurs ons jaarthema. Uit Vlaanderen is dat dit keer Maud Vanhauwaert; De Nederlandse ambassadeur is Roan Kasanmonadi. Die is behalve dichter, spoken word-artiest en danser ook psychiater, wat natuurlijk ook een heel talig beroep is. Maud Vanhauwaert kan je aan het werk zien met haar performance Letter maar op. Roan Kasanmonadi komt op 13 oktober naar Brussel met Liefste Dagboek, een evenement over dagboeken met onder meer Joke van Leeuwen, maar ook gewone deelnemers die zich voor 29 september inschrijven om dagboekfragmenten voor te lezen.’
Andere blikvangers van de Week van het Nederlands zijn de Taalkrant, de Taalquiz en natuurlijk het afsluitende Taalfeest. Vanden Bossche: ‘De Taalkrant is een instrument waar vooral scholen mee aan de slag gaan, maar eigenlijk kan iedereen meedoen aan de creatieve taalopdrachten die je er in terugvindt. Het gaat over het gebruik van jongerentaal, haiku’s schrijven, enzovoort. Sinds vorig jaar is er ook een online versie - de interactieve Taalkrant -, waarin heel veel wordt verzameld: blogs over taal, taalpodcasts, lesmateriaal, een kleine quiz, informatie van onze ambassadeurs,… De Week barst een beetje uit haar voegen omdat steeds meer organisaties het dan over het Nederlands willen hebben. Een mooi bewijs dat onze taal leeft.’
Voor dit en andere evenementen zoals het Fabel Fest, de Schrijfwijzen, podcasts, de Reinaard-performances van Tom Lanoye neem je best een kijkje op de website.