‘De economische onzekerheid doet het aantal ontslagen op initiatief van de werkgever toenemen. Dat zien we op Belgisch niveau, maar dus ook in Vlaams-Brabant’, zegt Kristel Minten, Regio Manager Acerta Career Center Vlaams-Brabant. ‘Bijgevolg zien we een duidelijke stijging in outplacementaanvragen. Tijdige professionele begeleiding blijft cruciaal om werknemers vlot te ondersteunen in hun overgang naar een nieuwe job of een zelfstandige activiteit. De dreiging met handelstarieven en de economische afkoeling spelen een rol in die stijgende vraag naar outplacement. Vlaams-Brabant kent wel de laagste uitstroom van alle Vlaamse provincies, wat betekent dat in absolute termen minder werknemers zelf zijn vertrokken op hun job.’
Nog een opvallende vaststelling: Vlaams-Brabantse jongeren die net op de arbeidsmarkt komen, lijken net als elders in het land bovendien ook iets minder vaak een vast contract van onbepaalde duur te krijgen. ‘Het is inderdaad niet meer zo evident voor jonge mensen om een vast contract van onbepaalde duur binnen te halen. Dat is in heel België zo, maar zeker ook in Vlaams-Brabant’, legt Minten uit.
‘Van alle mensen die in de provincie een nieuw vast contract kregen, is 16,3% een prille twintiger. In 2021 was dat nog 19,8%.’ De leeftijdscategorie net boven de 25 jaar doet het dan weer beter op dat vlak. ‘Ze hebben al wat ervaring, nog ettelijke jaren om te groeien en ze zijn relatief gezien in de hoofden van werkgevers niet zo duur als oudere werknemers’, verklaart Kristel Minten.
‘We stellen vast dat werkgevers wat terughoudender worden om jonge, onervaren mensen aan te werven die net van de schoolbanken komen. Zeker nu AI bepaalde taken van starters zal kunnen overnemen. Tegelijk weet de jongere generatie goed wat ze wil en kiezen ze zeer bewust voor een organisatie die nauw aansluit bij de eigen waarden. Voor die zoektocht nemen ze soms iets meer de tijd. Jobstabiliteit komt bij Gen Z’ers op dit moment meestal niet op de eerste plaats. Voor werkgevers is het daarom belangrijk om jongeren voldoende opleidingskansen en doorgroeimogelijkheden te bieden en te waken over de zinvolheid van de job van de jongste werknemers.’