Dat de open ruimte in de Vlaamse Rand onder druk staat, hoeft geen betoog: meer bebouwing, meer verharding, meer bedrijventerreinen, meer infrastructuur,... Dat blijft niet zonder gevolgen voor de leefbaarheid, natuur, klimaat en droogte of watersnood. Het departement Omgeving, het team Vlaams Bouwmeester, de Vlaamse Landmaatschappij, het Agentschap voor Natuur en Bos en de Vlaamse Milieumaatschappij zetten nu de schouders onder een dienstencentrale die moet helpen om de open ruimte te versterken: de Openplus Centrale.
Netwerk voor een betere openbare ruimte
Frédéric Rasier, gebiedsregisseur voor de Vlaamse Rand bij het departement Omgeving van de Vlaamse overheid: ‘De Openplus Centrale ondersteunt lokale besturen en organisaties bij projecten die bijdragen aan een kwalitatieve open ruimte in de Vlaamse Rand. Dat doen we door openruimtemakers te begeleiden. Zo willen we losse initiatieven rond open ruimte verbinden in één samenhangend openruimtenetwerk.
Daarbij mikken we op het ondersteunen van lokale besturen, OCMW’s, scholen, zorginstellingen, entiteiten van de Vlaamse overheid en andere organisaties die een publieke rol spelen. Vaak kampen zij bij de uitwerking van hun plannen met beperkte tijd en middelen. Of ze botsen op complexe procedures, of hebben zelf niet de nodige expertise in huis om vaak complexe openruimteprojecten op te zetten.’
Pool van ontwerpbureaus
‘Met de Openplus Centrale brengen we lokale besturen en organisaties in contact met gespecialiseerde ontwerpbureaus. Het departement Omgeving begeleidt de openruimtemakers en stelt een ontwerpbureau aan. Dat kan zijn om een visie of een masterplan uit te werken of om de overgang te maken van ontwerp naar uitvoering. Voor beide aspecten hebben we negen ontwerpbureaus aangesteld via een Europese aanbestedingsprocedure. Het ontwerpbureau zorgt dan voor de nodige inhoudelijke expertise over tal van aspecten, zoals stedenbouw, biodiversiteit, water, bodem, ecologie, landbouw, mobiliteit en zelfs communicatie en participatie.’
Met de Openplus Centrale brengen we lokale besturen en organisaties in contact met gespecialiseerde ontwerpbureaus. Het departement Omgeving begeleidt de openruimtemakers en stelt een ontwerpbureau aan.
Frédéric Rasier, gebiedsregisseur voor de Vlaamse Rand bij het departement Omgeving van de Vlaamse overheid
Hoe gaat het in zijn werk?
Hoe verloopt de behandeling van een aanvraag? ‘We werken met een vast adviescomité waarin elke partner is vertegenwoordigd. Dat comité gaat na of een project in aanmerking komt: draagt het bij aan een kwalitatief en samenhangend openruimtenetwerk, is er een duidelijke meerwaarde voor mens en natuur? Enzovoort. Is dat het geval, dan scherpen we samen het project aan en zetten we een minicompetitie op tussen drie ontwerpbureaus uit onze pool van ontwerpbureaus. De kandidaat-opdrachtgever wordt betrokken bij de beoordeling. Daarna wordt de opdracht gegund en kan het bureau aan de slag. Na uitvoering van de opdracht krijgt de Openplus Centrale een rapport over de resultaten. Zo kunnen we de impact van de verschillende projecten samenbrengen. Gedurende het hele traject behoudt de kandidaat-opdrachtgever de controle over zijn project.’
Leidraad
Een kandidaat-openruimtemaker moet het team dat wordt ingeschakeld zelf betalen. Welke zijn dan de voordelen? ‘Elk project krijgt ondersteuning om te komen tot een duidelijke ambitie en samenhang bij de definitie van het project. Het openruimtenetwerk is is niet te nemen of te laten. We gaan altijd in gesprek. Het openruimtenetwerk is daarbij een leidraad. Doordat het project aansluit bij een groter geheel krijgt het meer impact en betekenis. De openbare aanbesteding is al achter de rug. Door enkele procedures in te korten kun je dus sneller vooruit. We merken immers dat lokale besturen niet altijd de nodige capaciteit hebben om zo’n bestek te schrijven of een lange procedure te doorlopen. Daarom hebben we met de dienstencentrale de ambitie om expertise aan te bieden en de doorlooptermijnen echt te verkorten. Wij mikken op vier maanden tussen een aanvraag en de start van een uitvoering, afhankelijk van de complexiteit.’
Begeleiding
‘De Openplus Centrale zorgt voor de juiste expertise voor elk project. Je krijgt een groep specialisten en experts ter beschikking die meedenken en je project begeleiden. Die samenwerking levert ook een meerwaarde en een hogere kwaliteit op. En uiteraard ontzorgen we elke opdrachtgever grotendeels door hem zowel inhoudelijk als administratief te ondersteunen. In ons adviescomité zitten ook verschillende Vlaamse entiteiten. Je komt niet bij één sector terecht, maar er wordt ruimer gedacht en met heel wat aspecten rekening gehouden.’
Brussel en Vlaanderen
‘Omdat open ruimte niet aan de administratieve grenzen stopt, hebben we het openruimtenetwerk samen met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ontwikkeld. De dienstencentrale hebben we samen bedacht, maar voor elk gewest afzonderlijk uitgewerkt, onder meer om administratieve redenen. Er komt dus ook een dienstencentrale bij Leefmilieu Brussel voor projecten in Brussel. Het is een beetje working apart together, maar voor projecten die de gewestgrens overschrijden, kunnen we onder bepaalde voorwaarden ook samenwerken. De gids hebben we alvast samen ontwikkeld en de merknaam is dezelfde voor beide gewesten. Zo proberen we op een consistente manier naar buiten te treden in Vlaanderen en later ook in Brussel, elk met ons eigen tijdspad, eigen accenten en eigen middelen en mogelijkheden.’
Adviescomité
‘Samen met verschillende openruimtepartners, waaronder VLM en ANB, hebben we een openruimtenetwerk uitgetekend. Zij hebben zich bij het opzetten van de Openplus Centrale ook geëngageerd om samen met de VMM deel uit te maken van het adviescomité. Via de samenwerking met het Team Vlaams Bouwmeester mikken we op sterke ontwerpen en een hogere kwaliteit. Mede door Team Vlaams Bouwmeester hebben we een brede groep van ontwerpers kunnen aanspreken en zijn we via de openbare aanbestedingsprocedure gekomen tot een uitstekende selectie van ontwerpbureaus. Met het adviescomité willen we elke maand samenzitten, zodat we snel op de bal kunnen spelen en op korte termijn een gezamenlijk advies kunnen uitbrengen als er een voorstel binnenkomt. Zodra er een aanvraag binnenloopt bij de Openplus Centrale stellen we dat scherp met het adviescomité. Zo zit iedereen vanaf het prille begin op dezelfde lijn. De Openplus Centrale vertrekt vanuit een soort goesting om op een positieve en constructieve manier samen te werken.’
Welke criteria hanteren jullie om een project al dan niet goed te keuren?
‘Het startcriterium is dat het over een openruimteproject moet gaan en het moet gaan over visievorming of uitvoering. Je moet je aanvraag indienen via de website. Het adviescomité beslist dan wie door mag naar de volgende fase. Het budget aan erelonen moet minstens 40.000 euro bedragen, omdat de opdrachten een zekere omvang moeten hebben. Dienen er zich projecten aan die niet voldoen aan die criteria, dan kunnen we alsnog proberen om die op een andere manier te ondersteunen.’
Welke ambities hebben jullie?
‘Op vier jaar tijd zouden we graag een negentigtal projecten vooruit willen helpen. Daarbij mikken we op een totaalinvestering van maximaal 7,2 miljoen euro. In eerste instantie is dit een experiment dat we twee jaar de tijd geven. Werkt het niet, dan moeten we ook tijdig kunnen stoppen. Werkt het wel, dan willen we nog twee jaar extra kunnen doorgaan. Met dit initiatief willen wij een doorlopend aanbod creëren voor lokale besturen. Wie eerst indient, wordt eerst geholpen. Op die manier willen we een duw in de rug kunnen geven, als openruimtemakers daar nood aan hebben. Zo laten we ook het bestaande studiewerk gericht renderen. Het moet een katalysator worden om de realisatie van open ruimte te versnellen en een regionaal netwerk te realiseren via interbestuurlijke samenwerking.’
Intergewestelijk
Ook over de gewestgrenzen heen zijn er strategische openruimtegebieden, die sterker kunnen worden wanneer de twee gewesten samenwerken.
‘Het is een hele opgave om daartoe te komen. Vroeger hebben we al gezien dat intergewestelijke samenwerking binnen dat soort gebieden kan lonen. In de noordrand zijn er zo bijvoorbeeld kansen ontstaan rond Buda+ en de Navo-site. Die succesvolle samenwerking, ook bij de totstandkoming van het openruimtenetwerk, heeft onder andere geleid tot een intergewestelijke samenwerking voor de hele Rand op kwesties die ons samen aanbelangen en waar goesting rond bestaat om er samen aan te werken. Het openruimtenetwerk is een mooi voorbeeld van wat we kunnen bereiken door intergewestelijke samenwerking. Daar zit heel veel potentieel in voor meer leefbaarheid in de Vlaamse Rand.’ Geldt dat alleen voor de open ruimte? ‘Wat mij betreft niet. Men zou dat ook voor andere thema's kunnen bedenken, maar ik vind dit wel een heel belangrijke testfase. Als dit echt werkt, dan moeten we dat ook voor andere thema’s op een gelijkaardige manier trachten aan te pakken in de Vlaamse Rand.’
Over de nieuwe dienstencentrale lees je alles in de Openplusgids. Wie een beroep wil doen op de Openpluscentrale kan er een projectaanvraag indienen.