En daar zitten ze dan, mooi gerangschikt op de foto: het leger van de eerste RandKrant-lezers in die prachtige omgeving van dat bruine Café Palto aan het Sint-Lambertusplein in Laken, niet ver van dat andere monument, het Atomium. Ietwat stijfjes in het gelid, want fotomodellen zijn het niet. Het heeft een hoog gehalte aan tristesse, maar ook aan vechtlust. Niet met ons, hé.
Want ze weten: RandKrant zal nooit meer zijn wat het was, en deze foto zal binnen tien jaar een deken van melancholie over onze schouders leggen. Zodat we warm blijven in deze koude wereld.
Nu is het de eerste koude novemberdag en we hebben net onze doden herdacht. Misschien ook even onze kindertijd, die voor mij vlekkeloos verliep in de buurt van de Molens aan de kronkelige Dijle in Leuven. Twee keer per jaar trek ik naar die plaats. Alleen. Om te zien of ‘alles er nog staat’. Of ik het in mijn hoofd heb zoals het was. Of pater Damiaan daar nog ligt in de crypte van de Sint-Antoniuskapel. Of de Ramberg nog zo steil is als ik dacht.
Ik zit in café Leuven Centraal in… jawel Leuven, rechtover het vroegere postgebouw. Er hangt een gemoedelijke sfeer en plots merk ik dat mijn vader mee is aangeschoven. Vroeger, toen het café nog ’t Poske noemde, kwam hij hier tussen de postbodes geregeld zijn pinten drinken zonder dat iemand ervan wist. En, hoewel vader al een aantal jaren het tijdelijke voor het eeuwige heeft ingeruild, voer ik af en toe nog gesprekken met hem, net zoals vroeger, marathonzittingen.
− ‘En vader, hoe is het daarboven?’
− ‘Koud, maar comfortabel. Misschien was ik beter naar de hel gegaan, daar wordt tenminste een beetje gestookt.’
− ‘Zeg, wat hoorde ik in de hemelse wandelgangen: RandKrant stopt, naar het schijnt?’
− ‘Nee, de bus-aan-busverdeling stopt, niet de krant zelf.’
− ‘Waar kan ik RandKrant dan nog lezen, verdorie?’
− ‘Ah, alles via de website en de socials hé. Ik zal het jou wel leren.’
− ‘Ah goed, ik hoor eens bij Sinte-Pieter of hij nog een tweedehandscomputer heeft.’
− ‘Da’s goed, dan kunde ons blijven volgen.’
− ‘Heel goed. Want: niet met ons, hé.’
− ‘Niet met ons, vader.’