In Beersel vind je nog altijd het Herman Teirlinckhuis. Gelukkig maar, want er is lang gepalaverd over de mogelijke toekomst van dat huis. Uiteindelijk kreeg het toch een culturele bestemming en is het ‘een ontmoetingsplek geworden voor schrijvers, artiesten, lezers en een gastvrije plek voor artistieke uitwisseling in een informele sfeer’.

Herman Teirlinck werd geboren op 24 februari 1879 in Sint-Jans-Molenbeek als enige zoon van onderwijzers Josefine Van Nieuwenhove en Isidoor Teirlinck. Hij had nog vier zussen. Zijn vader was naast onderwijzer ook toneelschrijver en volkskundige. Een deel van zijn prille kinderjaren bracht Herman door in Zegelsem Oost-Vlaanderen, onder meer omwille van zijn toen wat zwakkere gezondheid. Na zijn schooljaren in Brussel probeerde hij, op aansturen van zijn vader, eerst natuurwetenschappen uit aan de ULB, daarna Germaanse filologie aan de Rijksuniversiteit Gent. Na één jaar hield hij het telkens voor bekeken, hoewel hij zijn eerste jaar aan de ULB afsloot met onderscheiding. Toen al was Herman Teirlinck vooral bezig met literaire projecten. In 1900 huwde hij met Mathilde Lauwers; hij erkende meteen haar anderhalve maanden oude dochter. Later volgt nog een tweede dochter.

Vernieuwend

Teirlinck legde zich eerst toe op poëzie, later op proza. Zijn proza werd meteen beschouwd als vernieuwend. Hij verwierf een plaats in het Nederlands taalgebied als dichter, prozaschrijver, essayist en toneelschrijver en werd een van de belangrijkste auteurs. Zijn liefde voor taal en literatuur stopte niet bij zelf schrijven. Hij tekende, schilderde, gaf les, richtte literaire tijdschriften en literaire kringen op, was acteur en regisseur en schreef ook scenario’s. Het belang van Herman Teirlinck voor de literatuur in Vlaanderen kan nauwelijks worden onderschat. Zo lag hij in 1903 op jonge leeftijd al mee aan de basis van het tijdschrift Vlaanderen en in 1919 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. 
Teirlinck had iets met toneel. Hij zette vooral in op toneelinnovatie en dat deed hij niet alleen door voordrachten te geven of essays te schrijven. In 1923 lag hij mee aan de basis van de oprichting van het Koninklijk Landjuweel, een wedstrijd voor amateurtoneel. Vanaf 1928 gaf hij les in toneeltechnieken. Datzelfde jaar overleed zijn echtgenote. Drie jaar later hertrouwde hij met Johanna Hoofmans. Samen verhuisden ze in 1936 naar Lot.

In 1920 werd hij leraar Nederlands van de 19-jarige hertog van Brabant, de latere koning Leopold III. Zo werd hij raadgever voor kunst en wetenschap voor drie Belgische koningen: Leopold III, Albert I en Boudewijn. Herman Teirlinck werd een vertrouweling aan het Belgische Hof.

De Studio

In 1946 richtte hij mee het Nieuw Vlaams Tijdschrift op en in hetzelfde jaar stichtte hij de Studio van het Nationaal Toneel in Antwerpen, die later door het leven zou gaan als de Studio Herman Teirlinck. Het werd een huis waar Vlaamse acteurs, regisseurs en theatertechnici een opleiding van hoog niveau kregen. Herman Teirlinck was er de eerste directeur.

Driemaal won hij de Staatsprijs voor Letterkunde. In 1950 kreeg hij de vijfjaarlijkse staatsprijs voor Vlaamse letterkunde voor zijn gehele oeuvre. In 1956 kreeg hij de Prijs der Nederlandse Letteren, die werd uitgereikt aan ‘iemand naar wie noord en zuid opkijken’. Daarnaast vielen hem vier eredoctoraten te beurt: in Brussel, Amsterdam, Gent en Luik, waar hij de eerste Nederlandstalige eredoctor werd.

Zijn tweede vrouw overleed in 1963. Vier jaar later overleed hij. Na zijn dood werd zijn huis ingericht als Teirlinck-museum en kunstgalerij. Vanaf 2021 heropende het als museum en cultuurcentrum.