2 OKT TOT 31 JAN
Jean Brusselmans. Schilder van nature
Brussel, Bozar, www.bozar.be
In Dilbeek lag het huis van schilder Jean Brusselmans (1884-1953) wat afgelegen op een heuveltop. Uitkijkend op de Broekbeekvallei deelde hij zijn wereld op in eenvoudige kleurvlakken die hij schilderde zoals de andere dingen die hij kende: zijn huis, zijn eetkamer, zijn vrouw, en natuurlijk ook de gebouwen en het werkvolk dat hij had geobserveerd in Brussel, waar hij het eerste deel van zijn leven doorbracht.
Bijna 100 jaar nadat hij er zijn eerste prestigieuze tentoonstelling kreeg, keert hij nu terug naar de hoofdstad. De expo in Bozar is zijn belangrijkste expo sinds 1980, en de meest ambitieuze sinds passages in Mu.ZEE in Oostende (2011) en Kunstmuseum Den Haag (2018). ‘Ze komt geen dag te vroeg’, volgens curator Ann Geeraerts. ‘Ik werk zestien jaar bij Bozar. Al die tijd was het wachten tot de omstandigheden goed zaten om onze historische band aan te halen. Die gaat terug tot 1931, toen Brusselmans in het toenmalige Paleis voor Schone Kunsten in samenwerking met kunstenaarsvereniging L’Art Vivant een eerste keer exposeerde. In 1938 volgde weer een expo en ook vlak voor zijn dood en in de jaren zeventig hing zijn werk hier aan de muren.’
Seriële kunstenaar
Waar eerdere overzichten zich vooral concentreerden op de jaren 1930 en 1940 - de periode waarin Brusselmans zijn meest herkenbare, geometrisch opgebouwde stijl ontwikkelde - kiest Geeraerts voor een bredere aanpak. ‘De expo begint in 1914, het moment waarop Brusselmans naar de Brusselse kanaalzone verhuist en, na de dood van zijn leermeester en generatiegenoot Rik Wouters, stilaan zijn eigen weg vindt tussen Vlaams expressionisme, het voorbeeld van Vincent van Gogh en Constant Permeke, en een groeiende fascinatie voor geometrie.’
‘We tonen ook een aantal werken die niet of nauwelijks zijn vertoond en je niet meteen met hem zou associëren. Die keuze is inhoudelijk gemotiveerd: Brusselmans was een seriële kunstenaar die motieven - de brug over het kanaal, de gevel van zijn huis, een stilleven met koffiekan - decennialang bleef hernemen en verfijnen. Door vroeg te beginnen, wordt dat hertekenproces zichtbaar.’
Eigenzinnig
Brusselmans wordt wisselend weggezet als expressionist, voorloper van de popart of vroege vertegenwoordiger van de Nieuwe Zakelijkheid, maar met die etiketten kan de curator niet veel. ‘Voor mij is hij niet zozeer de grote modernist of vernieuwer, maar een van onze meest eigenzinnige kunstenaars die langs stromingen heen loopt.’
Om die positie tastbaar te maken, wordt hij in dialoog getoond met tijdgenoten als Rik Wouters en Gustaaf De Smet, met wie hij een veeleer competitieve verstandhouding had. Met Constant Permeke, die hij goed kende maar wiens stijl hij te ‘karikaturaal’ vond, en met Fernand Léger, wiens abstracte, geometrische lichamen een duidelijke echo krijgt in Brusselmans’ latere werk. Maar ook met Giorgio Morandi en Piet Mondriaan, wier herhaling van eenzelfde motief aansluit bij zijn obsessieve series.
‘Toch bleef hij, in tegenstelling tot veel tijdgenoten altijd figuratief’, vervolgt Geeraerts. ‘Hij balanceerde ook voortdurend tussen tegenstellingen. Hij was solitair maar zat in veel kunstgroeperingen. Hij was contrair maar toegankelijk. Zijn werk was stil maar dynamisch. Sober maar genereus. Eenvoudig maar complex.’
Alledaags en onaf
Wat hij schilderde, bleef daarbij opvallend alledaags: een stilleven met een haring en wat brood, een uitzicht op een kerktoren, arbeiders bij het kanaal. ‘Die soberheid - de iconografie van de armoede zoals ze wordt genoemd - verraadde zijn leefomstandigheden. Brusselmans heeft nooit veel geld gehad, verkocht erg slecht en ondanks steunaanvragen bij de overheid bleef hij tot op hoge leeftijd in armoede leven.’
Een deel van de getoonde werken, zoals het bekende Strandgezicht met baadsters, zijn onafgewerkt, wat hier nadrukkelijk als een kwaliteit wordt voorgesteld. ‘Dat maakt ze interessant omdat je er zijn werkwijze kan uit aflezen.’ Recent röntgenonderzoek op een van de werken toonde ook aan dat Brusselmans, ondanks zijn sterk beredeneerde, bijna geometrische voorbereidende tekeningen, tijdens het schilderen zichzelf nog volop bleef bijsturen.
Decors
Een bijzondere ruimte op de expo is gewijd aan enkele prestigieuze decoropdrachten die hij in de jaren 1930 kreeg. Omdat daar op enkele foto’s en een maquette na niets van bewaard is gebleven, vroeg Bozar aan de hedendaagse kunstenaar Kristof Santy om op basis van dat archiefmateriaal een nieuw decor te ontwerpen. Twee monumentale panelen, telkens drie meter hoog en vijf meter breed, hangen in een aparte, met lange gordijnen afgebakende ruimte.
‘Omdat Brusselmans ingetogen kleuren gebruikt en mijn palet doorgaans iets feller is, heb ik met pastelkrijt gewerkt’, zegt Santy.
‘Het lukte vrij goed om zijn stijl te benaderen, ook omdat ik zijn manier van denken door en door ken. Hoe hij landschappen stileert, zonder narratief en met humor, sprak me onmiddellijk aan. Hij deed me inzien dat een schilderij puur over kleuren, vlakken en lijnen kan gaan.’ Dat Santy hem als mens denkt te begrijpen, hielp hem bij zijn opdracht. ‘Ik ben ook drukker van opleiding, schilder het alledaagse en hecht weinig belang aan materieel bezit. Hij was misschien arm, maar rijk aan ideeën en héél down-to-earth.’
Revival
‘Ondanks de groeiende belangstelling op veilingen en kunstbeurzen blijft de schilder te weinig gekend’, vindt Geeraerts. Ook in Vlaanderen. ‘Met deze expo hopen we een nieuw publiek aan te spreken. Financieel is hij, in vergelijking met andere Belgische modernisten, relatief toegankelijk: een goed schilderij uit zijn beste periode kost tussen de 100.000 en 200.000 euro, terwijl vroege werken en tekeningen al vanaf 15.000 euro te vinden zijn. Dat is peanuts in vergelijking met andere modernisten.’
De curator verwacht dat die prijzen zullen stijgen. ‘Hoe meer galeries ik bezoek en jonge kunstenaars zie, hoe meer ik Brusselmans herken. In de houtskooltekeningen van Ben Sledsens, de schilderijen van Kristof Santy en Shirley Villavicencio.’ Santy kan dat alleen maar beamen. ‘Zijn eigenzinnige stijl werd in zijn tijd niet altijd begrepen, maar een jonge generatie is dol op zijn speelsheid. Ook buiten de landsgrenzen merk ik meer waardering. Misschien dat zijn wat frivole, ondeugende beeldtaal daarin meespeelt. Figuratieve schilderkunst beleeft een revival en Brusselmans past daarin.’