Het was door het graven van sleuven tijdens het verplichte vooronderzoek bij de bouw van een groot wooncomplex dat het vermoeden rees dat er iets bijzonders in de Wemmelse ondergrond zou kunnen zitten. Archeologen Vincent Verhagen en Alexander Doucet vonden op het bouwterrein vervolgens niet alleen de fundering van een Romeinse villa, maar ook de sporen van de bijgebouwen en grachten eromheen. Het porticusgebouw was 30 meter breed en 14 meter diep, met een brede zuilengalerij als portiek aan de voorzijde en een onderste bouwlaag van steen, waarop met vlechtwerk van wilgenhout en leem op werd verder gebouwd. Er kwamen ook wat voorwerpen aan de oppervlakte: een mantelspeld of fibula, gebruikt om een toga samen te houden, talloze dakpannen, stukken amfoor, en een urne. Een mooie vangst.

Vicus Asse

Toch zijn Romeinse restanten niet zo uitzonderlijk in onze regio. Zo werd tien jaar geleden in het Wolsemveld in Dilbeek nog een volledig domein van een veel grotere villa ontdekt. Zowel het Dilbeekse als het Wemmelse landbouwbedrijf voerde handel via de Romeinse handelskernen of ‘vici’ (enkelvoud ‘vicus’), die zich in de Romeinse tijd in het huidige Asse, Kester en Elewijt situeerden. 

We gingen bij Hadewijch Degryse van de Dienst Erfgoed van Vlaams-Brabant polsen hoe dat nu precies zit met die Romeinse aanwezigheid in wat we vandaag de Rand noemen. Degryse redigeerde in 2013, samen met Bart Biesbrouck, het boek Tussen stad en platteland: de Romeinse vici van Vlaams-Brabant. Daarin krijgt de lezer een heldere kijk op het dagelijkse leven van onze voorouders uit de Gallo-Romeinse tijd.

Hadewijch Degryse: ‘Ruw gezegd, gaat het van de eerste eeuw voor onze jaartelling, waarover Caesar het heeft in zijn opgesmukt oorlogsverslag De Bello Gallico tot de lange wat rommelige overgangsperiode die definitief eindigt in het begin van de vijfde eeuw. Het was onder Keizer Augustus (27 v.Chr.-14 n.Chr.) dat ook in Noord-Gallië de bestuurlijke Romeinse civitasstructuur op poten werd gezet, waardoor de huidige Vlaamse Rand tot het administratief gebied Civitas Nerviorum ging behoren.’ Dat gebied bestreek een middenstrook van ons land van Noord-Frankrijk tot Noord-Brabant. De stad Bavay, nu een Noord-Frans grensdorp, was de hoofdplaats. Kleiner dan een stad was een ‘vicus’. Dergelijke ‘vici’ waren er zeker in Asse, Kester, Gooik en Elewijt. 
Degryse: ‘Vici waren handelsplaatsen die door wegen met elkaar verbonden waren. En zo ook met grotere centra als Tongeren, Keulen, de Maas, de Rijn en het Zuiden. Die verbindingen maakten militair transport van troepen en bevoorrading mogelijk, maar ook economische ontwikkeling, handel en politieke controle. Vele steenwegen, zoals bijvoorbeeld de Edingsesteenweg, gaan terug op tracés van Romeinse banen.’

Geen Romeinen, die Romeinen

In de huidige Vlaamse Rand was er geen echte stad zoals Tongeren, Keulen of Bavay, maar de vici speelden een niet onbelangrijke rol. Degryse: ‘Villadomeinen, zoals die in Dilbeek en Wemmel, produceerden een surplus aan graan en andere handelswaar in de regio, die dan in de vici werden opgeslagen en gedistribueerd. Daarnaast had je in een vicus ook tempels, publieke baden, ambachtenzones, woningen en grafvelden.’

Wie waren de mensen die daar woonden? Kwam er volk over van het Italiaanse schiereiland? Of ging het om lokale bewoning? ‘We kennen de bewoners eigenlijk (nog) niet’, zegt Degryse. ‘Het onderzoek naar hun herkomst staat nog in de kinderschoenen. De crematiegebruiken van de Romeinen maken het niet makkelijker, net als het feit dat mensen niet op hun domein werden begraven. Bij de meeste villadomeinen zien we wel restanten van houten boerderijen uit de IJzertijd als voorloper van het hoofdgebouw. Er is dus een sterk vermoeden dat het hoofdzakelijk ging om de inheemse bevolking, die Romeinse gebruiken overnamen. De soldaten en bevelhebbers van het Romeinse leger waren trouwens ook vaak helemaal niet afkomstig van het Romeinse schiereiland. Sommige militairen kregen na afloop van hun dienst wel een stuk grond ter beschikking om te exploiteren.’

Brussel en de bossen

Brussel was onder de Romeinen wellicht nog geen belangrijk centrum. ‘We gaan ervan uit dat er in Brussel geen Romeinse vicus was, al sluit ik niet uit dat toekomstig onderzoek dat ooit zal tegenspreken. We kennen er namelijk niet de hele ondergrond. We kennen wel Romeinse villa’s uit Anderlecht, Laken, Jette. Aan de Zenne in Brussel zijn op verschillende plaatsen Romeinse resten gevonden, maar er zijn geen aanwijzingen van een handelsnederzetting of grootschalige landbouw. Waar zeker nooit landbouwgebied is geweest, is het kerngebied van het Zoniënwoud.’

De Romeinen deden aan houtskoolwinning en hebben massaal ontbost. Dat werd onlangs nog bevestigd door internationaal onderzoek waar ook het Agentschap Onroerend Erfgoed van de Vlaamse overheid aan meewerkte. Hout was nodig als brandstof, voor huizenbouw, gebruiksvoorwerpen, infrastructuurwerken, transportmiddelen en militaire expedities. 
Degryse: ‘De nood aan hout en houtskool, en de drang naar landbouwexploitatie, heeft het landschap heel erg veranderd. We zien op sommige plekken massale sporen van landbouwerosie. Zeker in de vruchtbare, meer zuidelijke leemstreek waren de landbouwpercelen groot en systematischer. De bodem in het noorden van de Vlaamse Rand gaat dan weer over naar zandleem en zand, waardoor de landbouwbedrijven er minder groot waren.’

Zelf op onderzoek

Ondertussen zijn de restanten van de villa in Wemmel alweer onder de grond verdwenen om het geplande woonproject te realiseren. Toch kunnen geïnteresseerden nog terecht op plaatsen waar men lokaal bezig is met het Romeins erfgoed. De vereniging Agilas uit Asse heeft heel wat expertise over het Romeinse verleden. Hun verzorgde museumpje kan je twee zondagen per maand bezoeken. Agilas maakte ook een wandeling met infoborden doorheen de vicus, en runt een archeologisch depot. 
Heemkring De Semse uit Zemst heeft ook een kleine museumopstelling met Romeinse vondsten. De IOED (intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst) Brabantse Kouters werkt rond Archeologie in de Noordrand, zo ook de IOED Zender in het Pajottenland. Opgravingen zelf gebeuren in regel door archeologische bedrijven. De dienst Erfgoed Vlaams-Brabant beheert ook een archeologisch depot met vondsten uit heel Vlaams-Brabant op de PIVO-site in Relegem. Dat depot kan door groepen op afspraak worden bezocht.


Op zoek naar een speciaal archeologisch avontuur? 

In april en mei kan je zelf op speurtocht in een archeologische escaperoom in het provinciedomein Huizingen.

Op 29, 30 en 30 mei zijn het opnieuw Archeologiedagen voor het grote publiek. Het programma voor die dagen komt online vanaf 1 april op www.archeologiedagen.be

Lees ook

Erfgoed

Lees meer
Erfgoed

Lees meer
Erfgoed

Lees meer