ZO ● 11 OKT ● 10.30
Rob van Essen
Schrijvers op Zondag
Zaventem, Bib CC De Factorij, meer info en tickets

Welke biografische informatie staat er zoal op de achterflap van een boek van Rob van Essen? Dat hij een Nederlandse schrijver is, die wij bij ons graag hebben geadopteerd sinds hij de partner en echtgenoot is van schrijfster Lize Spit, met wie hij zijn (schrijf)tijd verdeelt tussen Brussel en Oostende. Dat schrijven gaat hem goed af, want in 2019 won Van Essen al eens een eerste keer de belangrijke Libris-prijs, toen met zijn roman De goede zoon. 

Vijf jaar later was het een tweede keer raak met zijn roman Ik kom hier nog op terug, waarin een adembenemende plot tegelijk thema’s als geloof, tijd, lotsbestemming en de kracht van verhalen aanpakt. En nu is er zijn zeventiende boek, De grote schoonmaak, dat ook een echte pageturner is, en waarin hij de strijd aangaat met het absurde. 

Schuivende tijdsbeleving

Een gelijkenis tussen De goede zoon, Ik kom hier nog op terug en De grote schoonmaak is misschien de wat paradoxale kwalificatie autobiografische sciencefiction. Opnieuw keert Van Essen terug naar het Nederland van een tijdje geleden, om de tijdsbeleving daarna flink te laten schuiven. Het absurde voorval dat hoofdpersonage Thomas meemaakt in De grote schoonmaak heeft plaats tijdens een reclamecampagne voor een schoonmaakmiddel in een supermarkt in het Wageningen van de jaren tachtig. 

‘Ik heb ooit zelf twee maanden in een supermarkt in Wageningen gewerkt. Toen al had ik een verhaal ontworpen over een man in een reclamepak in de vorm van een schoonmaakfles waarmee iets mis gaat. Ik heb het nooit uitgeschreven omdat ik er niets mee kon, maar het is wel in mijn hoofd blijven hangen.’

Op avontuur

Door een scheur in de werkelijkheid raakt Thomas geïsoleerd en verzeilt hij in existentiële twijfel. Tot de zaak onvermoede, futuristische, en zelfs religieuze proporties krijgt. Met humor, melancholie maar vooral veel vertelkracht en precisie koppelt Van Essen het geruststellende alledaagse aan het ontregelende ongewone. 

En als lezer ga je er maar al te graag in mee. ‘Je kan allemaal dingen verzinnen, maar de lezer moet wel pikken wat je schrijft. Ik denk dat ik wat dat betreft meer durf dan vroeger. Omdat ik geleerd heb hoever de ideale lezer bereid is om samen op avontuur te gaan. Dat blijkt ook uit het feit dat mijn meest wilde boeken, de succesvolste zijn. Bevrijdend.’ Ze bevestigt Van Essens visie op literatuur als een vrijplaats. ‘Ik ontwerp mijn romans niet van tevoren. Ik schrijf en zie waar ik uitkom.’

Opmerkelijk: waar Lize Spit met haar debuut Het smelt meteen een enorme bestseller te pakken had, kwam bij Van Essen de erkenning pas veel later. Van Essen: ‘Het is de droom van elke schrijver om meteen 200.000 exemplaren te verkopen van je eerste boek, al riskeer je dan dat mensen heel kritisch gaan kijken of je dat in je carrière nog zal overtreffen. Ikzelf heb tien jaar lang manuscripten opgestuurd tot ik in 1996 debuteerde, en daarna heeft het nog geduurd voor ik doorbrak.’ In 2009 werd Visser al eens genomineerd voor de Libris-prijs, maar Van Essen won hem pas tien jaar later. 

‘Als je niet uitkijkt, kan je boos of cynisch worden in dit beroep. Ik heb mezelf echt moeten waarschuwen dat het feit dat ik schrijf de buitenwereld nergens toe verplicht. Maar schrijven is wel mijn favoriete bezigheid en ik had gelukkig altijd mensen om me heen die in mij geloofden. In de jaren negentig zei men dat als je met je derde boek niet doorbreekt, het nooit meer wat wordt. Ik ben gewoon stug doorgegaan.’

Praten over literatuur

Ondertussen blijft praten over literatuur ook leuk, al is de Republiek der letteren aardig veranderd sinds hij dertig jaar geleden begon. ‘Het literatuurwereldje had vroeger zeker ook slechte kanten, maar we lazen wel vaak met zijn allen dezelfde boeken, die in de media serieuze en inhoudelijke aandacht kregen. 

Er was een ongoing conversation over literatuur waardoor je je toch wat verbonden voelde met een bepaalde gemeenschap. Vandaag zijn er meer kleinere afzonderlijke gemeenschappen waarvoor iedereen zijn eigen toegangscode heeft via Booktok, Hebban of Goodreads.’ Het doet daarom goed om af en toe nog eens op een zondag bij een koffie over boeken te praten in aanwezigheid van de auteur.