VR ● 13 MAA ● 20.00
Hear the Silence
Zoë Demoustier
Dilbeek, CC Westrand, info & tickets

Op de première van Hear the Silence in de KVS voelde je het conflict, dat op wereldschaal in alle hevigheid blijft woekeren, aan de lijven van de dansers. Ze bewegen op verbasterde, haast machinale muziek van Ravel. Die componeerde La Valse, het voorontwerp van deze voorstelling tussen twee wereldoorlogen in. Overgezet naar vandaag zie je de dansers, vaak in slow motion, wel hunkeren naar elkaar, maar het blijft een queeste om tot echte verbinding te komen.

Enkele weken eerder, tijdens een repetitiebezoek bij laGeste in Gent, was het proces om bovenstaande strijd in een transparante voorstelling te gieten nog volop bezig. ‘Een nieuwe ploeg en locatie geven extra uitdagingen’, klonk het toen bij de choreografe. ‘Al weet ik door mijn ervaring intussen beter wat er allemaal op me afkomt.’ De voorbije vijf jaar bewoog ze zich dan ook als een wervelwind door het Belgische danslandschap met bevlogen semi-documentaire voorstellingen die haar eigen leven linken aan wereldkwesties.

‘Er is weinig om je aan vast te klampen. Technisch wringt het, maar het klopt met de ontwrichting die we willen overbrengen.’

Danser Misha Demoustier

Toch was het verschil met vorige choreografieën groot. ‘In What Remains stonden we met tien mensen op de dansvloer: de jongste was vijf, de oudste 75. Dat gaf een heel andere energie. Nu staan er enkel volwassen generatiegenoten op de scène. De solo Unfolding an Archive, waarop ik aan de slag ging met het beeldarchief van mijn vader, danste ik zelf. Nu ik niet op het podium sta, is het ingewikkelder om me te verplaatsen in de noden van de performers.’ 

Naar goede gewoonte heeft ze alles op de vloer voor zich uitgestald, met kaartjes en pijlen die de boog van de voorstelling visualiseren en de ideeën in haar hoofd met de dansers op de scène overbruggen. Maar de meest vanzelfsprekende link tussen de twee is natuurlijk haar broer Misha, die er ook al bij was in What Remains. ‘Hij kan op de vloer voelen wat ik niet voel en begrijpt beter dan wie ook waar ik naartoe wil. Omdat we samen zijn opgegroeid, beschikken we over hetzelfde referentiekader. We vinden vaak dezelfde dingen mooi. Maar als mens en als maker zijn we anders gewired, waardoor ons parcours verschilt.’

Analyse versus intuïtie

Grofweg zou je kunnen stellen dat Zoë rationeler is dan haar broer. Misha brak in 2021 door als danser in Into The Open van choreografe Lisbeth Gruwez en maakte zijn acteerdebuut in de film The Silent Treatment van Caroline Strubbe. Hij drijft veel meer op intuïtie. Misha, die er intussen is komen bijzitten, knikt. 

‘Ik denk dat ik het typische profiel van de oudste dochter heb’, vervolgt Zoë. ‘Ik ben schoolser en functioneer goed binnen structuren en een meer academische context. Als ik, zoals nu, een team moet aansturen, helpt zo’n analytische ingesteldheid. Al is ook dat relatief: tussen mijn vriendinnen van de richting Grieks op de middelbare school was ik de chaoot. Misha, die helemaal niet past in zulke structuren, zei me al dat ik dat sturende soms beter wat los zou laten om beter te kunnen co-creëren met de dansers. Als choreograaf is het niet alleen mijn taak om hen te laten begrijpen waar ik naartoe wil, ik wil hen ook de ruimte gunnen om dat doel op hun manier te bereiken. Misha helpt dan door me te vragen: Hey, maar kan het ook niet zo? Of: Moet je hier niet meer tijd voor nemen?

‘De stukken waarin ik tot dusver danste, waren erg verschillend’, zegt Misha. ‘Het gekke is dat ik tijdens Into the Open, dat zogezegd heel vrij was, soms meer in mijn hoofd zat dan tijdens What Remains, terwijl ik me toen strikt aan bepaalde afspraken moest houden. Net omdat er al een kader was, kon ik er vervolgens makkelijker mee spelen. Dat gaf een rust en vertrouwdheid, die dan weer niets met mijn intuïtie te maken heeft. Mijn ervaringen bij Lisbeth, Zoë en Arkadi (Zaides, de choreograaf van de AI-performance The Cloud) neem ik mee naar mijn eerste solovoorstelling die ik nu voorbereid. Mijn grootste uitdaging is ontdekken wat voor mij werkt. Ik hoop daar de tijd voor te krijgen, want er ligt een eindeloze druk op jonge mensen. Werkend op gevoel en vanuit observatie wil ik daar tegen vechten.’

Volksdans

Als broer en zus Demoustier samenwerken, is muziek een extra speler. Dans en klank sturen elkaar in Hear the Silence niet alleen aan, maar worden ook zichtbaar. De geluidskunstenaar van dienst - Rint Mennes of Willem Lenaerts - koppelt een combinatie van analoge instrumenten en nieuwe technologie vanop het podium direct terug naar de bewegingen op de scène. Met als onderzoeksvraag hoe ze conflict via klassieke muziek kon belichamen was de choreografe bij de wals terechtgekomen. ‘Ravel gebruikte de dans om aan te geven hoe Europa na WO I veranderd was.’ Zijn dissonante, contra-intuïtieve compositie maakt het voor Misha onvoorspelbaar. ‘Er is weinig om je aan vast te klampen. Technisch wringt het, maar het klopt met de ontwrichting die we willen overbrengen.’

‘We wilden de wals menselijker, zachter en gelijkwaardiger maken, echt contact centraal zetten in plaats van vorm, elegantie of status, er kortom weer een casual volksdans van maken.'

Choreografe Zoë Demoustier 

‘Met de brokstukken wilden we opnieuw iets opbouwen, zowel in beweging als in geluid’, pikt Zoë in. ‘Op zoek naar wat contact maken betekent in deze onstabiele, verdeelde, geïndividualiseerde wereld vonden we een grote kracht in het fysiek samenkomen op protesten of marsen, maar ook in het nachtleven dat opleeft in conflictgebied. Denk aan Kiev of Beiroet, maar ook aan Iran en Congo. Samen dansen, raakt daar aan de essentie. Opvallend bij de klassieke Weense wals was dat alhoewel mensen elkaar fysiek aanraakten, ze dat vaak met afgewende blik deden, en er was ook een duidelijke leidende en volgende rol. Wij wilden de wals menselijker, zachter en gelijkwaardiger maken, echt contact centraal zetten in plaats van vorm, elegantie of status, er kortom weer een casual volksdans van maken.’

‘Om het concept volksdans modern in te vullen, weg van dat elitaire, kwamen we al snel uit bij de club, want een moderne wals of volksdans bestaat hier niet’, besluit Misha. Toen zijn mededansers uit pakweg Griekenland en Korea vertelden dat er in hun thuislanden nog gevolksdanst werd, voelde Zoë dat aan als een gemis. ‘Dans kwam in ons leven via hedendaagse dans op de scène, niet als een ritueel. Maar zou het niet fantastisch zijn als het publiek na de voorstelling naar huis zou dansen en volgende generaties weer meer met elkaar zouden dansen?’