Frans Hemerijckx wordt als oudste zoon van het gezin Hemerijckx-Steenhoudt op 19 augustus 1902 in Ninove geboren. Zijn vader fabriceerde kaarsen, zijn moeder baatte een winkeltje uit. Voor zijn humaniora gaat hij op internaat in het Sint-Catharinacollege in Geraardsbergen. Geneeskunde volgt hij in Leuven en na zijn diploma in 1928 haalt hij nog een graduaat Tropische geneeskunde.
Congo
Op 27 jaar vertrekt hij in 1929 als jonge dokter naar de missiepost van de paters scheutisten in Tshumbe in het toenmalige Belgisch Congo om er melaatsen te verzorgen. Zijn vriendin, Marie-Salomé, volgt hem in 1930 en op 9 juni trouwen ze in Luluaburg, maar de zwangere Marie-Salomé krijgt malaria en op 14 augustus 1931 overlijdt zij.
Ondertussen had dokter Hemerijckx in Tshumbe een eerste leprozerie voor melaatsen uitgebouwd: een dorp waar melaatsen samen met hun familie in afzondering kunnen leven. Hij vond die afzondering noodzakelijk, maar niet ideaal. De isolatie van melaatsen stigmatiseerde de patiënten en ontzegde hen de nodige zorgen.
In februari 1935 huwde Frans Hemerijckx met Betsy Grootaert, de zus van Marie-Salomé. Hun huwelijksreis ging naar Congo, waar er vier jaar lang elk jaar een nakomeling werd geboren, die in Congo opgroeide.
Klinieken onder de bomen
In 1943 bouwde Hemerijckx een nieuw lepracentrum in Dikungu. Dat lag aan de basis van zijn latere behandelingssysteem dat de wereld rond zou gaan. Er was inmiddels een behandeling mogelijk met sulfonen, een antibioticum. Daardoor kon Hemerijckx overschakelen op ambulante zorg. De melaatsen verbleven niet langer in leprozerieën, maar konden samen met hun familie op een aangepaste plek verblijven. De melaatsen kregen een stuk grond om in het eigen onderhoud te voorzien. Zo pionierde hij met zijn klinieken onder de bomen. De patiënten kwamen naar een afgesproken plaats in hun eigen dorp en werden daar verzorgd en medisch opgevolgd. Dat principe van ambulante verpleging van melaatsen wordt vandaag wereldwijd toegepast en Hemerijckx legde daarmee de basis voor de werking van de Damiaanactie.
In 1954 vroeg koning Leopold III hem om in Polambakkam, in het zuiden van India, een Belgian Leprosy Centre op te zetten. Ook daar trok dokter Hemerijckx het principe van de klinieken onder de bomen door. Het testproject sloeg aan en de Indiase regering vroeg om op meerdere plaatsen zulke projecten op te starten. In India had Hemerijckx op een bepaald moment 67 klinieken onder de bomen. Zijn manier van werken met ambulante gezondheidszorg werd uiteindelijk in heel de wereld overgenomen.
Damiaanactie
De Wereldgezondheidsorganisatie stelde hem in 1961 aan als verantwoordelijke voor de gezondheidsprogramma’s over de hele wereld. Hij werd een eminente spreker over lepra. In 1964 richtte hij mee de Damiaanactie op. Hij werd er de eerste medische adviseur van.
Na de Tweede Wereldoorlog woonden zijn vrouw en hun vijf kinderen in Grimbergen. In 1965 keerde dokter Hemerijckx op 63-jarige leeftijd terug naar zijn gezin. Twee jaar later overleed hij, maar hij maakte nog de priesterwijding van zijn zoon en de opening van het Dr. Hemerijckx Leprosy Centre mee. In 1968 ontving hij op het wereldlepracongres in Londen de Damian Dutton Award, dé ultieme erkenning voor zijn strijd tegen lepra. Dr. Frans Hemrijckx werd in Grimbergen begraven.