Het gaat wel degelijk om een inheemse soort, maar eentje die tot de jaren 1980 uitsluitend voorkwam aan de kust of langs brakke waterlopen.
Daar kwam vanaf de jaren 1990 snel verandering in, en dat heeft een rechtstreeks verband met het onderhoud van onze autowegen. Die kregen - in de toen nog strenge winters - regelmatig stevige strooibeurten met zout over zich heen, en daar heeft hertshoornweegbree van geprofiteerd. In tegenstelling tot het overgrote deel van andere planten verdraagt deze mobiele soort vrij grote zouthoeveelheden.
Vanaf de kust trok hij landinwaarts langs de grote gepekelde autosnelwegen, en vind je hem daar in grote hoeveelheden terug. Hij legde hetzelfde parkoers af als Deens lepelblad, dat oorspronkelijk ook uitsluitend voorkwam aan onze kust. Ze trokken broederlijk of zusterlijk samen op, maar de weegbree is nu duidelijk algemener omdat hij makkelijker de platgetreden zoutpaden verlaat en zich overal vestigt waar andere soorten het niet zo op begrepen hebben.
Dat gaat in eerste instantie over kale, voedselarme of voedselrijke, droge of deels natte plekken waar hij het rijk voor zich alleen heeft. Die vindplaatsen hoeven geen zout te bevatten, want daar heeft de soort voldoende aan de aanwezige mineralen en voedingsstoffen. Op die manier heeft een kustsoort zich dus uitgebreid tot in het diepe binnenland. De verwachting is dat hij daar zal blijven en waarschijnlijk zelfs nog uitbreiden. De decoratieve bladeren krijg je erbij.