Aantal sterren ★★★★
Troeven
- Veel afwisseling in de Molenbeekvallei met graslanden, jonge en oude bossen, de Romeinse villa, het kerkhof, speelplekken, hondenweiden
- Redelijke bereikbaarheid met het openbaar vervoer
Minpunten
- De echte natuurplekken blijven klein alsof ze samengedrukt zijn in een smalle strook aan de spoorweg
- Het lawaai van de stad is nooit ver weg
- Het water van de beek is nog steeds ondermaats
- Hier en daar storend zwerfvuil
Voor de duidelijkheid: je bevindt je hier in een lange, smalle zone van de Molenbeekvallei. Van oost naar west gaat het respectievelijk om het Dielegembos, het Koning Boudewijnpark (zones I, II en III), het Moeras van Jette (ontoegankelijk wegens te kwetsbaar), het Poelbos, het Laarbeekbos, de nieuwe begraafplaats van Ganshoren, en ten slotte het Moeras van Ganshoren.
Spontane ontwikkeling kansen geven
Om de ecologische troeven van respectievelijk het Moeras van Ganshoren (11 hectare) en het Moeras van Jette (tiental hectare) te versterken keurde Leefmilieu Brussel in 2023 een door specialisten opgemaakt beheerplan goed. De uitdrukkelijke bedoeling is om het beheer van deze Natura 2000-zone - ze geniet Europese bescherming wegens de hoge natuurwaarden - verder te verfijnen zodat de lokale biodiversiteit er verder op vooruit gaat.
In grote lijnen komt het er op neer dat de min of meer beboste zones een nulbeheer krijgen. Daarmee wil de beheerder de spontane ontwikkeling van een elzen-wilgenbroekbos alle kansen geven. De nog aanwezige en ooit aangeplante populieren sterven af, en in de plaats komt de prille, natuurlijke bosontwikkeling op gang. Aangezien het om zeer natte zones gaat, is de opkomst van allerlei wilgensoorten en zwarte els de logische start van zo’n specifieke moerasbosbiotoop. De aanwezige graslanden krijgen een uitgekiend maaibeheer over zich heen om verbossing en verruiging tegen te gaan. De combinatie van broekbos en natte graslanden is een voltreffer voor kwaliteitsvolle natuurontwikkeling.
Een boost van insecten
De twaalf vleermuissoorten varen er alvast wel bij, want de insectenfauna krijgt een ongeziene boost. Vleermuizen leven uitsluitend van insecten, vandaar... De reeds decennialange aanwezigheid van de ringslang is een opsteker van formaat. Deze iconische soort zal door bijkomende maatregelen in de wijde omgeving zo goed als zeker uitbreiden naar andere gebieden. Een voorbeeld daarvan vind je in de bedrijvenzone van Zellik, vlak naast de Ring. Daar zijn inmiddels broedhopen aangelegd waar dit reptiel haar eitjes kan deponeren.
Dat industriegebied zet ook in op meer natuurlijke vegetaties op de bedrijfsterreinen, waardoor een meer natuurlijke vegetatie ontstaat wat in eerste instantie ten goede komt aan de vele insecten die nectar en stuifmeel zoeken op de talloze aanwezige bloemen. Een aangepaste maaicyclus herleidt het vroegere gazonbeheer tot enkele maaibeurten per jaar, met afvoer van de vegetatie. Daardoor verschraalt de bodem en vestigen zich steeds meer bloemplanten waardoor nog meer insecten op afkomen. Het zet een halfnatuurlijke cyclus in gang waarbij de biodiversiteit steeds verder uitbreidt.
Neem je tijd om te observeren
Je kan in alle vermelde gebieden wandelen, van zonsopgang tot zonsondergang. Op de meeste plaatsen vind je een combinatie van natuur- en cultuurwaarden; in het Moeras van Ganshoren ligt de nadruk op de natuurwaarden. In elk seizoen kan je daar allerlei dier- en plantensoorten observeren, tenminste als je je gedeisd houdt en op de paden blijft. Buiten de hondenweiden moeten de viervoeters aan de leiband, en het is ten strengste verboden om vuur te maken. Een goede verstaander begrijpt dat ook roken uit den boze is.
Tijdens onze verkenning omstreeks half juni heerste hier een hittegolf, maar het weerhield onder meer de blauwe reiger, de torenvalk en heel wat libellensoorten er niet van om te verschijnen. De grote kattenstaart begon net te bloeien, verschillende bramensoorten waren al over hun hoogtepunt, de zwartkopgrasmus kweelde zijn onophoudelijke, stevige, kenmerkende zang. De Molenbeek lag er mooi bij, en door de zware regen van de voorbije dagen oogde alles fris en groen. Er waren heel wat dag- en nachtvlinders te zien, en zelfs enkele paddenstoelensoorten. Het was te warm voor de mensen, dus waren er weinig wandelaars die de canicule trotseerden.
Toch voelde het hier duidelijk frisser aan dan bijvoorbeeld aan de ingang van de Tentoonstellingslaan; natuur als airco, zoiets. Als je de volledige zone bewandelt, ben je meer dan een halve dag zoet, met het kleine Moeras van Ganshoren jammer genoeg als te kleine afsluiter. Neem echter je tijd om te observeren. Je staat verbaast wat er zoal passeert of welke planten bloeien, in vrucht staan of nog naar hun hoogtepunt moeten. Wat een zalig schouwspel is dat toch.