Het geld is bestemd voor Vlabinvest, het Agentschap voor woon- en zorginfrastructuur, dat zelf bijkomend 500.000 euro investeert in nieuwe infrastructuur voor kinderopvang. Dit alles zou de komende vier jaar goed moeten zijn voor 310 extra plaatsen in crèches. Hiervan zijn al 252 plaatsen toegewezen: 24 in Asse, 22 in Beersel, 34 in Dilbeek, 24 in Grimbergen, 14 in Machelen, 6 in Meise, 16 in Merchtem, 14 in Overijse, 14 in Sint-Genesius-Rode, 30 in Sint-Pieters-Leeuw, 33 in Vilvoorde en 21 in Zaventem.
De gemeenten van de Vlaamse Rand reageren positief op dit nieuws, maar wijzen er bijna unisono op dat het onvoldoende is om aan de actuele vraag naar kinderopvang tegemoet te komen. ‘De bijkomende middelen zijn heel welkom. Er is echter nog een aanzienlijke toename nodig om de druk op de wachtlijsten structureel te verlichten’, zo vernemen we vanuit Beersel. ‘De aangekondigde investeringen helpen, maar volstaan niet volledig. Verdere investeringen in infrastructuur én personeel blijven aangewezen’, bevestigt Machelen. Asse apprecieert de inspanningen, maar vindt ze ‘onvoldoende om tegemoet te komen aan de noden’. Ook Zaventem, Dilbeek, Wezembeek-Oppem en Drogenbos vragen expliciet bijkomende Vlaamse investeringen.
De minister anticipeerde in zijn persmededeling reeds op deze reacties vanuit de gemeenten door te wijzen op de grote historische achterstand inzake zorginvesteringen in Halle-Vilvoorde. ‘In deze zorgregio zijn er gemiddeld 36 kinderopvangplaatsen per kilometer, 20% minder dan elders’. Deze achterstand is het afgelopen decennium zelfs nog groter geworden. De capaciteit van de kinderopvang in Vlaanderen nam in deze periode met 2,2% toe, terwijl het aantal kinderen met 8% daalde. In de Vlaamse Rand deed zich echter het omgekeerde voor. Het aantal plaatsen daalde met 0,5%, terwijl het aantal kinderen met 3% steeg.
Asse wijst erop dat 24 extra plaatsen die het toegewezen kreeg ‘louter een compensatie zijn voor het verlies aan plaatsen van de afgelopen jaren’. Als reden voor het uitblijven van de investeringen in kinderopvang wijst Wezembeek-Oppem naar ‘de sterke stijging van (ver)bouwingskosten de voorbije jaren’. Deze vormt een zware financiële last voor gemeenten die het aantal opvangplaatsen willen verhogen. Ook minister Weyts stelt in zijn mededeling ‘dat de Vlaamse Rand een regio is met buitengewoon hoge vastgoedprijzen, waardoor de klassieke financieringsmodellen vaak niet volstaan om inzake kinderopvang dezelfde uitbreidingsgraad te realiseren als elders in Vlaanderen’.
De gemeenten beklemtonen in hun reactie ook de eigen inspanningen om de kinderopvangacapaciteit te versterken. In 2024 gaf Dilbeek een gemeentelijk gebouw in concessie aan 3Wplus voor de opstart van een nieuw kinderdagverblijf dat plaats biedt aan 24 kinderen en lanceerde een subsidiereglement voor kinderopvanginitiatieven. Sint-Pieters-Leeuw bouwde een kinderdagverblijf dat sinds februari 2024 39 plaatsen aanbiedt. Deze legislatuur is een uitbreiding voorzien met 26 plaatsen. Vilvoorde voorziet in haar nieuwe zorgcampus in de oude gebouwen van de FOD Financiën ook kinderopvang. Ook Zaventem gaat extra investeren in de uitbreiding en modernisering van kinderopvanginfrastructuur.