Pelléas&Mélisande&Pelléas
Leue/ Frank Focketyn & Rashif El Kaoui
DO ● 15 OKT ● 20.30
Sint-Genesius-Rode, GC de Boesdaalhoeve, meer info en tickets
ZA ● 17 OKT ● 20.30
Overijse, CC Den Blank, meer info en tickets
DO ● 22 OKT ● 20.00
Vilvoorde, CC Het Bolwerk, meer info en tickets
Op de vloer cirkelen twee liefdesrivalen, de hovelingen Golaud en Pelléas, rollen van Focketyn en El Kaoui, als bronstige dieren rond een vrouw (en elkaar). De jonge Arjan Schepers, als stagiaire binnengehaald en eerst alleen danseres, werkte zich zo goed in haar rol van Mélisande in dat ze promoveerde van ‘vrouwelijke aanwezigheid’ tot volwaardige actrice. Regisseur Leue vertelt ons hoe het begon met het Antwerp Symphonic Orchestra, dat hem vroeg een versie van Pelléas et Mélisande te maken voor orkest. Hij vertaalde de originele Franse tekst naar het Nederlands - Maeterlinck was een rasechte Gentenaar, die bevriend was met Cyriel Buysse, met wie hij Oost-Vlaams dialect sprak, maar schreef zoals dat toen gebruikelijk was in het Frans. Leue vindt hem nog steeds onderschat.
Wonderlijke zinnen
‘Zijn poëtische taal kan afschrikken, omdat we nu een veel directer taalgebruik gewend zijn met korte zinnen en Engels. In mijn hertaling zoek ik een evenwicht tussen zijn poëzie en spreektaal. Maar aan een regel als je hoort hier het water dromen, is niets veranderd.’ Een zin die je in het echte leven niet zou uitspreken, maar Schepers smelt weg bij het horen alleen, terwijl ze tot voor kort niet vertrouwd was met Maeterlinck.
‘Ik heb mijn hoofd vol nachtbloemen, nog zo’n wonderlijke zin’, zegt ze. ‘En: Ik wil de bodem van mijn dromen zien, is misschien wel de mooiste. Ik ga graag met metaforen aan de slag.’ Leue noemt de danseres, die bij de voorstelling werd gehaald nadat choreografe Iris Bouche haar had gezien in Don Quixote de la Mancha van Theater FroeFroe, een oude ziel in een jong lichaam. Toch is haar bijdrage niet de ingrijpendste aanpassing. Die zit in de structuur. De regisseur liet het slotbedrijf vallen en vertelt drie keer hetzelfde verhaal, telkens korter, tot alleen muziek en lichaamstaal overblijven. ‘Normaal wordt een stofje in een schelp door schuren een parel. Wij beginnen met de parel en schuren tot er haast niets meer overblijft.’
Van doen naar zijn
Er worden wel meer cirkels rondgemaakt. Zo was Focketyn eerst de mentor van Leue aan het Antwerpse conservatorium. ‘Dankzij hem ben ik acteur geworden! Op mijn 17e was Dora Van der Groen er nog de grote baas. Zij had gemerkt dat ik met mijn energie geen blijf wist en aan Frank gezegd dat ze me zou buitenzetten en ik maar naar de circusschool moest gaan. Hij nam mij apart en zei: Je bent een aap, maar wat doen we daaraan? Wij gaan Dora van haar sokken blazen. Op het eindexamen ben ik tot haar grote verbazing de hele tijd stil op mijn stoel gezeten, en ik mocht blijven.
Wat ik van hem heb geleerd? Misschien dat je niet te veel moet doen, maar vooral moet zijn. Toen ik zijn puberzoon speelde in Vaneigens in Man Bijt Hond zagen we elkaar meer dan onze eigen familie, daarna verloren we elkaar wat uit het oog. Sinds Van den vos die amoc maecte zien we mekaar vaker en nu dacht ik meteen: als er één iemand mooie poëtische zinnen doodnormaal kan zeggen, is hij het wel.’
Spanningsveld
El Kaoui leerde Leue kennen aan de afdeling Woord van het conservatorium. ‘Ik wist dat zijn mooie stem prachtig zou blenden met de muziek. Hij was er ook bij met het Antwerp Symphonic Orchestra. Samen vormen ze nu een fraaie balanceeract. Terwijl Rashif de poëzie draagt, haalt Frank ze onderuit.’
De muziek van het trio rond Antoon Offeciers zweeft tussen gesamplede fragmenten uit Debussy’s originele opera, triphop en livejazz, terwijl de kostuums van Lynn Wauters inspiratie zochten bij de begrafenisceremonie van Schotse koningen. ‘Door hun kilts kunnen we spelen met gender’, verschuift Leue het gesprek. ‘De twee mannen vinden elkaar in hun gedeeld verdriet om een vrouw. Het dichtste dat ze bij Mélisande komen is via elkaar. Als ze elkaars wang strelen zoals zij die streelde, of het zout aflikken van elkaars huid zoals zij dat deed, tja dan... Je zou je ook kunnen afvragen of ze biseksueel en verliefd zijn op elkaar.’
Generatiekloof
Onder de poëtische oppervlakte en de onderhuidse wrijvingen stellen zich actuele vragen. Leue herkent in Maeterlincks tragische driehoeksverhouding de neiging om een partner te ‘redden’ of nog hoe koppels in een open relatie eerst zeggen ‘doe maar’, maar het daarna niet aankunnen en doordraaien. Ook de generatiekloof tussen de spelers levert stof tot nadenken. ‘Onze generatie gaat minder snel liefde officialiseren, blijft in situationships steken, zonder dat de gevoelens minder echt zijn’, besluit Schepers. ‘Door sociale media heerst het gevoel dat de wereld groter is geworden en er altijd nog iemand anders is, terwijl de generatie van mijn oma en opa tevreden was met iemand uit het dorp ernaast.'