ZA ● 24 JAN ● 16.00
Toast Literair. Sigrid Bousset in gesprek met Aleksandr Skorobogatov
Beersel, Huis Herman Teirlinck, huisvanhermanteirlinck.be
De Witrussisch-Belgische schrijver Aleksandr Skorobogatov (°1963) woont al meer dan dertig jaar in België. Hij schreef - in het Russisch dat hij zelf vertaalt naar het Nederlands - acht boeken, waaronder de bestseller Sergeant Bertrand, Portret van een onbekend meisje, en De wasbeer. In 2024 ontving Skorobogatov de Arkprijs van het Vrije Woord voor zijn journalistieke stukken die het regime en de oorlog van Poetin blijven aanklagen.
Op het moment dat we hem spreken, is Skorobogatov net terug van het ziekenhuis waar zijn oudste dochter bevallen is van een meisje. Het is geweldig nieuws dat nog een extra dimensie meekrijgt. De tweede naam van het meisje is namelijk Vladosjka. Dat is de koosnaam van Vlado, de Georgische variant van Vladimir, en ook de naam van Skorobogatovs zoon die in Georgië werd geboren, maar nooit volwassen kon worden. ‘Hij is voor altijd Vladosjka gebleven. Daarom is het zo extreem ontroerend en mooi dat hij blijft voortleven en herinnerd worden in de naam van mijn kleindochter.’
Voortleven doet de zoon nu ook in het boek dat Skorobogatov schreef over diens gruwelijke dood. De schrijver keert in detail terug naar de gebeurtenissen van meer dan twintig jaar geleden. Naar de laatste contacten die hij had met zijn zoon, naar de nacht van de feiten, de begrafenis, het onderzoek en de rechtszaak. Het boek is zo intens dat de vraag zich opdringt hoe het na het schrijven ervan met de schrijver gesteld is. Niet goed, zo blijkt.
‘Het boek schrijven was zelfdestructief’, vertelt Skorobogatov. ‘Dat je je na een trauma lang van de gebeurtenissen afkeert, is een verdedigingsmechanisme. Al die dingen bewust opnieuw beleven was extreem pijnlijk. Na een uur schrijven en tegen de tranen vechten, moest ik weer drie, vier uur bekomen. Voor ik eraan begon dacht ik nog dat het uiteindelijk iets positiefs kon zijn. Dat ik iets zou kunnen afsluiten. Maar Sigrid Bousset, die me in Huis Herman Teirlinck zal interviewen, had me al gewaarschuwd dat het moeilijk zou blijven. Elk gesprek over mijn zoon is zo zwaar dat ik slecht slaap. Eén goede nacht per week is veel. Ook al heb ik het nog nooit meegemaakt dat een boek van mij zo warm werd ontvangen.’
Waarschijnlijk kon het niet anders dan dat je als schrijver ooit dit boek zou schrijven.
Skorobogatov: ‘Inderdaad. Ik ben een jaar of zeven geleden aan dit verhaal begonnen. De eerste drie pogingen hebben het niet gehaald. Ik vond niet de juiste toon, niet de juiste connectie. Die mislukking leidde tot een eenzaamheid die me wel ergens bracht. Wat mijn zoon meemaakte, was duizend keer zwaarder, maar heeft ook te maken met eenzaamheid: die van een jonge tiener die oog in oog staat met zijn moordenaars.’
Het boek is een brief aan jouw zoon en bevat ook sprookjesachtige passages over de ‘vuurleeuw’ die jij naar het ‘levenswater’ brengt.
‘Toen ik beschreef hoe mijn zoon in zijn doodskist naar zijn begraafplaats werd gedragen, kon ik echt niet meer verder. Toen voelde ik dat ik hem een sprookje wilde vertellen. Iets moois en magisch dat de verschrikkelijke werkelijkheid oversteeg. Ik dacht er niet echt over na. Ik wilde niet op een donkere noot eindigen. Zijn moordenaars hebben hun best gedaan om mijn zoon te laten verdwijnen door hem te martelen, te doden en te verbergen in het bos. Als nabestaande wil je juist dat de herinnering niet verdwijnt. Als schrijver kon ik met dit boek een monument oprichten voor mijn zoon en hem laten verder leven in de harten van de lezers. Dat is het levenswater dat ik heb kunnen vinden.’
Er zit in Rusland een leider die voor dood en vernieling zorgt op het grotere, geopolitieke vlak. Je noemt zijn naam niet, maar met een korte passage til je het boek ook even op dat niveau.
‘Ik ben aan deze versie van de roman begonnen in 2021, net voor de invasie in Oekraïne. Ik ben toen even gestopt omdat ik me afvroeg of mijn persoonlijk verhaal wel een plaats had in het aanzicht van een oorlog waarin elke dag kinderen sterven. De eerste maanden was mijn antwoord nee, en schreef ik over de oorlog en die kwaadaardige dwerg in het Kremlin. Daarna ben ik toch teruggekeerd naar de roman. Zonder buiten de grenzen van een gesprek met een 15-jarige jongen te treden, heb ik het verband gelegd. Mijn zoon werd vermoord omwille van een orthodoxe priester die zijn parochianen opzweepte om zogezegde satanisten op te jagen en te straffen. Terwijl mijn zoon natuurlijk niets met satanisme te maken had. Het waren de eerste jaren waarin Poetin aan zijn macht begon te bouwen. Vandaag zien we hoe hij gesteund door de kerk, en begeleid door precies dezelfde woorden als ‘satanisme’ een vijand creëert, ontmenselijkt en vogelvrij verklaart. Dat aspect is essentieel verbonden met de dood van mijn zoon.’
Aleksandr Skorobogatov. Achter de donkere wouden, Uitgeverij De Geus, 129 blz.