Freddy neemt ons graag mee op een korte cruise op onze binnenwateren, meer bepaald op het Zeekanaal, ook wel kanaal van Willebroek of Willebroekse Vaart genoemd, dat voor een rechtstreekse verbinding zorgt tussen Brussel en de Schelde. Aan de sluis van Wintam kan je de immens grote oppervlakte water zien die er samenkomt: de Schelde, de Rupel en het Zeekanaal. een machtig gevoel, zoiets als op de top van een berg staan. Tot je al vlug beseft dat je in de omgeving slechts een nietig mensje bent.
Voorgeschiedenis
Op 12 oktober 1561 werd dit oudste kanaal van de westerse wereld feestelijk ingehuldigd. Het verbond de hoofdstad met de Schelde, liep parallel met de Zenne, maar passeerde niet meer in het Land van Mechelen, waar in beide richtingen tol werd gevraagd op het vervoer van vis, zout, haver en andere koopwaar.
Als we vandaag het kanaal afvaren, passeren we door twee sluizen om een verval van 15 meter te kunnen overbruggen, en onder verschillende bruggen die al jaren de linker- en rechteroever verbinden. In 1906 en 1922 werd deze 28 km lange vaart gemoderniseerd. De monding in de Rupel werd verlegd naar een nieuwe sluis in Wintam. In 1975 werd een sluis in dienst genomen op het grondgebied van Zemst, in 1997 in Wintam.
Wat je zoal meemaakt
‘Als nautische gids en trouwe zeiler werkte ik jaren samen met een reder die zijn schepen aan particulieren of verenigingen verhuurde voor boottochten op de Belgische binnenwateren. Soms was dat een uitstap op maat voor een personeelsfeest of een teambuilding. Ik gaf de mensen de nodige uitleg over alles wat er op het water en de oevers te ontdekken viel.’
‘Zo vertrokken wij eens op een zonnige zondag, bij de opening van het vaarseizoen met veel toeristen aan boord. Vanuit de hoofdstad stroomafwaarts kwamen we aan de Europabrug, ook wel de Brug van Vilvoorde genoemd. Een betonnen hefbrug die in 1972 werd gebouwd om de oude draaibrug uit 1945 te vervangen. Daar vertelde ik de oorsprong van het woord pjeirefretters, de bijnaam van de Vilvoordenaren. Die naam gaat terug naar de 18e eeuw, toen de fameuze Brabantse trekpaarden werden gebruikt om schuiten voort te trekken over de Zenne en later over de Willebroekse Vaart. Ik eindigde mijn betoog door te zeggen dat de paarden die niet meer voor het zware trekwerk geschikt waren noodgedwongen door de minder begoede klasse werden opgegeten. Vandaag wordt deze culinaire specialiteit nog steeds geserveerd in restaurants van de gemeente. Oeps stad. Want achteraan op de boot riep iemand met luide stem: stad meneer, Vilvoorde is geen gemeente, maar een stad! Ik keek op en zag tot mijn verbazing dat voormalig burgemeester Jean-Luc Dehaene mee aan boord was om zijn stad eens vanop het water te aanschouwen.’ Stad. Ik zal het nooit meer vergeten.
Grazers op het eiland
‘In Willebroek staat de Vredesbrug (1952), in de volksmond ook de Brug der zuchten genoemd. Niet alleen een knipoog naar de gelijknamige brug in Venetië, maar ook omdat de brug zo laag boven het water hing en tot in de jaren 1980 meermaals per dag moest worden geopend voor bijna elk schip, wat aanleiding gaf tot veel vertragingen en gezucht bij de automobilisten. In zijn lied De Brug van Willebroek zong Wannes Van de Velde er zo mooi over. Die melodie is nu de wachttoon als je naar de gemeentelijke diensten van Willebroek belt.’
‘Na de werken aan de sluis van Wintam in 1997 is er een eiland ontstaan tussen de oude en de nieuwe loop van het Zeekanaal en de Rupel. Een nieuw natuurgebied, dat zeer in trek is bij vogels maar ook bij de grote, ingevoerde grazers gekend als het Heckrund. Dit ras (Bos Taurus) werd gekweekt om de replica van het uitgestorven oerrund te verkrijgen en werd naar de Duitse broers Heinz en Lutz Heck genoemd. Ook het Konik-paard, gekweekt door Tadeusz Vetulani, een wetenschappelijk onderzoeker die naar de Tarpan zoekt (een Europese inheemse paardensoort uitgestorven sinds de jaren 1930) is er vaak te bespeuren.
Wij stonden erbij en keken ernaar
Terug aan boord. ‘Ik herinneren mij nog goed dat we tijdens een uitstap plots veel lawaai hoorden op de oever en zagen dat een aantal tieners met veel omhaal naar het water wezen. Onmiddellijk zwaaide skipper Yvan zijn schip om dichter bij de oever te geraken. Op zo’n drie meter van de oever zagen we een oudere man op zijn rug drijven, met een stok die hij boven zijn buik hield. Hij was bij bewustzijn en kermde luid. Met de hulp van de skipper, een oudgediende van de marine, slaagden we erin zijn stok te grijpen en met een touw de man naar de oever te trekken waar een opgeroepen ziekenwagen zich over hem ontfermde. Nadien vernamen wij dat de blinde man tijdens zijn ochtendwandeling, waarvan hij het parcours nochtans van buiten kende, een verkeerde beweging had gemaakt en in het kanaal was beland. De lucht in zijn regenjas had voor een balloneffect gezorgd en was zijn redding. Aan de dood ontsnapt zonder het echt te beseffen. Wij stonden er allemaal beduusd naar te kijken. Maar het water, dat kabbelt verder.’
Zwaai een keer
‘Als teambuilding van een bedrijf werd het schip ooit gecharterd voor een cruise waarvan de verantwoordelijke erg in de weer bij het organiseren. Een voor haar een onbekend maritiem gebeuren. Uit voorzorg, om haar CEO en het personeel te plezieren, had ze pillen tegen zeeziekte en braakzakjes meegenomen en vroeg bezorgd of de hoeveelheid wel voldoende was. Jazeker mevrouw, dat komt helemaal goed. Na twee uur varen op een plat en rustig kanaal, vroeg ze tot waar we gingen? In gebruikelijk zeemanstermen zei ik: Tot aan de sluis van Zemst en daar zwaaien we om terug naar ons vertrekpunt te varen. Waarop ze vroeg: En naar wie moeten we dan zwaaien? Ik moest een lach onderdrukken. Zwaaien staat in zeemanstermen voor draaien en daar hoefden ze helemaal niet naar iets of iemand te zwaaien.’
Salueren bij een monument
‘Op een dag hadden we een vereniging van ex-legerofficieren aan boord op een tocht naar Zemst. Ter hoogte van de Verbrande Brug in Humbeek staat er sinds jaren een monument op de plaats waar korporaal Trésignies sneuvelde in augustus 1914. Het is de traditie dat elk schip van onze marine dat langs dit monument vaart militaire eer betuigt. De skipper voer zeer traag voorbij de plek om alles goed te kunnen zien. Plots zagen wij al die veteranen opgelijnd op het achterdek staan, sommigen met krakende gewrichten. Op een geef acht salueerden ze naar het monument. Een emotioneel moment.’