Merchtem is de geboorteplaats van componist August De Boeck (1865-1937). Een ander visitekaartje zijn de steltenlopers. Deze vereniging telt ruim 135 leden die, in hun opvallende en kleurrijke zwart-geel-rode kostuums overal ter wereld optreden, van Japan tot de Verengde Staten. Zo zetten ze een traditie verder die uit de middeleeuwen stamt.
Landbouw aan de Molenbeek
De kern van de gemeente ontstond op de oevers van de Molenbeek, in de nabijheid van de Romeinse heirbanen. Reeds in de 7e eeuw was het een rijk en dichtbevolkt gebied. Het behoorde toe aan de bisschoppen van Kamerijk. In de middeleeuwen kende het onder andere een meierij; een ambtsdrager die instaat voor de inning van de belastingen voor de heer. Het omvatte een twintigtal dorpen die bestuurd werd door de familie Hobosch, verwant aan de familie Pipenpoy (14e eeuw).
Hoewel Merchtem in 1879 al over een treinstation beschikte op de lijn tussen Brussel en Dendermonde bleef de bevolking hoofdzakelijk gericht op de landbouw. Vanaf de 19e eeuw ontwikkelden zich andere nijverheden in de dorpskern.
Omstreeks 1926 waren er zes bierbrouwerijen, één azijnfabriek, twee stoommelkerijen, zes maalderijen en molens, vier drukkerijen, twee zagerijen en vijf meubelfabrieken. Het merendeel van deze bedrijven bleef actief tot in de jaren 1990. Er bestaan uitgebreide studies over hun geschiedenis. Laat mij toe een paar van die bijzondere plekken te doen herleven. Ga je mee?
Een kijk op Merchtem
Komende vanuit Wemmel/Brussegem wandelen we de gemeente binnen via de Stoofstraat en treffen we aan de rechterkant voor huisnummer 13 een hardstenen moordkruis van een meter hoog, geplaatst ter nagedachtenis van François Van Beneden. Deze man, afkomstig uit Grimbergen, was in Merchtem koetsier van de heer Swaeffs, kwartiermeester-generaal van de Nederlanden en zijn familie, die daar halt hielden bij de toenmalige herberg De Swaene in de Nieuwstraat.
Na een hevige discussie werd hij ter plekke vermoord door de kamerheer van de generaal. Dit godvergeten kruis kwam begin juni dit jaar in de aandacht omdat het werd verbrijzeld tijdens een verkeersongeval. Gelukkig geen gewonden, tenzij een kruis dat tot vijf brokken werd herleid. In augustus jl., werd de gevel hersteld, maar zonder dat het kruis werd teruggeplaatst.
Art deco
Wij lopen wat verder door en midden op de Krekelendries, waar er op woensdag een markt plaatsvindt, treffen we aan de linkerkant, te midden van een aaneengesloten bebouwing, de art deco garage van Alfred George, gebouwd in 1935. De bedoeling van deze nieuwbouw in pakketbootstijl was om ook in de kleinere gemeenten met een gestroomlijnde architectuur en volledig beglaasde vitrines, de auto, het nieuwe luxeproduct aan de man te brengen.
Deze vestiging bleef in gebruik tot begin jaren 2000, toen de eigenaar, het bedrijf Ford George-Thomas, de gebouwen verhuurde als warenhuis, later als speelgoedwinkel. Nu staat het reeds geruime tijd leeg.
Drukken
We keren terug naar de Korte Ridderstraat waar op nummer 5 Maurits Sacré (1883-1934) in 1911 een drukkerij oprichtte in de tuin van zijn ouderlijke woning. Deze bezige bij werd er als drukker en uitgever van weekbladen zoals De Zondagsklok en de Gazet van Wemmel en van het omliggende, de Belgische Verzamelaar. In 1919 stichtte hij het tijdschrift De Brabander, gewijd aan geschiedenis, en in 1926 Eigen Schoon.
In 1922, richtte hij zijn woning in als Vrije Volksbibliotheek. Hij was auteur en uitgever van 38 boeken en brochures, waarvan zijn belangrijkste publicatie de Geschiedenis van Merchtem uit 1904 was. Hij overleed op 51-jarige leeftijd, en boven de poort van zijn huis bevindt zich sinds 1959 een bas-reliëf met zijn buste van beeldhouwer Koos van der Kaaij, aangeboden door de VTB ter gelegenheid van de 25e verjaardag van zijn overlijden.
Drinken
Aan het einde van deze straat zien we, links in de Langensteenweg, het gebouw van een vroegere brouwerij opgericht in 1871, onder de naam Martinas door Florentinus De Boeck (1826-1892), de vader van componist August De Boeck, die op die plaats geboren werd in 1865. In 1888 werd het bedrijf overgenomen door Corneel Van Ginderachter.
In 1928 lanceerde zijn zoon Joseph (1889-1959), het hoge gistingsbier Ginder Ale dat volgens kenners nauw aanleunde bij de smaak van het Antwerpse Bolleke of Palm uit Steenhuffel. Het bedrijf kende in de jaren 1950 zijn grootste succes en stelde op het hoogtepunt 180 mensen te werk. In 1973 werd het overgenomen door Brouwerij Stella Artois, het latere AB Inbev, en het bleef actief tot 1991. Vandaag is deze imposante brouwerij omgebouwd tot woonzorgcentrum WZC Martinas met 104 rusthuiskamers, 17 serviceflats, 15 lofts, 20 appartementen en 2 winkelruimtes.
Als we teruggaan voorbij de Onze-Lieve-Vrouwe kerk aan de Reedijk, passeren wij langs een park, de Motteburcht, soms ook den Berg of kortweg De Burcht genoemd, die terug gaat tot de 12e eeuw. In 1768 liet Maria-Theresia Peeters op die plek een kasteel, die in 1822 werd platgelegd en in gebruik kwam als landbouwgrond. Drieënveertig jaar later werd de akker verkocht aan kunstenaar Joseph Stallaert (1825-1903) die er in 1833 zijn buitenhuis in cottagestijl liet bouwen. Sinds enkele jaren is er een internationaal mediabedrijf gevestigd.
Links ervan, om de hoek aan de Reedijk 18, vinden we een mooi gerestaureerd gebouw, waar er een zeer gemoedelijke eetcafé wordt uitgebaat onder de naam de Binnenmolen of De Passerel van Pipenpoy’s . Het gebouw was rond 1320 een banmolen op de Grote Molenbeekrivier van de Hertogen van Brabant. Iedereen was verplicht er zijn graan te laten malen en aldus belasting te betalen. Rond 1400 werd het afgestaan aan de Pipenpoy’s (soms Pypenpoy of Pipenpoi geschreven), een adellijk geslacht dat een belangrijke stempel heeft gedrukt op de geschiedenis van Merchtem.
In 1689 verloren de De Pipenpoy’s hun banrechten en de molen werd verkocht. In de loop der jaren veranderde het meermaals van eigenaar tot het in januari 1901 in handen kwam van Jean Philip Collier, die het bestaande waterrad dat binnen stond, door een Francisturbine voor drijfkracht verving, dat nog te zien is in de kuil tegenover de bar. Zijn zoon Karel Victor Collier nam het over in 1939 en na zijn dood in 1981 werd de molen beheerd door zijn zuster Sylvie, die het molengoed in januari 1993 aan de huidige eigenaar verkocht.
Daar begint ook de stevige maar prachtige 12 km lange Molenwandeling, met prachtige natuurplekjes, vergezichten en historische plekken. Nadien kan je, moe maar tevreden, genieten van een glas op een terras in het dorp of in De Passerel, met zicht op de vijver van de Burcht.