Het station van Vilvoorde ligt op de oudste spoorlijn van het Europese vasteland: van Mechelen naar Brussel, waar in 1835 voor het eerst een trein reed. In 1880-1883 verving het station het houten station van 1843 aan de Benoit Hanssenslaan. Het nieuwe station werd op een andere plaats gebouwd om te voorkomen dat slagbomen het verkeer bij elke passage van een trein zouden blijven hinderen. Tot het begin van de 20e eeuw reden de treinen hier op straatniveau. Toen werden de sporen verhoogd om conflicten met het autoverkeer weg te werken. Uit die periode dateren de bermwand, de oude spoorwegonderdoorgang en de trapkooien. Het station, de trapkooi bij het eerste perron en de centrale onderdoorgang zijn als monument beschermd sinds 1999.
Het station zelf werd in 2000-2001 gerenoveerd. De buitenkant werd toen volledig gerestaureerd en het interieur werd vernieuwd. Nu was het de beurt aan de onderdoorgang, de luifels en de wanden van de trapkooien.
De renovatie van de trapkooien begon in maart 2024. Roest en veroudering hadden de historische staalstructuren zwaar aangetast. De trapkooien zijn gedemonteerd en overgebracht naar een gespecialiseerd atelier voor restauratie. Zo verstoorde de restauratie het treinverkeer zo weinig mogelijk. De natuursteen die behouden kon blijven, werd gereinigd in een natuursteenatelier. Gespecialiseerde steenhouwers herstelden de authentieke stenen. De ontbrekende marmeren wandbekleding werd opnieuw aangebracht met gris des Ardennes, een Belgische grijze natuursteen die het oorspronkelijke uitzicht het best benadert. De gevel kreeg beglazing die aansluit bij het historische karakter van de trapkooien en het pleisterwerk werd gerestaureerd en geschilderd in de originele kleur. Het heeft zes miljoen euro gekost, maar het resultaat mag er zijn: de trapkooien en de oorspronkelijke ronde onderdoorgang demonstreren opnieuw hun glorie van weleer.
De renovatie van het station van Vilvoorde zit daarmee zowat in de eindfase. Het station kreeg een nieuwe, brede onderdoorgang met liften en roltrappen, nieuwe comfortabele perrons, een uitgebreide, overdekte fietsenparking en een mooi plein dat de link legt met andere vormen van openbaar vervoer. Als laatste op het lijstje staan nu nog de achterkant van het station met de parkeermogelijkheden.
Dat kan de pret voorlopig niet bederven. Het station van Vilvoorde kreeg weer de nodige grandeur. Het oogt mooi voor de duizenden reizigers en de 250 treinen die er dagelijks passeren. Alleen de aftandse treinstellen die op de buitenste, ongebruikte spoorlijnen staan, steken nog schril af tegen het prachtig gerenoveerde station. Ze worden gebruikt als verblijfsinfrastructuur voor Infrabel-werknemers, ook ‘s nachts. Als ze er blijven staan, zou een vernieuwd jasje ook daar geen luxe zijn. Nu zijn ze de laatste schandvlek in de gloednieuwe stationsomgeving.