Ook al lijkt het niet zo, toch is Frankrijk géén eentalig land. Nog in het midden van 19e eeuw spraken in de randgebieden meer dan de helft van de mensen geen Frans, maar een lokale taal en dat was niet naar de zin van wie de plak zwaaide in Parijs. Streektalen vormden al een risico voor de eenheid van de staat tijdens het Franse koninkrijk. Ook het nieuwe revolutionaire bestuur dacht er na 1789 zo over. 

De vele talen naast elkaar waren niet alleen de exploten van het oude feodale systeem dat de bevolking klein hield ten voordele van kerk en adel, ze vormden ook een barrière om de nieuwe idealen in alle streken en alle lagen van de bevolking ingang te doen vinden. Bretoenen, Basken, Vlamingen en Picardiërs, ze moesten allemaal inboeten op de eigen streektaal. Daarna verankerde Napoleon het Frans als eenheidstaal in het leger en de administratie. Het onderwijs volgde.

Alleen ging het met die verfransing dus trager dan verwacht. In Frans-Vlaanderen werd er rond 1950 nog vooral Vlaams gesproken. Maar toen kwam de kentering. Met het ontstaan van de middenklasse ging het Vlaams er echt op achteruit. Frans was de eenheidstaal die de verbinding vormde tussen de nieuwe inwoners in de groeiende naoorlogse steden waar de mensen massaal naartoe trokken. 

Frans was de taal van de administratie en bedrijvigheid. Het belang van het dialect in de dorpen verminderde. Niks ideologie dit keer. Pure oorzaak en gevolg van socio-economische wetmatigheden die samenvallen met langdurig volgehouden beleid. Ook de gegroeide afstand van Frans-Vlaanderen ten opzichte van de rest van het Nederlandse taalgebied speelde een beslissende rol in de achteruitgang van de taal. 

In Vlaanderen en Nederland schoof de taal op naar het standaardnederlands als verbindende taal boven de dialecten. Het Frans-Vlaams miste de aansluiting en bleef achter als een geïsoleerde en archaïsche variant aan de andere kant van de grens, die door steeds minder mensen gesproken wordt. Vandaag schat men het aantal moedertaalsprekers van het Frans-Vlaams nog op enkele honderden, meestal zijn ze 70 jaar of ouder.

© Filip Claessens

De grens verschuift

Het is nogal cynisch, want net nu Frankrijk zich openstelt voor haar regionale talen en het Frans-Vlaams officieel erkend is, verdwijnt de taal er sneller dan ervoor. Daardoor wordt de culturele grens tussen Frans- en Belgisch-Vlaanderen een stukje groter, net nu we dankzij de Europese eenmaking sinds de jaren ‘90 makkelijker over en weer kunnen reizen dan ooit tevoren. In de jaren ‘50 was het omgekeerd: de grenzen waren formeel, maar lokaal was de herkenbaarheid met de overkant groter, de taal gelijkaardig, een huwelijk over en weer heel normaal.

Ondertussen verschuift de grens opnieuw, zij het om heel andere redenen. Het zuiden van West-Vlaanderen is volgebouwd, de arbeidsmarkt is er oververhit en er is een grote vraag naar werkkrachten. Noord-Frankrijk biedt wat Vlaanderen niet meer heeft: ruimte en beschikbare arbeidskrachten. West-Vlaamse bedrijven trekken er volop naartoe. Waar de grens lange tijd mensen scheidde, trekt de economische logica ze vandaag opnieuw over de streep. Zo blijft de grens schuiven.

© Filip Claessens
Over de reeks: 'In verscheidenheid verenigd' (in varietate concordia)

Vlaanderen, Wallonië en Brussel met de taal- en gewestgrenzen ertussen. Nergens botsen zoveel grenzen op elkaar. Of toch, dat denken we. Van culturele grenzen, het IJzeren Gordijn of de buitengrenzen in Griekenland: overal lopen er grenzen door en langs Europa. Overal wonen er mensen langs een grens en verhouden zich tot een overkant. Dat merkten we ook in onze reeks Grensgebieden over de (taal)grenzen binnen België. Soms zijn de grenzen flou, soms vast. Soms bieden ze mogelijkheden, soms houden ze tegen. En soms is het waarom nog moeilijk te begrijpen. Net als bij ons. Maar overal verbinden de grenzen al die mensen en wereldbeelden met elkaar, geheel in lijn met de leuze van de Europese Unie In varietate concordia. In verscheidenheid verenigd. Op verkenning in het buitenland.