Als Stoomboot won Niels Boutsen op jonge leeftijd de Nekkawedstrijd. Met Stoomboot, Storm en Zwarte Doos leverde hij eerst drie heel persoonlijke platen af, waarna hij ook de verhalen van anderen ging opzoeken. Zo was Omdat we naar de zee stromen een album én een theatervoorstelling met verhalen van drie generaties. En nu is er Was ik maar een muis, het muzikale relaas van zijn interactie met kwetsbare jongeren.
Verzameling verhalen
‘Ik ben met mijn muziek lang bij mezelf gebleven, om te vertellen wat ik dacht dat ook interessant zou zijn voor anderen. Maar als je wat ouder wordt, en zeker als je zelf papa wordt, krijg je in de gaten dat het allemaal niet meer zozeer om jezelf draait, maar om de wereld waar je kind in terechtkomt. Ik heb ook de diepe overtuiging dat mensen allemaal een verzameling van verhalen zijn. En ik vertel graag verhalen. Zeker verhalen die onderbelicht blijven omdat ze niet vaak verteld worden, terwijl ze wel relevant zijn. Dat is zeker zo als het gaat over de jeugdhulp.’
Verbinding maken
Boutsen is al lang bevriend met Luc Deneffe, de directeur van zorgnetwerk De Wissel, een vzw die onder andere de leefgroep Rotonda in Leuven inricht voor meisjes tussen 12 en 18 jaar die niet naar huis kunnen of mogen, en geplaatst zijn door een jeugdrechter. ‘Wij speelden al langer met het idee om in de Rotonda iets muzikaals te doen. Op een bepaald moment besliste ik om er gewoon elke woensdagavond naartoe te gaan om wat gitaar te spelen. Wie wilde zou dan kunnen meedoen, zonder verplichting. Maar in het onthaal stond een piano. Ik speel niet zo goed piano, maar ik dacht: als ik mezelf daar piano probeer aan te leren, dan wordt de drempel voor de bewoners misschien nog wat lager om samen liedjes te maken.’
En zo geschiedde. ‘Bij de start hadden we helemaal geen einddoel. De jongeren daar moeten al zoveel van begeleiders, rechters of psychologen, dat ik er gewoon wilde zijn met hen. Dat er toch een voorstelling is van gekomen, heeft te maken met de impact die hun soms heftige verhalen op mij hebben gehad. Ik was zelf nog niet lang papa van een zoontje waar alles goed mee ging. Dat krijg je moeilijk verzoend met de problematiek van kinderen en jongeren die geen hecht gezin hebben om op te steunen. De voorstelling gaat over hoe ik als totale leek in de jeugdhulp terechtkom, en probeer verbinding te maken met die jongeren.’
Liedjes zijn rode draad
De titel Was ik maar een muis komt van een van de jongeren die op een gegeven moment zei: ‘Was ik maar een muis, dan zouden ze veel moeite doen om mij hier buiten te krijgen. De Rotonda heeft ook een crisisopvang voor een paar dagen of weken, maar meestal duurt het maanden voor er een oplossing wordt gevonden voor een jongere. Tot zolang probeert de leefgroep een thuis te zijn, maar dat is het natuurlijk nooit écht. Ondanks alles wat de mensen die er werken doen om een veilige plek te creëren. Want ik heb nooit zoveel respect gehad voor mensen als voor de sociaal werkers in de Rotonda.’
Hoe ging dat, samen liedjes maken? ‘Dat hing af van persoon tot persoon. Er waren jongeren die heel blij waren dat ze muziek konden maken, en met wie ik meerdere nummers heb geschreven. Er waren er ook die eerst in een grote boog om mij heen liepen, om dan plots met hun verhaal naar mij te komen. Er waren natuurlijk ook jongeren waarmee ik geen contact had, en dat was helemaal ok.’
De liedjes zijn de rode draad in de voorstelling, en ze werden ook opgenomen. ‘Elke week tot de première komt er ééntje uit. De opnames hebben we wel gedaan met een uitstekende pianist. (lacht) Tijdens de voorstelling speel ik zelf zo goed als ik ondertussen kan. Nadien is er een debat met mensen die in de jeugdhulp werken. In Overijse komen er medewerkers van de Rotonda en moderator is Joris Hessels. Het publiek kan vragen stellen.’
Was ik maar een muis
VR ● 10 OKT ● 20.30
Niels Boutsen
Overijse, CC Den Blank, meer info vind je hier.