18 FEB TOT 30 MAA
Meer dan duizend nachten. Oosterse sprookjes in prentenboeken
Overijse, CC Den Blank, meer info en tickets
‘Op papier ben ik het ene moment een gierige koning die in een koffer slaapt, het volgende moment een verdrinkende vrouw. Wie maakt dat nou mee?’ De quote is van Thé Tjong-Khing, een van de meest gelauwerde illustratoren uit de Lage Landen, en zit in een uitstekende documentaire van Nieuwsuur. Hij heeft dus allerminst een saaie job, ook al kluisterde ze hem dagelijks vele uren aan zijn tekentafel. In zijn verbeelding vertoeft hij elders.
De Hasseltse expomakers van Villa Verbeelding organiseerden in 2008 al eens een tentoonstelling over zijn werk dat in Vlaanderen vooral bekend is van zijn woordeloze prentenboeken en zijn tekeningen voor de Vos en Haas-reeks van Sylvia Vanden Heede. Tjong-Khing groeide op in Indonesië in een grote Chinese familie. Met een vader die een bioscoop uitbaatte, werd zijn verbeelding al gauw geprikkeld. Hij begon de sterren van het doek te tekenen en na de verhuis van zijn familie naar Nederland ging hij aan de slag als striptekenaar in de studio van Maarten Toonder, waarna hij doorbrak.
Op zijn 92e beschikt hij nog steeds over de ongebreidelde fantasie van een kind en is hij een van de vijf illustratoren op de reizende expo Meer dan duizend nachten. Oosterse sprookjes in prentenboeken. Zijn sprookjesfiguren hebben zowat overal wortels, van Zweden tot Japan, maar vooral zijn wat geheimzinnige illustraties bij het Perzische sprookje van Sindbad (zie foto) sluiten aan bij het thema van de tentoonstelling. Dat zijn prints ophangen in een tent zwengelt het mysterie nog wat aan. Het vliegend tapijt mag je er zelf bij denken, terwijl je op een groot lichtgevend fosfordoek jouw eigen sprookje tekent met een zaklamp.
Succesvolste migranten
‘Sprookjes zijn de beste reizigers en de succesvolste migranten die ooit op onze prachtige planeet hebben bestaan. Sprookjes geloven niet in grenzen of landen of talen of identiteit of cultuur. Sprookjes zijn van iedereen voor iedereen.’ Met dat citaat uit Arabische Sprookjes van de Nederlands-Irakese auteur Al Galidi Roden opent een filmpje ter introductie van de interactieve expo die zeven jaar na de première in Hasselt nu ook halt houdt in Overijse. In zijn sprookjesboek met verhalen en parabels uit zijn kindertijd zitten levenslessen verstopt, maar ze liggen er niet vingerdik op. De bonte ‘papierknipkunst’ van Geertje Aalders is op maat van zijn bloemrijke vertellingen. Eigenlijk wilde hij violist worden, maar in zijn dorp kon niemand het hem aanleren, dus begon hij met woorden te spelen. Na een negenjarig verblijf in een Nederlands asielcentrum omschreef hij in Hoe ik talent voor het leven kreeg wat het doet met een mens als je leven zo lang on hold staat. Arabische sprookjes is zijn eerste voorleesboek voor kinderen. In een video op de expo blikt hij terug op zijn jeugd in Irak.
Eigenzinnige leesbevordering
In de documentaire waarover eerder sprake horen we ook Imme Dros - nog zo’n monument uit de Nederlandse kinderliteratuur - vertellen hoe ze hoogstpersoonlijk aan leesbevordering deed: ‘Ik had een zoon die gek was op lezen, maar de twee anderen lazen niet. Die betaalde ik. Net als mijn kleindochters. Ik zei: voor elk boek dat je leest, geef ik je vijf euro. Nou, dat liep aardig op.
Haar sprookjesbewerkingen, onder meer van de reizen van Sindbad, in Twintig Parels zijn met humor en zin voor dramatiek geïllustreerd door Annemarie van Haeringen, reden genoeg om hen allebei een plek te geven op de expo. Een woestijntafel en een interactieve houten zeekast brengt er hun legendes zowaar tot leven. Trek aan de rode hendel en de speelse illustraties verschijnen uit de golven. Als dat je kind na een bezoek al niet aan het lezen zet, dan misschien de dromerige aquarellen van Brusselaar Quentin Gréban. Hij heeft al meer dan 50 kinderboeken in verschillende talen op zijn palmares en ook hij grijpt terug naar de stoere zeemansverhalen van Sindbad.
Niet betuttelen
Het slotakkoord is voor Ed Franck, leraar Nederlands uit Beringen die opgroeide in een gezin met twaalf kinderen waar (voor)lezen niet tot de cultuur behoorde, maar werd tijdens zijn lange schrijfcarrière intussen meermaals gelauwerd, o.a. met de Cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Jeugdliteratuur. Misschien wel omdat hij er een punt van maakt om zijn (jonge) lezers niet te betuttelen. ‘Dat is zo wonderbaarlijk aan deze vertellingen. Poets de parels een klein beetje op en ze glanzen ook voor de hedendaagse lezer verrukkelijk.’