De Gentse Zoe Bizoe is al enkele jaren internationaal actief als burleske artieste. Al legt ze ook in haar tweede soloshow de link met cabaret. De sensuele dansstijl die gepaard gaat met een stripact, flamboyante kostuums en een komische noot gaat bij haar ook over verhalen vertellen, en een positieve omgang met het lichaam en inclusiviteit.
‘In mijn tijd bij Radio Moderne en de Retronettes was ik een retro-danseres. Dan ging het om de stijlen van de jaren 20 tot de jaren 60: de charleston, sixties, go-go-dancing,… Maar toen ik de eerste keer een burlesque-artiest aan het werk zag, wilde ik dat ook doen. De combinatie van cabaret en burlesque heb ik cabaresque genoemd. Een nieuwe stroming: entertainende verhalen met een stripact.’
Waar komen de verhalen in je show vandaan?
Zoe Bizoe: ‘Het zijn verhalen over mezelf. In de show die ik in de Bosuil doe, zitten drie grote blokken, waarin je telkens een ander aspect van mij leert kennen. Het gaat over de veelzijdigheid van een artiest, maar ook over hoe het komt dat ik daar op een podium sta. Zat dat er al in van kleins af aan of niet? Er is ook een moment waarop ik antwoord op vragen die het publiek aan het begin op een briefje kunnen schrijven.’
Welke aspecten van jouw persoonlijkheid hebben gemaakt dat jij dit nu doet?
‘Burlesque komt van het Italiaanse ‘burla’ wat ‘grap’ betekent. Jezelf niet te serieus nemen is dus belangrijk. Kunnen lachen met jezelf en dingen durven loslaten. Iedereen heeft cellulitis, dus zit er dan ook niet mee in dat je een act doet terwijl je cellulitis hebt. Je lichaam bepaalt niet welke persoon jij bent. In burlesque vergroot je vaak zaken uit waarover je slecht zou kunnen voelen. Zodat het allemaal minder zwaar wordt.’
Daarnaast gaat het ook om stijl. Ik neem aan dat je lang bezig bent met de kostuums?
‘De kostuums zijn een intensieve en dure aangelegenheid. Deze show begin ik als een gigantische witloof die blaadje per blaadje zichzelf ontbloot. Dat pak heb ik laten maken door iemand die ook kostuums maakt voor de opera. Voor elk idee heb je iemand nodig die het ook kan realiseren.’
‘Het probleem is dat ik een super creatief brein heb. Als ik een liedje hoor of aan iets grappigs denk, dan begin ik daarop verder te werken. Het idee voor de witloof gaat terug op een periode in de jaren 20 waarin artiesten zich op het podium als een augurk of een andere groente verkleedden. Sommige ideeën rijpen tot het moment daar is om er iets mee te doen.’
Nog een aspect van burlesque: teruggrijpen naar mooie dingen van vroeger.
‘Vandaag wordt met de gsm alles vanuit alle hoeken vastgelegd. Vroeger was dat niet zo. De burlesque heeft een rijke traditie. Zo waren er burlesque-acts waarbij een pop zogezegd de artiest uitkleedde. Dat was een manier om het verbod te omzeilen dat een performer op het podium zichzelf uitkleedde. Het is ook door het verbod op het tonen van tepels dat de tepeltjoepappen zijn ontstaan en dat de tepels ten allen tijde bedekt zijn tijdens een burlesque show. Beperkingen leidden tot creativiteit. De vroege burlesque was ook een satirisch alternatief van het volk voor het ballet en de opera van de rijken. Vandaar ook de pluimen en de nepjuwelen.’
In het seksuele aspect zat ook een vorm van rebellie.
‘Jazeker. Een burleske act kan in principe vanalles zijn. Het gaat om het verhaal dat jij wil vertellen. Het kan een circusact zijn, het kan supersexy zijn, maar ook politiek geladen. Gewoon al door het feit dat de artiest op het podium kiest hoe ver hij gaat. Burlesque is ook inclusief. In mijn soloshow ben ik alleen, maar in een klassieke burlesque-show is het de bedoeling dat elk soort lijf gerepresenteerd wordt. In de media zien wij altijd één soort lijf, en zijn de schoonheidsnormen beperkt. Maar wie bepaalt wat mooi is? Ik krijg vaak berichten van mensen die verwonderd zijn dat iemand met hun lichaamsbouw met zoveel zelfvertrouwen op het podium staat.’
Voor Jezus-Eik is het een eer dat jij uitgerekend op 14 februari optreedt.
‘Mijn show is geen specifieke Valentijnshow, maar of je nu als koppel komt, in groep of alleen; je zal je altijd amuseren en wie weet ook geïnspireerd geraken.’
‘Het publiek is ook altijd heel gevarieerd. Er is alleen een groot verschil tussen een theaterpubliek en een publiek voor burlesque. Een theaterpubliek wordt verondersteld stil en respectvol te zijn. Bij burlesque ben je juist respectvol door veel lawaai te maken wanneer erom gevraagd wordt. Soms moet een theaterpubliek daar aan wennen. In landen als Griekenland en Italië bijvoorbeeld gaat het dak er dikwijls af. Voor de performer is dat heel fijn, want hoe meer energie je krijgt, hoe meer energie je teruggeeft en hoe verder je gaat.’
ZA ● 14 FEB ● 20.30
Bizoes burlesque Valentijn
Zoe Bizoe
Jezus-Eik, GC de Bosuil, meer info en tickets