‘De Rand nodigt uit om te wandelen’, vertelt Roels enthousiast. ‘Ik woon sinds 2002 in Dilbeek, op de grens met Brussel. Een fantastische plek voor wie graag te voet op ontdekking gaat. Mensen kijken soms neer op de Rand omdat ze vooral de lintbebouwing, de woonwijken en de drukte zien. Maar als je van de hoofdwegen afwijkt, ontdek je een heel andere wereld. Op die grens van Brussel en Dilbeek vind je nog oude paden, holle wegen, stukjes landschap waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan. Pal onder de rook van Brussel.’

Wandelen maakt vrij

Tijdens de coronaperiode ontdekte Roels een nieuwe manier van wandelen. Niet langer de klassieke luswandeling die eindigt waar ze begint, maar trajecten met een bestemming. ‘Ik ontdekte een route die Amsterdam, Brussel en Parijs met elkaar verbindt. Dat idee vond ik onweerstaanbaar. Je vertrekt aan de Sint-Goedelekathedraal, wandelt door Brussel en de Rand… Na een dag heb je misschien maar tot in Beersel gestapt, maar in je hoofd ben je onderweg naar Parijs... Dat betekende voor mij een enorme mentale vrijheid in een periode waarin de wereld plots heel klein was geworden.’

Ze glimlacht. ‘Mijn man maakt er soms grapjes over. Als hij richting oosten fietst, zegt hij soms: Ik ben onderweg naar Siberië. Maar voor mij werkt dat echt. De gedachte van op weg te zijn opent een deur in je hoofd. Je kijkt anders naar je omgeving wanneer je jezelf als reiziger ziet in plaats van als iemand die een wandelingetje maakt.’

Dat nieuwe perspectief veranderde haar blik op de streek waar ze woont. ‘De Rand is eigenlijk een mozaïek. Een plek waar stad en platteland, verleden en heden voortdurend in elkaar overvloeien. Ik kan vanaf mijn voordeur een wandeling maken die grotendeels door groen gebied loopt en toch stap ik binnen de ring rond Brussel.’

In 1988 maakte mijn vader een lange reis te paard door Frankrijk. Dat verhaal leefde al jaren in onze familie. Hij had er een reisverslag over geschreven, netjes uitgetypt en ingebonden. Dat wilde ik al wandelend doen.

In de voetsporen van haar vader

Die tocht naar Parijs vormde de opstap naar een nog ambitieuzer project: het volgen van de route die haar vader in de jaren tachtig te paard door Frankrijk aflegde, naar Le Soulié, een gehucht in de Aveyron. ‘In 1988 maakte mijn vader een lange reis te paard door Frankrijk. Dat verhaal leefde al jaren in onze familie. Hij had er een reisverslag over geschreven, netjes uitgetypt op een typemachine en ingebonden voor zijn kinderen. Er zat ook een schets van de route bij. Op een bepaald moment keek ik opnieuw naar die kaart en dacht ik: dat wil ik al wandelend doen.’

Dezelfde bestemming, maar niet dezelfde tocht. Roels koos ervoor om haar tocht van Reims tot Le Soulié in het Centraal Massief niet in één ruk af te leggen, maar verspreid over 52 wandeldagen. Samen met de eerdere etappes vanuit Brussel was de hele route goed voor 67 wandeldagen, verspreid over ruim 2,5 jaar. 

Ze volgde de route van haar vader, maar het werd haar eigen reis, met haar eigen verhaal dat ze vastlegde in Spoorzoekster, een reisroman waarin haar voettocht verweven raakt met haar familiegeschiedenis, observaties en beelden. Haar vader leeft in het boek voort via fragmenten uit zijn reisverslag en schetsen die hij destijds maakte. ‘Voor mij begon het als een speciaal project. Mijn vader had deze weg ooit afgelegd en ik dacht: wat zou het bijzonder zijn om dezelfde streken te doorkruisen. Pas onderweg ontdekte ik hoeveel lagen daarin verborgen zaten.’

Reisroman in historische zin

Opvallend is de vorm van het boek. Spoorzoekster is geen klassieke wandelgids en ook geen traditioneel reisverslag. Foto’s en tekst vormen samen één geheel. Op de linkerpagina een beeld, op de rechterpagina een verhaal. Geen onderschriften, geen visuele versnippering.
‘Ik had daar vanaf het begin een duidelijk idee over. 

Het moest een boek worden waarin beeld en taal elkaar versterken. Fotografie speelt in mijn werk een belangrijke rol. Tijdens het wandelen maak ik veel foto's, maar uiteindelijk blijven er maar enkele over: beelden die de essentie van een dag vatten. Daarna probeer ik diezelfde essentie ook in woorden te omschrijven.’

Dat samenspel tussen beeld en tekst roept herinneringen op aan een veel oudere traditie: dat van de Grand Tour. Vanaf de 18e eeuw trokken jonge Engelse aristocraten maandenlang door Europa. Ze schreven uitvoerige reisbrieven, hielden dagboeken bij en maakten schetsen van landschappen, gebouwen en ontmoetingen. Hun reisverslagen vormden een combinatie van persoonlijke reflectie, cultuurgeschiedenis en observatie.

‘Dat vind ik een mooie vergelijking, want eigenlijk doen we vandaag nog steeds hetzelfde, alleen gebruiken we andere middelen. De reizigers van toen hadden hun schetsboek; ik heb mijn camera. Mijn vader had zijn typemachine en zijn tekeningen. Ik werk met fotografie. Maar de essentie blijft dezelfde: aandachtig kijken en proberen vast te leggen wat een plek met je doet.’

De stem van haar vader klinkt nog letterlijk door in het boek. Fragmenten uit zijn reisverslag zijn verweven met haar eigen verhaal. Daardoor ontstaat een bijzondere dialoog tussen twee reizigers die dezelfde streek doorkruisen, maar bijna veertig jaar van elkaar verwijderd zijn. ‘Dat vind ik het mooiste aspect van het boek. Je hoort af en toe de stem van een man die in 1924 werd geboren en die naar een landschap keek vanuit een totaal andere tijd. Die echo geeft extra diepte aan de reis.’

Elke wandeling begint met een spoor: een herinnering, een kaart, een foto of een verhaal. En meestal ontdek je onderweg dat het spoor je naar iets heel anders heeft geleid dan wat je verwachtte. Dat maakt lange-afstandswandelen zo boeiend.

Sporen in het landschap

Toch gaat Spoorzoekster niet uitsluitend over familie. Het boek draait evenzeer om de relatie tussen mens en landschap. Over wat het landschap met je doet wanneer je er genoeg aandacht voor hebt. Of hoe je een landschapslezer wordt...

‘Ja, dat ben ik eigenlijk wel’, lacht ze. ‘Het is een term die perfect samenvat hoe ik naar de wereld kijk. Soms loop ik ergens en voel ik gewoon dat het een oud pad is. Of dat hier ooit een spoorlijn heeft gelegen of een tram heeft gereden. Vaak blijkt dat achteraf ook te kloppen. Een landschap draagt herinneringen in zich. Je kunt die leren lezen.’

Die fascinatie voor sporen in het landschap speelt zowel in Frankrijk als in de Vlaamse Rand. ‘Mensen denken soms dat de Rand alleen maar uit woonwijken bestaat, maar dat klopt niet. Je vindt hier een mozaïek van natuur, dorpen en geschiedenis. Als je de hoofdwegen verlaat, kom je terecht in een parallelle wereld. Dat is eigenlijk hetzelfde wat ik onderweg in Frankrijk ervaarde.’

Een herinnering, een kaart, een foto

Wat haar tijdens de lange tochten het meeste treft, is niet zozeer de fysieke prestatie, maar de verandering die wandelen teweegbrengt. ‘Een wandeldag heeft een eigen ritme. Je wordt aandachtiger. Je ziet hoe mensen eeuwenlang hun omgeving hebben vormgegeven en hoe die omgeving op haar beurt mensen heeft gevormd. Dat besef geeft me veel vreugde.’

Die joie de vivre is misschien wel de kern van Spoorzoekster. Niet als groot statement of activistische boodschap, maar als ervaring die gedeeld wordt. ‘Ik geloof meer in verwondering dan in preken. Als mensen opnieuw leren kijken naar een landschap, naar natuur of erfgoed, dan groeit daar vanzelf ook zorg uit voort.’

De reacties van lezers bevestigen dat gevoel. ‘Wat me het meest raakt, is wanneer mensen zeggen: Dit geeft mij zin om zelf op pad te gaan. Dat hoeft daarom niet in Frankrijk te zijn, dat kan even goed hier in de Rand. Soms volstaat het om een kleine weg in te slaan in plaats van de grote baan te volgen.’

Heeft ze nog nieuwe plannen? ‘Die zijn er al. Een wandeltocht richting Amsterdam lonkt, terwijl ze momenteel stukje bij beetje richting Bazel trekt. Maar eerst geniet ze van wat Spoorzoekster heeft losgemaakt.

‘Eigenlijk blijft het altijd hetzelfde verhaal. Je vertrekt ergens, volgt een spoor en ontdekt onderweg iets wat je niet zocht. Dat is de magie van wandelen. En misschien ook van schrijven.’ 

Is ze nog altijd een spoorzoekster? ‘Meer dan ooit. Elke wandeling begint met een spoor: een herinnering, een kaart, een foto of een verhaal. En meestal ontdek je onderweg dat het spoor je naar iets heel anders heeft geleid dan wat je verwachtte. Dat maakt lange afstandswandelen zo boeiend.’

Bio Barbara Roels
  • Schrijfster
  • Woont in Dilbeek
  • Studeerde Germaanse filologie
  • Werkt in de financiële sector
  • Duikt graag in nieuwe projecten
  • Schreef Spoorzoekster. Door het hart van Frankrijk