Als we Johan Verminnen vragen naar zaal Pax in de Schoolstraat, hoeft hij niet lang na te denken. Hij heeft er zelf nog opgetreden, maar geeft vooral toe dat hij daar naar optredens kwam kijken om van andere muzikanten te stelen met de ogen. ‘Voor mij is de Pax heel belangrijk geweest omdat dat mijn contact met de popmuziek heeft bevorderd. Je zag daar lokale groepen, maar ook bands die bijvoorbeeld het instrumentale repertoire van The Shadows brachten, een van de belangrijkste groepen van die tijd. Ik kende uitbater Jef van de Pax zeer goed, want hij was de délégué van de kadettenploeg van Vlug Op Wemmel waarin ik voetbalde. En wanneer er dan een bal was in de Pax, ging ik op het podium vanuit de coulissen kijken naar de gitaristen. Daar heb ik veel van geleerd.’
Een tijdlang was de Pax daarvoor ook de enige gelegenheid. ‘Het was de enige uitgaansplek die niet door de katholieke zuil werd uitgebaat. Trouwens, de naam Pax klinkt misschien katholiek, maar er heerste zeker niet altijd vrede. Er werd soms een aardig stukje gevochten. Typisch voor die tijd. Als er jongens van andere gemeenten naar hier kwamen voor de meisjes, werden soms bierflessen op de tafels kapotgeslagen om elkaar te lijf te gaan.’
Kleinkunst
Voor een andere getuigenis over de Pax in de jaren 60 kloppen we aan bij Johan Geirnaert, telg van een zeer muzikale Wemmelse familie. ‘Ik moet nog een bandopname hebben liggen van een optreden van de Nederlandse zanger Armand die hier kwam optreden na zijn hit Ben ik te min uit 1966. Het was de beginperiode van de kleinkunst, want ook Zjef Vanuytsel heb ik er weten spelen. Voor de rest had je er toneelvoorstellingen van amateurgezelschappen, en de Chiro gaf er elk jaar een avond voor de ouders, waar Johan Verminnen inderdaad eens kwam optreden. En dan had je natuurlijk de Jaarmarkt, toen de snotneuzen van 15 tot 21 jaar al van 10 uur ’s morgens in de zaal terecht konden. Behalve zaal Familia had je toen nog niets anders. De Zandloper bestond nog niet, café Het Signaal van Johan kwam ook iets later. Het was pas nadat het Socio-Kultureel Centrum (SKC) er eind jaren 60 kwam dat veel van de activiteiten van de jeugd naar daar verhuisden, en dat je voor legendarische optredens zoals Will Tura, Roland en Ferre Grignard daar moest zijn.’
Mezzanine
Marcel De Doncker schreef in Twee eeuwen Wemmel dat fanfare SintServaas al tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruik maakte van de Pax, en dat nadien ook toneelgroep ‘Willen is Kunnen’ er thuis was. In de jaren 50 had er ook een handelsbeurs plaats, waar handelaars uit de regio hun waren kwamen voorstellen.
Wie nog meer weet over de geschiedenis van de Pax is de Wemmelse dierenarts Luc Maes. Via de vader van zijn moeder was het gebouw met het café en de zaal namelijk lang eigendom van de familie. Die grootvader heette Van Roy. Hij was een handelaar in bloem, en ook de broer van architect Van Roy, die voor de oorlog al veel huizen had getekend in Wemmel. ‘Mijn grootvader, en later mijn moeder, verhuurden het hele gebouw in de Schoolstraat. Wie het café huurde, verhuurde dan op zijn beurt de zaal en de kleine appartementen op de verdiepingen door.’
Voor het opmerkelijke feit dat van de Pax geen foto van de gevel meer bekend is, ziet Luc Maes een eenvoudige verklaring: ‘De Schoolstraat is een smal straatje. Volgens mij was het gewoon niet mogelijk om van op die korte afstand een goede foto te maken. In ieder geval was het een gevel met veel glas en een glazen deur. Als je die opendeed, stond je in het café, tegenover de grote toog. Je kon naar de zaal via het café. Maar ook via een ingang naast het café, waar ook een auto door kon. Zo kon je recht de zaal in. De zaal zelf had een mooie parketvloer om goed te kunnen dansen. En achteraan was een vrij ruim podium waar je makkelijk een toneelstuk kon opvoeren. Rechts was dan nog een toog, vlak bij die van het café.’
Een troef was ook de mezzanine: een soort balkon dat van boven die toog zowel links als rechts tot dicht bij het podium doorliep. ‘Mensen konden boven aan tafeltjes zitten om naar het podium te kijken, of om te wachten tot ze beneden gingen dansen.’
Turnen en taxi’s
Ook Luc Maes stond vaak versteld van de kwaliteit van de muzikanten die er kwamen optreden. Hij weet nog dat de Belgische band Wallace Collection, bekend van de hit Daydream, na hun hoogtepunt de zaal nog een winter lang gebruikt hebben om te repeteren, met handschoenen aan. Maes noemt voetbalclub Vlug Op Wemmel eveneens als de belangrijkste satelliet van de Pax.
‘Het café was de plek waar afgesproken werd om naar de wedstrijden te gaan. Ook de feesten en de kampioenenvieringen waren daar. Een traditie was het grote bal op 1 januari.’ Omdat de Pax een hoge zaal met parket was, werd er echter ook binnen gesport.
‘Omdat je pas op je 12e kon beginnen te voetballen, kon de jeugd voordien al turnen en volleyballen. Zo is de atletiekafdeling van Vlug Op – AVO – ontstaan. Dat was echt turnen met de trampoline en de bok. Wemmel had toen nog geen sporthal.’
Zaal Pax heeft verschillende uitbaters gehad. Marcel De Doncker noemt Rie en Stans Racquet, ‘den Dikken Baas’, Guillaume Hillaerts, ‘Lange Leemans’, Oscar De Rauw en meneer Vermeulen samen met Maria Van Stichel. ‘Lange Leemans’ was in feite de hierboven al door Johan Verminnen genoemde Jef ‘van de Pax’ Van Humbeek en diens vrouw Paula Leemans, die voor de hoogdagen van de Pax zorgden.
Luc Maes: ‘Jef was een van de sterspelers van Vlug Op geweest. Ik heb hem ook nog als trainer gehad, en heb nog met zijn kinderen gevoetbald in de zaal terwijl de ouders in het café zaten. Paula was afkomstig van een familie uit Strombeek die fortuin had gemaakt met taxibedrijf Leemans. Zo is Jef, op de momenten dat het café gesloten was of Paula erin stond, ook met zijn eigen taxibedrijf begonnen. Paula was trouwens ook een echte vedette. Een harde werker met een hard karakter en veel lef, in een periode dat veel vrouwen nog niet zo assertief waren. Op haar tenen moest je niet trappen, want dat kreeg je dubbel en dik terug.’
Laatste dans
Helaas is het met de familie Van Humbeek-Leemans niet goed afgelopen, want zij hebben geen nabestaanden meer. ‘Eén zoon had op zijn 16e op de Zijp een dodelijk ongeluk met een motor die hij nog maar twee dagen had. Een andere zoon kreeg vroeg kanker, net als Jef zelf op zijn 50e. Paula is overleden tijdens een bezoek aan de kapper.’
Een van de laatste uitbaters was Oscar De Rauw, die zich op duivenliefhebbers richtte. Zijn opvolger Vermeulen maakte van de scène een duivenkot en liet de Pax verloederen. Uiteindelijk heeft de moeder van Luc Maes de Pax in de jaren 80 verkocht toen het beste eraf was. ‘De zaal was een beetje uitgeleefd, en het gebrek aan parkeergelegenheid werd groter naarmate mensen minder te voet naar de dorpskern kwamen.’
Zo is de Pax uiteindelijk een houthandel en een doe-het-zelfzaak geworden, alvorens ‘The Little Gym’ er zijn intrek nam, waar kinderen gymlessen kunnen volgen en verjaardagsfeestjes geven.
Dit artikel komt uit de Zandloperkrant mei. Lees het volledige nummer hier