Pintjes voor een euro

We zijn aangekomen op het Dorpsplein van Vossem in Tervuren, waar nog een aantal zekerheden zijn. De toren van de Sint-Pauluskerk domineert hier nog altijd de omgeving, ook al staat ze in de stellingen. En het legendarische café In den Congo is nog alle dagen open. We zijn benieuwd of de pintjes hier nog altijd een euro kosten. Dat is hier namelijk al jaren een principekwestie. En ja hoor, op de gastvrijheid van Lydia en Gilbert heeft de inflatie geen vat. 

We vragen ons ook af of atleet Miel Puttemans - geboren Vossemnaar en voormalig wereldrecordhouder op de 3000 en de 5000 meter, zilveren medaillewinnaar op 10.000 meter tijdens de Olympische Spelen van 1972 in München - hier nog altijd passeert. En ja hoor, volgens Gilbert is de langeafstandloper net de deur uit gewandeld.

Puttemans is familie van Lydia, die tot de derde generatie waardinnen van dit café behoort. Op een oude zwartwit foto aan de muur staan ze alledrie: Adrienne of ‘Jenne’ Boischot, haar dochter Simonne Puttemans, en kleindochter Lydia Gay. Op die foto is Lydia nog een kind. 

Haar moeder Simonne had het café in 1962 overgenomen van Jenne, die overleed in 1972 op 82-jarige leeftijd. Simonne zette het werk verder tot in 1998. Lydia renoveerde het hele café in 2002 en breidde het ook uit. Haar man Gilbert staat mee in het café dat vrij is van brouwer, en dateert van 28 mei 1914, vlak voordat de Duitsers België binnenvielen. Adrienne - de grootmoeder dus - kocht het pand van een familie die lang ‚in den congo’ had gezeten, vandaar. 

De honderd jaar oude verkoopsakte valt bijna uit elkaar maar is bewaard gebleven. Niet alleen de 100ste, maar ook de 110de verjaardag werd uitbundig gevierd in het dorp. Dit café heeft dan ook een grote achterban. Voetbalploeg FC Greunsjotters is hier thuis, maar er passeren ook regelmatig wielerploegen, kaartspelers en wandelaars. 

Op onze toer langs de volkscafés in de Rand zijn we Remco Evenepoel vaak tegengekomen, en ook hier heeft de renner uit Schepdaal een officiële fanclub. Aan de muur hangt een truitje dat Evenepoel droeg als beste jongere in de Ronde van Frankrijk van 2024. Maar zelf is de renner hier nog nooit geweest. Terwijl hij me een filterkoffie van 1,5 euro toeschuift, fluistert Gilbert me trouwens met een knipoog toe dat hij een fan is van Wout Van Aert. We zullen het niet verder vertellen.

De indrukken van Birgit Van Asch

Pintjes voor één euro. Het is dus waar wat ze zeggen. Ik sta zo verbaasd naar de drankkaart op de toog te kijken, dat een andere cafégast - die later Roger blijkt te heten - vraagt wat er scheelt. ‘Ik heb niet eens zo weinig kleingeld bij’, ratel ik verward. ‘Je mag altijd meer betalen hoor’, repliceert hij gevat.

Lydia, de uitbaatster van In den Congo, is kort maar duidelijk: ‘Ik ben gewoon een dikke koppigaard, ik wil mijn prijzen niet verhogen. Het leven is al duur genoeg.’ Het hoeft dan ook niet te verbazen dat het hier bijna 7 op 7 stampvol zit en er tournees worden gegeven dat het een lieve lust is. Zeker op zondagvoormiddag, wanneer de drie aangesloten wielerploegen hun bidons hier vullen voor vertrek of een paar procenten komen bijtanken voor de volgende kuitenbijter. Patroonheilige Remco Evenepoel mag trots zijn. 

Van pastoor Jan mogen ze het grasveld onder de kerktoren gebruiken als uitbreiding van het beklinkerde terras. Plaats genoeg dus. Maar ik schuif graag aan bij voornoemde Roger en zijn cafékennis Michel, die samen glazen verzamelen. We raken in gesprek over de koers en over de taalstrijd die hier vroeger woedde. Over zwemmen in de put van Hombeek, waar ik opgegroeid ben. En dat Tervuren prachtig, maar tegenwoordig onbetaalbaar is. Achter ons laat iemand een plateau glazen rinkelen en ruimt Lydia’s wederhelft Bert een deel van het terras op. Cigarillo tussen de lippen. Wanneer Roger en ik even met twee overblijven, bekent hij dat hij en Michel elkaars naam eigenlijk niet kenden. Zoals het echte cafékennissen betaamt, denk ik dan.

De uren, gesprekken en pintjes laten zich voelen. Onderweg naar het toilet ruik ik plots de geur van verse, in ossenwit gebakken frieten en loop ik van de weeromstuit de verkeerde kant op. Typisch. ‘Niet in mijne living pissen he’, roept Bert me nog achterna. 

In den Congo 
Dorpsplein 11, Vossem (Tervuren)
alle dagen open van 10-1u
02 767 66 86

Relegemse kampioen

In Café De Groenvink zit je nooit alleen. Relegem is niet groot, maar iedereen uit de omgeving die al eens een stapje buiten zet, belandt vroeg of laat in dit bruine volkscafé waar altijd een gemoedelijke sfeer heerst. Uitbaters zijn het koppel Bart Vanhove en Nathalie Verdoodt, die zorgen voor een feilloze bediening. 

Bart baat al uit sinds 2000, maar hielp ook in de jaren daarvoor zijn moeder Francine, die al in 1984 in De Groenvink stond, en bij iedereen bekendstaat als ‘Bolleken’. In 2018 en 2019 werd De Groenvink uitgeroepen tot het beste café van Asse, en ook vandaag gaan de zaken nog altijd goed, zegt Nathalie.

‘Straks komt ons jaarlijkse Boestering-festijn eraan, en ook voor het petanque-toernooi zitten we al vol met zestien groepjes van vaste klanten die de hele dag zullen spelen.’ Bij die festiviteiten komt natuurlijk de bijbehorende zaal De Groenvink van pas, die ook particulieren kunnen huren voor hun feesten. 

Daarnaast heeft het café ook nog een groot terras, waar zeker in het weekend voortdurend wielertoeristen neerstrijken om bij te tanken. Tot de achterban van De Groenvink hoort ook de eigen fietsvereniging de Wielervrienden. En voor de naburige voetbalclub Toekomst Relegem, die kampioen speelde in Derde Provinciale is dit een officieus clublokaal. Het zal niet verwonderen dat het wielrennen en het voetbal ook op de televisie druk wordt gevolgd.

De Groenvink is nog een echt café waar geen eten wordt geserveerd, maar voor wie honger heeft is er toch een oplossing, want naast het beste café van Asse zit de beste frituur van Asse. Ook frituur Ons Vervolg van Patrick en Iris heeft dus een reputatie hoog te houden. En van Nathalie en Bart mag je hun frietjes gerust in het café komen opeten.

De Groenvink
Dorpsstraat 45, Relegem (Asse), 02 460 33 94, info@degroenvink.be
di&wo gesloten, do tot ma 10.30-0u

White Horse, Mort Subite

Vergelijkbaar met De Groenvink in Relegem is ’t Wit Paard wat verderop in Asse, meer bepaald in Kobbegem. Op het dorpsplein van Kobbegem is de tijd blijven stilstaan. Hugo Claus kwam hier ooit zijn film Het Sacrament filmen, de familie De Keersmaeker brouwde er vroeger ‘Kob’ pils, en natuurlijk de lambiekbieren van Mort Subite, waarvan de brouwerij café ’t Wit Paard nog altijd overschaduwt. 

Ook dit bruine café - we detecteren minstens vijftig tinten bruin - heeft een groot terras en een feestzaaltje. Ook hier passeren regelmatig wielertoeristen, die binnen aan de muur Eddy Merckx terugvinden als hun patroon. Wielerclub The White Horse heeft hier zelfs zijn stamcafé. 

Op hun shirts hebben de grapjassen een zwart paard afgebeeld als logo. Witte paarden staan er wel degelijk op de schilderijen van landelijke taferelen die aan de muur hangen. Vroeger was hier behalve een café ook een boerenwinkel. Wellicht had die boerderij ook witte paarden in de stal staan.

Marleen De Vis is hier aan haar dertigste jaar bezig als cafébazin. Aan haar eenendertigste zal ze ook nog beginnen, maar dan stopt ze ermee. Onderhandelingen over de overname zijn bezig. 
‘Hiervoor ben ik tien jaar notarisklerk geweest, dat was iets helemaal anders. Maar het café was van familie, dus ben ik erin gestapt en ik heb dat al die tijd heel graag gedaan. Maar ik stop liever op een moment waarop ik kan zeggen dat het mooi geweest is. Ook al gaat het pijn doen.’

’t Wit Paard dateert al van 1749, weet Marleen, die vrij is van brouwer, en dus zelf kan kiezen om nog Mort Subite op de tap te hebben. ‘Dat zou ik wel erg vinden, dat Mort Subite hier naast de deur staat en dat je het dan niet kan krijgen.’ Vraag er een balleke bij en meer heb je niet nodig.

’t Wit Paard
Lierput 3, Kobbegem (Asse), 02 452 65 15
wo gesloten, do 11.30-1u, di vr za 11.30-22u, zo 10.30-18u

Verhalen van ’t vat

‘t Klein Verzet is een laat levenswerk van Dirk Jena en Ingrid De Wilde die dorpelingen, passanten en streektoeristen ontvangen in een pand boordevol geschiedenis, met achter elk object van de inboedel een verhaal. Het is een levend museum, want plaatselijk en kerkelijk erfgoed dat Dirk van de vergetelheid kon redden, is de rode draad van de inrichting van het café geworden. 

Even beginnen bij het begin. ‘De eerste keer dat ik in dit pand binnenkwam, was toen ik tijdens de laatste volkstelling van 1990 de bewoners hielp om de vragenlijst in te vullen. Dat was in de ochtend, de zon viel zo mooi binnen, het leek een klein paradijs’, vertelt Dirk. 

Het ging om een langgevelhoeve van rond het einde van de 18e eeuw, waarin de stal nog vlak naast de woonkamer stond. Toen Dirk en Ingrid het uiteindelijk konden kopen, bleef het eerst nog vijftien jaar leegstaan omdat ze zelf nog werkten. Daarna is Dirk samen met stielmannen twee jaar aan het werk geweest om alles te renoveren. Het café ging open in 2015, naar het model van de ‘afspanningen’, waar mens en dier op doortocht vroeger werden ‘afgespannen’ en een tijdelijk gastvrij onderkomen vonden. 

Tegenwoordig zijn de paarden vervangen door fietsen, waarvoor Dirk in de stal een werkplaats heeft voorzien. Wie een kleine herstelling nodig heeft, kan daar zijn gerief vinden. Aan het logo van het café is ook een tandwielcassette van een koersfiets toegevoegd. Maar de naam ’t Klein Verzet heeft een rijkere betekenis. Naast de nadruk op gastvrijheid, hergebruik en vertraging, gaat ook veel aandacht naar gemeenschapsvorming met een babbel aan de toog of in één van de vele hoekjes van het café, bij een van de haarden, of onder de notelaar op het terras. Er is ook veel lectuur voorhanden. 

De aanwezige tijdschriften tonen een grote Vlaamsgezindheid. Dirk, die 25 jaar voor de Verenigde Naties heeft gewerkt, huldigt het Europa van de volkeren, heeft aandacht voor volksfeesten in alle landen, en ontvangt toeristen uit alle landen met open armen. Hij eert ook het lokale erfgoed, zoals de verhalen rond brigand Charlepoeng, de beklemmende erfenis van het Duitse krijgsgevangenenkamp, of de biercultuur die hij in zijn dikke, jaarlijks hernieuwde biergids vastlegt. 

De favoriete geuze van Girardin is maar één van de vele bieren op de kaart. Maar er valt nog meer te vertellen. Over de fanfare die hier komt repeteren in het zaaltje boven, dat vol met antiek alaam van de boeren uit de streek staat. Over een tegelvloer die afkomstig is van het schooltje waar Dirk nog als kind heeft gezeten, over de altaarsteen die in het decor is verwerkt, de wandelroutes die hier passeren, de broodoven, de volksspelen, en het traditionele wipschieten dat nieuw leven werd ingeblazen. 

’t Klein Verzet
Bollestraat 1, Overijse (Terlanen), 016 90 11 34, tkleinverzet@telenet.be, www.tkleinverzet.vlaanderen
do&vr 16-23u, za zo &ma 10-23u

Aan de Kot-à-zuur

Op het ogenblik dat we café ’t Leeuwke bezoeken is het juist markt op het zonovergoten kerkplein Rink van Sint-Pieters-Leeuw. Dat komt de sfeer natuurlijk ten goede. Er zijn hier meerdere valabele horeca-opties, maar we gaan voor ’t Leeuwke. Dat heeft ook een terras voor de deur. Maar de fraaie witte art deco gevel met geglazuurde tegeltjes lokt ons toch naar binnen, waar heel wat stamgasten blijkbaar dezelfde optie hebben gekozen.

Zoals in veel goede cafés is de lange toog hier zonder twijfel het centrum van de gebeurtenissen. Hij zit midden op de dag al helemaal vol en barman Jim moet zijn aandacht verdelen tussen het volk voor zijn neus en dat op het terras. Maar dat lukt. Ook uitbater Jens Wouters vindt de vijfhoekige toog een groot pluspunt. ‘Je zit allemaal bij elkaar, dat is leuk voor wie aan die toog zit, maar ook voor wie aan de andere kant staat te tappen.’

Jens staat ondertussen achttien jaar in ’t Leeuwke. Oorspronkelijk is hij van Tongeren, maar via zijn studies in Brussel kwam hij in Sint-Pieters-Leeuw terecht. Met zijn kompaan Waldo Marlier maakte hij ook van café Merlo op de Vismarkt in Brussel een succes. Waldo concentreert zich nu vooral op de Merlo. Jens op ’t Leeuwke. Ondertussen is ook Jim Denayer in de zaak gestapt als medezaakvoerder.

’t Leeuwke is dus geen bruin café, maar daarom niet minder mooi. ‘Aan het uitzicht van het café zelf hebben we niet veel moeten doen’, zegt Jens. ‘Ook de grote houten vensters maken het zeer uitnodigend. Het is een café waar iedereen komt, van de jongste leden van de Chiro tot 95-plussers. Die mix is heel fijn. Er woont hier nog altijd veel volk onder de kerktoren, en dat zal wel altijd zo blijven.’

’t Leeuwke doet ook vanalles om leven in de brouwerij te brengen. Ten eerste zijn er regelmatig evenementen. ‘Zo is er één keer in de maand, op de laatste zaterdag, altijd een live-optreden. Soms komt er een dj spelen, en op het grote scherm tonen we de interessantste voetbalwedstrijden uit de competitie en van de Rode Duivels.’ Bijzondere aandacht is er ook voor de bierkaart. ‘We houden van streekproducten, en de verschillende originele ambachtelijke bieren horen daar natuurlijk bij. Sinds kort zijn we zelfs begonnen met ons Kot-à-zuur, een plek waar we verschillende soorten geuze en andere zure bieren verzamelen.’

’t Leeuwke
Rink 47, Sint-Pieters-Leeuw, jens.s.wouters@gmail.com, 0476 24 89 32, www.cafe-tleeuwke.com
elke dag open vanaf 15u, behalve ma

Nieuw café voor iedereen

Er waren eens drie maten die vroeger samen in de scouts van Londerzeel zaten: Nathan, Jan en Bram. Die laatste had al eens drie jaar café ’t Concept in Steenhuffel uitgebaat. Nadat hij daarmee gestopt was, bleef het horeca-virus kriebelen. Op een gegeven moment zag Nathan in het gehucht Slozen, op de grens tussen Meise en Londerzeel, het pand van het oude café ’t Neerhof te koop staan. 

Bram: ‘We waren op weekend toen tussen pot en pint het idee op tafel kwam om samen opnieuw iets van ’t Neerhof te maken. Dat idee bleef hangen. Zelfs toen we zagen dat we het café van honderd jaar oud, dat ook al tien jaar dicht was, totaal zouden moeten vernieuwen. Na drie jaar keihard werken in de weekends, veel administratieve rompslomp, maar ook veel plezier met vrienden en familie is dat gelukt. In de buurt verdwijnen veel cafés, en wij hadden als dertigers eigenlijk geen plek meer waar we naartoe konden. Daarom hebben we zelf alles wat we misten proberen te creëren en combineren in ons eigen café. Er is een zaaltje waar we optredens kunnen organiseren, een grote tuin waar ook kinderen terecht kunnen in de speeltuin, en een drankkaart waar behalve goede bieren ook veel cocktails op staan. Natuurlijk kan je er ook iets eten.’

Blijkbaar waren er wel meer mensen die dat misten, want sinds de opening in december is het hier een groot succes. Op het moment dat wij er langs kwamen, stond de parking voor de deur vol en was het heel druk in de tuin. ‘Die tuin is een grote troef, maar in de winter hadden we ook altijd veel te doen. De buren komen elkaar hier opnieuw tegen. We ontvangen hier mensen van 1 tot 91 jaar.’

’t Neerhof is dan ook een groot café met naast de gelagzaal en het zaaltje ook nog een mezzanine en een overdekt openluchtgedeelte. Je kan er spelletjes spelen, het toppenbiljart of de voetbaltafel uitproberen, en regelmatig zijn er evenementen. Zo wordt er wel eens een koers uitgezonden op groot scherm, zijn er al een aantal optredens georganiseerd, een paaseierenzoektocht, een Taylor Swft-singalong en een karaoke-avond.

’t Neerhof
Slozenstraat 76, Meise (Wolvertem), cafe.tneerhof@gmail.com
do 15-0u, vr 15-3u, za 10-3u, zo 10-1u