Met 15,7% verharde oppervlakte is Vlaanderen een van de meest verharde gebieden in Europa, waar het gemiddelde op 4,4% ligt. Dat leidt onder meer tot een groter risico op overstromingen, minder waterinfiltratie en -berging, minder CO2-opslag door planten en de bodem, en een verlies aan biodiversiteit. In de Vlaamse Rand verschillen de gemeenten sterk in de hoeveelheid van verharde oppervlakte. Eén constante is er wel: gemeentebesturen zetten steeds meer in op ontharding en waterbuffering. Mondjesmaat wordt er onthard. Zo is er in de Vlaamse Rand in heel wat gemeenten een voorzichtige neerwaartse trend ingezet qua verharding, al is er nog altijd een hoge woningnood en dus vraag naar meer woongelegenheden. Lees: meer verkavelingen en appartementsgebouwen.

Actief beleid

De verschillen in de Vlaamse Rand zijn opmerkelijk, zo blijkt uit cijfers van het Departement Omgeving (2023). Zo is bijvoorbeeld meer dan de helft van het grondgebied van Machelen en Drogenbos verhard. Tegelijk is de ontharding in Machelen het grootst. Hoeilaart en Overijse zijn, net als Tervuren, nog groene gemeenten. In Linkebeek en Sint-Genesius-Rode is het grondgebied voor 16,5% verhard.

Lien Casier, raadgever Omgeving op het kabinet van Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&v), duidt enkele cijfers. ‘Sint-Genesius-Rode heeft een deel van het Zoniënwoud op zijn grondgebied liggen en Linkebeek is een heel groene gemeente. Machelen en Drogenbos hebben dan weer veel meer bedrijventerreinen.’ 

Als we de kaart van Vlaanderen erbij nemen, dan merken we qua evolutie van ontharding in de Vlaamse Rand een voorzichtige positieve trend. ‘Ik denk dat we daar in de Vlaamse Rand al veel actiever beleid rond gevoerd hebben omdat we ook meer ontwikkelingsdruk kennen. Bestaande sites worden hergebruikt of verbouwd. Dat is dan een perfecte kans om die op een andere manier in te richten: meer klimaatrobuust en minder verhard. Tegelijk bepaalt de hemelwaterverordening dat er ruimte moet komen om het water op eigen terrein opnieuw te laten infiltreren. De regelgeving stuurt dus aan op een andere invulling van de herbouwprojecten.’ 

Meerdere sporen

Lien Casier was in de vorige legislatuur ook schepen van Omgeving in Merchtem. ‘We hebben in de gemeente op meerdere sporen tegelijk ingezet’, vertelt ze. ‘Zo keken we met een kritische blik naar aanvragen voor nieuwe verharding in vergunningen. Af en toe bespraken we met de aanvragers welke verharding kon wegvallen. Bij nieuwe verkavelingen is er actief geïnformeerd over wat vrijgesteld was van vergunning en welke verkavelingsvoorwaarden er van toepassing waren. Dat heeft verharding - zoals het dichtklinkeren van voortuinen - vermeden.’

‘Bij nieuwe verkavelingen zijn we ook zelf kritisch over de verharding van de wegenis. Zo richtten we Park Puur, een woonproject met 133 nieuwbouwappartementen en huizen, in als woonerf met ruimte voor groen. Ook zochten we samen met de ontwikkelaar naar een optimale verhouding tussen wegenis en bebouwing. Minder wegenis betekent voor ons minder verharding en op termijn ook minder onderhoudskosten. Voor de ontwikkelaar betekent dat ook minder investering en dus zijn er minder woningen en kavels nodig om winst te maken. Daardoor is er meer ruimte om in te richten als openbaar domein.’

‘In Merchtem betalen aanvragers van een project een bedrag aan de gemeente, een soort borg die ze terugkrijgen als alles volgens de afspraken omtrent groen en verharding is verlopen. De gemeente zelf geeft ook het goede voorbeeld door het openbaar domein te ontharden.’ Merchtem (12,4% verharding) is natuurlijk nog een vrij groene gemeente, net als de buurgemeenten Meise (15%) en Asse (16,9%). Hoe dichter een gemeente of deelgemeente tegen Brussel gelegen is, hoe hoger de verhardingsgraad. Grimbergen is voor 21,4% verhard, een groot deel komt daar op conto van de sterk verstedelijkte kern van Strombeek-Bever. Buurgemeente Wemmel is dan weer een kleine gemeente die sterk verstedelijkt is (27,7%). Gelukkig ligt een deel van de Plantentuin op Wemmels grondgebied, anders zou dat percentage nog een pak hoger zijn. Anders is het gesteld in Vilvoorde (35,9% verharding), Wezembeek-Oppem (30,5%), Kraainem (33,6%) en Zaventem (35,7%), gemeenten die te kampen hebben met een hogere verhardingsgraad. In Zaventem spreekt het voor zich dat die verharding te maken heeft met de aanwezigheid van bedrijventerreinen en alle luchthavengebonden activiteiten. 

Verbreding Ring 

Waar we in de Rand ook niet naast kunnen kijken, is de Ring rond Brussel. Die wordt in verschillende fases heraangelegd en zal nog worden verbreed. Dreigt dat de vele onthardingsprojecten zoals tegelwippen, geveltuinen, waterdoorlaatbare parkeerplaatsen…in heel wat randgemeenten teniet te doen? 

‘De werken aan de Ring zijn noodzakelijk, maar er is wel de nodige aandacht voor het ruimtebeslag’, zegt Marijn Struyf van De Werkvennootschap, een organisatie die is opgericht door de Vlaamse regering voor grote en complexe mobiliteitsprojecten. ‘Verschillende op- en afritten en verkeerswisselaars liggen te dicht bij elkaar, waardoor gevaarlijke situaties ontstaan. In Kraainem vormt voornamelijk de oprit richting Leuven met de verkeerswisselaar van de E40 een groot risico door de veel te korte tussenafstand. Bovendien is de verkeerssituatie niet goed leesbaar door op- en afritten die aansluiten op verschillende wegen. Met de heraanleg van de Ring willen we die situatie verbeteren. Tegelijk is er veel aandacht voor het ruimtebeslag. Zo reduceren we de zogenaamde voetafdruk van de Ring tussen de E40 in Sint-Stevens-Woluwe en diezelfde E40 in Groot-Bijgaarden met 23%. Er komt ondanks de verbreding van de Ring slechts 1% verharding bij, of iets minder dan 1 ha. Dat kan omdat we verkeersknopen compacter inrichten. Tegelijk zetten we in op meer buffercapaciteit. Alleen in de zone Zaventem (A201) komt er de capaciteit van 30 Olympische zwembaden aan bufferbekkens bij, dat is liefst 75.000 m3. Bovendien voorzien we extra ecologische verbindingen tussen natuurgebieden, wat ook een positief effect heeft op de waterhuishouding. En de Woluwe wordt open gelegd. Zo herstelt het project Leve(n)de Woluwe de rivier en haar zijbeken in Wezembeek-Oppem, Kraainem, Zaventem, Machelen, Steenokkerzeel en Vilvoorde.’

In cijfers

Verharding totale oppervlakte in %/ Toename verharding 
(bron: Departement Omgeving, 2023)
Merchtem 12,4/ - 0,1
Hoeilaart 12,9/ + 0,2
Tervuren 13,4/ + 0,5
Overijse 14,8/ - 0,0
Meise 15,0/ - 0,2
Linkebeek 16,5/ + 0,3
Sint-Genesius-Rode 16,5/ + 0,2
Asse 16,9/ - 0,0
Sint-Pieters-Leeuw 18,4/ - 0,1
Beersel 20,7/ + 0,3
Grimbergen 21,4/ - 0,1
Dilbeek 22,8/ - 0,1
Wemmel 27,7/ - 0.1
Wezembeek-Oppem 30,5/ - 0,4
Kraainem 33,6/ - 0,1
Zaventem 35,7/ - 0,1
Vilvoorde 35,9/ - 0,0
Machelen 51,8/ - 0,4
Drogenbos 56,2/ + 0,4