Herman Baeyens werd geboren in 1934 in Teralfene. Na zijn humaniora ging hij aan de Katholieke Universiteit Leuven studeren. Hij werd er in 1957 doctor in de rechten. Een jaar later deed hij daar een diploma politieke en sociale wetenschappen bij en daarna studeerde hij ook nog economische wetenschappen. Op het eerste zicht had geen van die studies iets te maken met ruimtelijke ordening, maar toen ging hij als jurist werken bij het Centrum Sociologisch Onderzoek.
Gewestplannen
Hij kwam er terecht onder de vleugels van Frans Van Mechelen die hem inschakelde voor de toenmalige streekstudies. Het was zijn introductie in de ruimtelijke ordening en het fascineerde hem, want enkele jaren later, in 1960, richtte hij zelf het studiebureau Mens en Ruimte op.
Mens en Ruimte legde zich toe op onderzoek naar ruimtelijke, sociale en economische ontwikkelingen. Toen de wet op de Stedenbouw en de Ruimtelijke Ordening in 1962 werd goedgekeurd, werd Mens en Ruimte betrokken bij de opmaak van de streekstudies en gewestplannen in Vlaanderen. Later zou Mens en Ruimte ook internationaal doorbreken. Het studiebureau mocht onder meer ruimtelijke perspectieven uittekenen voor regio’s rond Londen, Parijs, Amsterdam, Frankfurt en het Ruhrgebied.
Als bevlogen directeur inspireerde Baeyens tientallen mensen die vandaag hun stempel drukken op de ruimtelijke ordening in Vlaanderen. Altijd luisterbereid, maar tegelijk ook leergierig. Hij dacht en handelde holistisch en zag altijd alles in zijn ruimere context. Ook toen het Structuurplan Vlaanderen moest worden uitgetekend, werd Herman Baeyens betrokken bij de voorbereidingen.
Groen en Vlaams
Vanaf 1962 startte Baeyens als docent ruimtelijke ordening aan het Brussels Sint-Lucasinstituut. Hij zou er blijven tot zijn pensioengerechtigde leeftijd in 1999. Ruim tien jaar combineerde hij al die functies met een job als lector bij het departement Architectuur, Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening van de KU Leuven. Hij doceerde er de ‘sociologie van het wonen’ en de ‘sociologie van de ruimtelijke ordening’.
Wie dacht dat Baeyens het na zijn pensioen rustiger aan zou doen, had het mis. Energiek en wervelend ging hij door. Met International Planning of Interplan stichtte hij een nieuwe organisatie die zich vooral toelegde op ontwikkelingen in Centraal- en Oost-Europa. Zelf legde hij zich nog meer toe op de ruimtelijke planning in Vlaanderen. Daarbij schonk hij veel aandacht aan de Vlaamse Rand rond Brussel, waar hij zelf woonde. Die Vlaamse Rand moest voor hem vooral groen en Vlaams blijven.
Denken en doceren
Zelfs op bijna tachtigjarige leeftijd bleef hij actief. Zo maakte hij deel uit van de denktank die de aanzet gaf voor het landinrichtingsplan dat de open ruimte in de Vlaamse Rand zou gaan vrijwaren en versterken. In een voorwoord voor de publicatie Over de Rand schreef hij onder meer dat ‘de ongeordende suburbanisatie en de lukrake verkavelingen in de Vlaamse Rand de voornaamste oorzaak waren van vervreemding en sociale verdringing in de randgemeenten. Het groene gordelconcept kan worden beschouwd als een planologische parel aan de kroon van de ruimtelijke ordening in Vlaanderen.’
De gemeente Dilbeek reikte Baeyens in 2017 een ‘medaille voor verdienste’ uit voor zijn werk voor een groene Rand rond Brussel en omdat hij het natuurgebied De Wolfsputten kon vrijwaren, toen een Brusselse projectontwikkelaar daar zijn oog op had laten vallen.
Naast het jarenlange voorzitterschap van de Gecoro’s van Dilbeek en Sint-Pieters-Leeuw was Baeyens ook actief lid van de Belgische vereniging van Nederlandstalige stedenbouwkundigen, van de Stichting Leefmilieu en van het European Research Institute for regional and urban planning.