Sinds een aantal jaar komt echter de Aziatische hoornaar op de proppen. Bij die naam gaan de nekharen van imkers rechtstaan. De soort is een geducht honingbijenvanger en dat zien bijenhouders niet zitten. In deze periode maken de eerste hoornaar koninginnen een voorlopig klein, zogenaamd primair nest. Je moet goed zoeken en veel geluk hebben om er zo eentje te vinden.
Vanaf juni begint de bouw van een veel groter, zogenaamd secundair nest, altijd hoog in de bomen. Dat groeit snel uit tot vele duizenden werksters en ettelijke honderden koninginnen. Deze nesten zijn iets makkelijker te vinden en worden actief bestreden, maar het kalf is verdronken. Er is geen lievemoederen meer aan, de soort breidt zich razendsnel uit.
In Wallonië en in de provincie Zeeland (NL) heeft men de strijd opgegeven en is de bestrijding gestopt. ‘We gaan er mee moeten leren leven’, is de stelling. Zo hebben we het in Vlaanderen nog niet begrepen. Hier gaat de vervolging gewoon verder.
Maar wanneer tot recent vooral gespecialiseerde bedrijven de nesten bestreden, is er nu een ander middel aan de orde: dat van een specifieke lokstof waar (bijna) uitsluitend Aziatische hoornaars naartoe komen en verdrinken. Er is nog wat bijvangst van de gewone wesp, maar specialisten maken zich sterk dat dat probleem in 2026 opgelost raakt door de lokstof verder te verfijnen.
Is de zaak daarmee opgelost? Is het een goed idee om altijd maar te willen bestrijden? Is het misschien beter om de soort niet te lijf te gaan en te wachten tot plaatselijke predatoren de hoornaar vinden als prooi? Gaan de honingbijen zich aanpassen en de hoornaar zelf neutraliseren, zoals hun Aziatische zusters? Dat zullen de komende jaren uitwijzen.