Ode
DO ● 11 DEC ● 20.30
An Miller
Wemmel, GC de Zandloper
Info en tickets.
In 2016 werd Caroline Pauwels rector van de Vrije Universiteit Brussel. Ze vervulde die functie op een opvallende manier. Ze was vaak aanwezig in het publieke debat en toonde zich behalve een ambassadeur voor de wetenschap ook een liefhebber van de kunsten.
Naar aanleiding van haar curatorschap van Theater Aan Zee schreef Pauwels aan de hand van concrete voorbeelden een Ode aan de verwondering. Verwondering is niet alleen de motor voor wetenschap of kunst, maar verrijkt ook het leven. In de monoloog Ode laat actrice An Miller de stem van Pauwels voortleven.
Voor jou is dit de eerste theatermonoloog in een al rijkgevulde carrière.
An Miller: ‘Ik heb altijd gezegd dat ik geen monoloog wilde spelen omdat ik het liefst samenspeel met collega’s. Door de wisselwerking met je medespelers wordt elke avond anders.
Om een monoloog te doen, moet je er een wisselwerking met het publiek van maken en ervan overtuigd zijn dat je het op je eentje een uur en een half interessant kan houden. Maar deze monoloog wou ik absoluut doen. Omwille van de inhoud, maar ook omdat de kinderen van Caroline er zo nauw bij betrokken waren.’
Je lijkt een beetje op Caroline Pauwels. Een theaterzaal lijkt een beetje op een aula. Een monoloog lijkt een beetje op een academische lezing. Maar toch is dit theater.
‘In het begin was er wat schroom. We wilden een ode brengen aan haar woorden, maar ik wou niet Caroline spelen. Je kan zomaar niet in haar schoenen stappen. Daarom hebben we haar kinderen gevraagd of ze dit oké vonden.
Als het voor hen te gevoelig had gelegen, dan hadden we dit niet gedaan. Maar zij waren absoluut voorstanders omdat ze willen dat haar verhaal nog altijd wordt gehoord. Dochter Anna Violette studeert architectuur en maakte het decor en ook zoon Emile heeft mee gebrainstormd.’
‘Kunstenaar Koen Van Mechelen, die nog met Caroline samenwerkte, wou ook deel uitmaken van het project. (Hij zorgde voor artistieke interventies bij de passages over kunst en wetenschap, die Pauwels in haar boekje aanhaalt, red.). We moesten ons bij de première dus niet afvragen wat de nabestaanden ervan zouden vinden.’
Ode is eerder optimistisch dan triest maar de emotionaliteit om het vroegtijdig overlijden van de rector klinkt wel door.
‘Het was niet de bedoeling om haar leven te vertellen, maar om haar boodschap verder te verspreiden. Maar uiteraard zou het vreemd zijn om volledig te negeren wie zij was, en dus komen er ook persoonlijke momenten in het stuk voor, en heeft zij het ook over haar kinderen of haar ziekte.’
Wat heb je zelf uit haar pleidooi voor meer verwondering gehaald?
‘In deze tijden hebben we nood aan positieve boodschappen, en die bracht zij. Dat je gewoon door een andere instelling dingen kan veranderen en zelfs grootse dingen bereiken, klinkt naïef. Maar Caroline toonde met voorbeelden uit de wetenschap, de kunstwereld en andere domeinen aan dat dat ook daadwerkelijk zo is.
Ook mensen die geen onderwijs hebben genoten, kunnen veel te weten komen, ontdekken hoe alles in elkaar zit en zich gelukkiger voelen door zich te verwonderen over de kleine dingen. Het is door de wisselwerking tussen wetenschap, kunst en andere takken in het leven dat we verder geraken. Alles vormt een geheel en beïnvloedt elkaar.’
Open staan voor verwondering vraagt wel een bepaalde instelling. Je moet je tijd nemen en terug een beetje als een kind naar de wereld kijken.
‘Het vraagt een andere mindset, maar zo moeilijk is dat uiteindelijk niet. Het is iets dat wij allemaal van nature hebben. Toen we drie jaar oud waren, vroegen we duizend keer waarom dit of dat zo in elkaar stak. Laat ons een beetje terugkeren naar die ingesteldheid.’
De ticketverkoop loopt heel goed. Kreeg je al speciale reacties na de eerste voorstellingen?
‘Caroline had een hele grote vriendengroep. Veel familieleden en vrienden zijn intussen komen kijken, en dan is het fijn als zij de voorstelling omarmen. Uit de gesprekken achteraf blijkt dat zij haar herkennen. Dat voelt heel warm aan. Hoewel ik Caroline Pauwels voordien niet persoonlijk kende, heb ik wel een beetje het gevoel dat ik haar dankzij Ode beter leerde kennen.’