20 FEB TOT 14 JUN
Bellezza e Bruttezza. Het ideale, het reële en het karikaturale in de renaissance
Brussel, Bozar, www.bozar.be


Zelf vindt de Italiaanse curator en kunsthistorica Chiara Rabbi Bernard (zie foto) het te pretentieus om een eigen of een vaste definitie van schoonheid en/of lelijkheid naar voor te schuiven. ‘Onze ideeën daarover zijn te afhankelijk van het tijdperk en de cultuur, van modegrillen en smaken, en ze evolueren constant.’
De ondertitel van de expo - Het ideale, het reële en het karikaturale - is een hint naar de blik waarmee men in de renaissance naar schoonheid keek. ‘De werkelijkheid werd vaak als lelijk ervaren, het ideaalbeeld waar men naar streefde als mooi en de karikatuur vervormde wat zogenaamd normaal is tot lelijk.’

Het schoonheidsideaal in de renaissance was sterk beïnvloed door de anatomische normen uit de antieke oudheid die harmonie en evenwicht uitstraalden. ‘Mensen moesten haast aan wiskundige standaarden voldoen. Pas vanaf eind 15e eeuw begon dat te veranderen. Kunstenaars zoals Leonardo da Vinci en Albrecht Dürer realiseerden zich dat die wiskundige canons niet in staat waren om schoonheid of zelfs lelijkheid te reproduceren en begonnen meer te variëren. Het maniërisme deed zijn intrede en het schoonheidsbeeld werd persoonlijker en subjectiever.’

© Filip Claessens

Belle en het beest

De tentoonstelling in Brussel is alleen al de moeite omwille van een resem prachtige bruiklenen. De expo werd opgedeeld in enkele curieuze blokken. In één ervan - Muzen, Monsters en Wonderen - komen schoonheden, leiders en figuren aan bod die echt hebben bestaan en schilders inspireerden. ‘Enkele daarvan werden archetypes voor meerdere kunstenaars’, zegt Rabbi Bernard.

‘Neem Alberta Simonetta Vespucci. Ze stierf op zeer jonge leeftijd, maar haar schoonheid was zo overweldigend dat Botticelli haar veelvuldig portretteerde. Ze inspireerde hem onder andere voor zijn Venus. We weten echter niet of zij er echt zo uitzag of dat Botticelli een geïdealiseerde vorm weergeeft. Of neem de dwerg Morgante, een vooraanstaand figuur aan het hof van de groothertog van Toscane. Zijn ‘lelijkheid’ werd niet beschouwd als een gebrek, maar als iets dat hem voor gasten interessant en vermakelijk maakte.’

Een nog curieuzere sectie is gewijd aan zogenaamde ‘ongelijke paren’, waarbij de ene helft van een echtpaar beschouwd werd als mooi en de andere als lelijk. ‘Die contrasten hebben de mens altijd geïntrigeerd, maar misschien nog net iets meer in de renaissance, en zeker in de barok.’ 

© Filip Claessens

Toch bestond ook toen nog een aanzienlijk verschil tussen koppels uit Italië en Noord-Europa. ‘Speelde er in het zuiden vaak nog wat romantiek tussen Belle en het Beest, dan waren dergelijke koppels in het noorden veelal het gevolg van financiële afspraken of ‘een uitwisseling van diensten’, als je begrijpt wat ik bedoel. En dan nog speelden er regionale verschillen. In Venetië ontstond het genre van de Belle: sensuele vrouwen met een uitgesproken verleidingskracht. In Firenze portretteerde men veelal aristocratische schoonheden, die een koeler voorkomen hadden.’

Terwijl schilderkunst in de Italiaanse renaissance vaak subtieler was en focuste op aristocraten die hun portret lieten maken als machtssymbool, zette men in het noorden graag het karikaturale aspect in de verf.

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand

Gevraagd naar wat deze tentoonstelling ons kan leren over het heden zegt Rabbi Bernard dat het vooral spiegelen was. ‘We zetten de verschillen met vroeger in de verf, maar wijzen ook op constanten en varianten. We leven in een maatschappij die heel sterk beeldgericht is. Vroeger was dat veel minder. Terwijl men in onze samenleving een gezonde look en een gebruinde huid nastreeft, werd dat in de renaissance net vereenzelvigd met boeren die in volle zon het land bewerkten. Voor de aristocratie was zoiets volstrekt ondenkbaar. Thuiszitten en binnen blijven was voor vrouwen toen een teken van welstand. Reden waarom op schilderijen van renaissancekunstenaars de geportretteerden vaak nog witter werden afgebeeld dan ze er al uitzagen.’

© Filip Claessens

‘Terwijl men in onze samenleving een gezonde look en een gebruinde huid nastreeft, werd dat in de renaissance net vereenzelvigd met boeren die in volle zon het land bewerkten. Voor de aristocratie was zoiets volstrekt ondenkbaar. Thuiszitten en binnenblijven was voor vrouwen toen een teken van welstand.’

Monsterlijke schoonheidscrèmes

En toch bestonden er ook in de renaissance cosmeticaproducten. ‘Meer zelfs, het was het tijdperk dat er voor het eerst schoonheidstips gepubliceerd werden. Daar gingen zowel vrouwen uit de aristocratie als van het gewone volk mee aan de slag.’ Dat hadden ze soms beter niet gedaan, horen we Rabbi Bernard denken. De link naar de wereld van vandaag is snel gelegd. 

Liposucties en botoxbehandelingen leveren ook niet altijd het gewenste resultaat op, zeker niet op lange termijn. ‘Vooral de producten die in de renaissance gebruikt werden om de huid te bleken, waren vreselijk. In de catalogustekst leg ik uit wat er allemaal in zulke schoonheidscrèmes zat. Dat ging van kwik over zilver tot zelfs arseen. Je kan je voorstellen dat vrouwen door het gebruik ervan na verloop van tijd het tegenovergestelde bereikten van wat ze voor ogen hadden, en er net monsterlijker begonnen uit te zien. Vooral in het gezicht en in de borststreek, want de zichtbaarste plekken moesten natuurlijk eerst gewit worden. In geschriften uit die tijd worden de gevolgen ervan erg plastisch beschreven, van uitvallende zwarte tanden tot gaten in gebarsten bepleisterde gezichten.’

© Filip Claessens