ZO ● 1 MAA ● 11.00
Tom Beghin speelt Mozart
De sonate, een succesverhaal
Meise, Sint-Stefanuskerk (Oppem), 02 892 24 40
'Als je op historische piano’s speelt, kan je niet buiten Wolfgang Amadeus Mozart omdat hij klavieristiek zo sterk was,' zegt Tom Beghin over zijn nakende recital. 'Hij is de go-to referentie van elke pianofortespeler. Pakweg Haydn, die ik eveneens veel uitvoerde, begrijpt ook heel goed waar zo’n instrument toe in staat is, maar hij reageert er eerder compositorisch op, terwijl Mozart spelenderwijs improviseert.' De naam van Leuvenaar Tom Beghin, die een leven als muzikant combineert met een academische carrière, doet misschien een belletje rinkelen omdat onlangs bekend raakte dat hij samen met pianobouwer Chris Maene de toelating kreeg van het Beethoven Haus in Bonn een replica te bouwen van de originele Graf-piano uit 1826 die Beethoven gebruikte tijdens zijn laatste levensjaren. In Oppem neemt hij echter plaats achter een replica van een Johann Andreas Stein, eveneens gebouwd door Maene en aangekocht door het Orpheus Instituut, het Gentse studiecentrum waar hij als pianist-onderzoeker aan verbonden is.
Brief van Leopold
'Voor mijn vroege Mozart-sonates keren we terug naar de eerste generatie Weense pianofortes. Concreet speel ik op een kopie van een Stein uit 1786 die in het Muziekinstrumentenmuseum in Brussel staat en doet denken aan de instrumenten die de pianobouwer ook al in de jaren 1770 maakte toen Mozart hem kwam opzoeken in zijn atelier. Chris is die Steins een 10-tal jaar geleden opnieuw beginnen maken en ze zijn veel beter dan de vorige generatie.' Het zaadje voor zijn aanstaande concert, dat in het verlengde ligt van een cd-opname met als rode draad het zogenaamde ‘gevarieerd herhalen’, werd gepland in oktober 1775, toen Leopold Mozart een brief schreef naar muziekuitgever Breitkopf. 'Hij vroeg hem of hij de klaviersonates van zijn zoon wilde uitgeven in de stijl van de Sonaten mit Veränderten Reprisen van Carl Philipp Emanuel Bach. Die wilde amateurmuzikanten helpen door ook zijn improvisaties aan de partituur toe te voegen.' Dat die Mozart-uitgave er finaal nooit van is gekomen zette Beghin er zelf toe aan zo’n partituur voor te bereiden, inclusief herhalingen en variaties waarvan hij kon vermoeden dat Mozart ze bovenop de partituur gespeeld zou hebben.
Dagje Mozart
In Oppem beperkt de pianist zich tot de drie laatste van Mozarts zes vroege München-sonates. 'Voor alle zes zou ik twee concerten nodig hebben. Ik vind het wel belangrijk om ze in volgorde te spelen, want Mozart schreef ze als opus. In 1777 heeft hij ze tijdens een concertreis door Zuid-Duitsland zelf alle zes uitgevoerd. Onvoorstelbaar, want met alle herhalingen erbij duurt dat toch twee en een half uur. Ik vermoed dat die concerten als namiddagactiviteit ingepland waren door muziekkenners die een dagje met Mozart wilden doorbrengen en dat er tussen de luistersessies in ook een hapje gegeten werd. Het ging er gemoedelijker aan toe dan wij nu denken.' Om zelf een locatie te kiezen vond Beghin het belangrijk om zelf even in de schoenen van de klavierbouwers te gaan staan. 'Je moet een pianoforte zeker niet in een sterk absorberende ruimte zetten, noch in een grote concertzaal. Aristocratische herenhuizen met hoge plafonds zijn ideaal. Maar ook in het kapelletje in Oppem gaat het vast mooi klinken. Ik wilde een akoestisch rijke ruimte met toch een zekere formaliteit.'