01 apr '22

Evoluties en uitdagingen
in de cultuursector

3686
door Michaël Bellon
De cultuursector in de Rand kan eindelijk volop hernemen. Bovenop de uitdagingen na corona blijven diversiteit, publieksbereik, herstructureringen en het evenwicht tussen lokale verankering en regionale samenwerking prangende kwesties.

Hoe zien Wim Van Parijs van CC Westrand in Dilbeek en Caroline Van Camp van CC Het Bolwerk in Vilvoorde vanuit hun jarenlange ervaring de cultuursector en de cultuurcentra evolueren? Van Parijs is meer dan 29 jaar programmator podiumkunsten in de Westrand. Op 1 april moet hij onherroepelijk met pensioen. Caroline Van Camp is stafmedewerker Communicatie en Onthaal in Het Bolwerk. Toen Vilvoorde van februari tot november 2021 het cultuurcentrum herinrichtte als vaccinatiecentrum en alle medewerkers van het cultuurcentrum daar werden ingezet, nam Van Camp de communicatie van het vaccinatiecentrum voor haar rekening.

Een cultuurcentrum ombouwen tot een vaccinatiecentrum. Niet evident, lijkt mij?

Van Camp: ‘Een ideale situatie was het niet, maar ons centrum moest toch sluiten, en we begrepen dat we eerst de gezondheidscrisis moesten overwinnen vooraleer we terug aan cultuur konden denken. We kwamen ineens ook op een andere manier met de inwoners van Vilvoorde en Machelen in contact. Heel wat mensen herkenden we omdat ze voordien naar activiteiten in Het Bolwerk kwamen, maar er waren ook heel wat mensen die voor de eerste keer in ons centrum kwamen. Sommige vrijwilligers van het vaccinatiecentrum zijn nu actief als vrijwilliger in het cultuurcentrum. De mensen zijn heel dankbaar dat we opnieuw open zijn. Ze blijven nog wat voorzichtig, maar alles komt zo stilaan terug op gang.’

Van Parijs: ‘Tijdens corona hebben we gedaan wat kon en mocht, ook al moesten we veel mensen, die al tickets hadden gekocht, teleurstellen. Al die tickets omboeken, betekende een gigantisch administratief werk. Nu alles weer kan, hebben we voorlopig iets minder publiek dan voordien. De situatie moet ons ook aanzetten tot nadenken over ons abonnementensysteem. Dat is vandaag te veel gericht op de ouder wordende blanke middenklasse Vlaming. Uiteraard moeten we die blijven bereiken, maar we moeten op zoek naar nieuwe manieren om vooral jongeren en mensen met een allochtone achtergrond te bereiken. Een systeem zoals pay what you can, dat in het Kaaitheater wordt toegepast, kan voor inspiratie zorgen. Daarnaast moeten we ook nieuwe deskundigheid in huis halen. Ons personeelsbestand weerspiegelt niet de samenleving in Dilbeek. Zo vind ik het jammer dat ik niet word vervangen door een jong iemand van kleur. Mijn vertrek wordt opgevangen met interne verschuivingen.’

Van Camp: ‘Publieksvernieuwing is inderdaad een aandachtspunt. Vilvoorde heeft een heel diverse en jonge bevolking. Om hen te bereiken proberen we zoveel mogelijk drempels weg te halen. Dat kan bijvoorbeeld met laagdrempelige prijzen of niet-talige (familie)voorstellingen. Als we met straattheater de wijken in gaan of Plein Publiq organiseren, dan heeft dat succes. Familievoorstellingen zijn dikwijls een mooie opstap naar het cultuurcentrum. Voor volwassenen organiseren we onze www-reeks, WoensdagWereldWijd-concerten en vorig jaar hebben we Nuff Said naar Vilvoorde gehaald, een multidisciplinaire show met comedy, hiphop, jazz. Toch hebben we nog een hele weg af te leggen om een diverser publiek aan te trekken. Dat zal steeds meer via samenwerkingstrajecten gebeuren, in Vilvoorde zelf, maar ook met organisaties en cultuurhuizen uit de regio.’

Wim, jij was bijna drie decennia programmator.

Van Parijs: ‘Mijn huidige functie heet officieel ‘Deskundige theater’ van het ‘Team kunsten’ en het ‘Team jongeren’ van de dienst Vrije tijd van de gemeente Dilbeek. De vzw van CC Westrand werd in januari 2021 opgedoekt. Het personeel is opgegaan in de teams van de dienst Vrije Tijd. De hoop is dat er zo op een andere manier nieuwe initiatieven ontstaan, maar de coördinatie van dat alles verloopt moeilijk en er gaat veel autonomie verloren. Er zijn limieten aan de manier waarop je een organisatie rendabel kan inrichten. Naar mijn mening mag de lokale politiek de kunst ook niet te veel instrumentalisten. Kunst op zich, kunst om de kunst, is belangrijk. Een voorstelling in een theaterzaal kan je emotioneel of intellectueel raken, in zoverre zelfs dat het je verandert. Jammer genoeg komen onze lokale politici zelden over de vloer.

Betekent de nieuwe structuur meer druk vanuit de gemeentepolitiek?

Van Parijs: ‘Die druk was er daarvoor ook al, bijvoorbeeld wanneer een schepen vond dat je te highbrow bezig was, of wilde weten hoeveel Dilbekenaren er naar de voorstellingen komen. Bij ons komt iets minder dan vijftig procent van de toeschouwers uit de omliggende gemeenten. Het is trouwens ook altijd onze opdracht geweest om regionaal te werken. Daarvoor krijgen we van Vlaanderen geld als ‘groot cultuurcentrum’, ook al is dat geld nu niet meer rechtstreeks bestemd voor het cultuurcentrum en gaat het in de globale pot van de gemeente. Vlaanderen legt de verantwoordelijkheid voor de cultuurspreiding bij de gemeenten en geeft zo de instrumenten uit handen om voorstellingen voldoende bij het publiek terecht te laten komen. Om goede kunstenaars lokaal te programmeren en te financieren moet er ook publiek van buitenaf komen, maar een schepen is veeleer geïnteresseerd in het eigen kiespubliek. Ook de groei van talent wordt daardoor moeilijker.’

‘We zijn te veel gericht op de ouder wordende blanke middenklasse Vlaming. We moeten meer naar een gedeelde nieuwe cultuur.’

Van Camp: ‘In Vilvoorde komen politici gelukkig regelmatig naar het cultuurcentrum. Het maatschappelijk belang van cultuur wordt naar waarde geschat. Want het klopt natuurlijk dat je via cultuur mensen kan aanspreken. Het Bolwerk is een aparte stadsdienst, maar onze directrice Andrea Fabre werkt vlot samen met haar afdelingshoofd en die faciliteert op zijn beurt de samenwerking met andere diensten. Samenwerken met andere stadsdiensten is positief. Zo legt een ervaren doelgroepenwerker van de dienst Vrije Tijd mee contacten met lokale talenten die we ondersteunen en podiumkansen bieden. Of hij introduceert ons bij lokale verenigingen waarmee we activiteiten omkaderen. In de zomer ontvangen we de jeugddienst die zijn tienerwerking Mish Mash opzet in onze gebouwen.’

Met het intergemeentelijk samenwerkingsverband (IGS) Cultuur Noordrand is er een nieuwe structuur voor bovenlokale samenwerking gekomen.

Van Camp: ‘Samenwerking om mensen uit een bredere regio te bereiken, is er eigenlijk altijd al geweest; nu is die samengebracht in een IGS. Daardoor kunnen de verschillende gemeenten op verschillende manieren samenwerken in het opzetten, uitvoeren, aanbieden en communiceren van activiteiten. Piano Days is een recent voorbeeld van zo’n samenwerking. Ook voor het bereiken van een bepaald doelpubliek, het delen van kennis en good practices werken we breder dan het lokale niveau.’

Is dat een mogelijk antwoord op jouw bezorgdheid voor een goede cultuurspreiding?

Van Parijs: ‘Samenwerkingsverbanden zijn zeker een antwoord. Meer dan twintig jaar geleden waren het de jeugdcoördinatoren in VlaamsBrabant die meer aandacht voor familievoorstellingen vroegen. Ook het samenwerkingsverband van cultuur- en gemeenschapscentra Vlabra’ccent is een mooi voorbeeld van een samenwerking van onderuit. Dilbeek maakt nu deel uit van de regio Pajottenland-Zennevallei. Ook al liggen Dilbeek en Halle psychologisch verder uit elkaar dan Dilbeek en Asse, dat bij IGS Noordrand hoort,en ook al staat de lange samenwerking tussen CC Strombeek en CC Dilbeek een beetje dwars op de nieuwe indeling in cultuurregio’s. Volgend seizoen komt er ook een nieuwe samenwerking met Brussel via het Kaaitheater, CC De Factorij in Zaventem, CC Strombeek en CC Dilbeek, mede onder impuls van de noden van het Kaaitheater dat met verbouwingen start.’

Kan de Rand ook gebruik maken van de kennis uit Brussel?

Van Camp: ‘We kunnen veel leren van Brussel. Vilvoorde wordt steeds meer met een grootstedelijke realiteit geconfronteerd en daar moeten we op inzetten. We doen dat al, maar ons aanbod kan nog beter afgestemd worden op onze superdiverse samenleving. Dat is een mooie uitdaging, maar het vraagt ook middelen en mensen.’

Van Parijs: ‘De kunsten in Vlaanderen zijn van een zeer hoog niveau. Andere culturen brengen ook hun eigenheid mee. Ik denk dat we naar een gedeelde nieuwe cultuur moeten gaan. Uitwisselingen met organisaties als Globe Aroma of Mestizo Arts Platform kunnen ons daarbij helpen. We moeten rekening houden met taalmoeilijkheden, maar we moeten ook niet bevreesd zijn om Nederlandstalige kunst te tonen.’